Film

Jubileumtentoonstelling Vive le cinéma! verkent de grenzen van de film ★★★★★

Vijf cineasten verruilden het filmdoek voor de driedimensionale ruimte van het Eye Filmmuseum. Het resultaat is verbluffend, en volstrekt origineel.

Leopold Emmen, Filmwork for Eye: 5 Scenes at a Walking Pace (2021). Beeld Natascha Libbert
Leopold Emmen, Filmwork for Eye: 5 Scenes at a Walking Pace (2021).Beeld Natascha Libbert

En dan, plotseling, wordt de bezoeker omringd door geestverschijningen, in de sterk verduisterde tweede ruimte van de tentoonstelling Vive le cinéma! in het Amsterdamse Eye Filmmuseum. De zaal biedt ruimte aan de magistrale filminstallatie The Passage, van de Argentijnse regisseur Lucrecia Martel. De ogen zijn nét gewend aan het weinige licht, precies voldoende om niet tegen medebezoekers op te botsen en voorzichtig naar een van de drie beeldschermen in de driehoekige kamer te schuifelen. Daar verschijnt eerst het warmtebeeld van het eigen lichaam, gefilmd met een dieptecamera die boven het scherm is opgehangen: het hoofd is voornamelijk rood, het bovenlijf geel, de ledematen groen. Ook het warmtebeeld van mensen in de directe omgeving is te zien.

In een oogwenk doemen – op het scherm althans – meer lijven op. Eentje stapt ogenschijnlijk uit het niets met stevige passen op de camera af. Anderen scharrelen wat voorbij op de achtergrond. Recht voor het scherm staat een boomlang figuur. Bewegingsloos. De bezoeker kijkt naast zich en ziet niets – in ieder geval niet de minstens 2 meter lange verschijning die de camera lijkt op te pikken. De subtiele soundscape die de ruimte voortdurend vult, begint op te vallen: vogelgekwetter, krekelgetsjirp, het geruis van een opstekende wind. En, bovenal, zachte stemmen in vergeten talen die van héél dichtbij lijken te komen, gefluisterd in het oor.

Lucrecia Martel, The Passage (2021). Beeld Natascha Libbert
Lucrecia Martel, The Passage (2021).Beeld Natascha Libbert

Zeven filmmakers kregen zo’n drie jaar geleden het verzoek om, ter ere van het 50- en 75-jarig bestaan van het International Film Festival Rotterdam en het Eye Filmmuseum, het tweedimensionale filmdoek in te ruilen voor de driedimensionale ruimte van het museum. In een cinematografische installatie zouden ze ‘de grenzen van hun eigen werk’ en ‘de filmkunst in het algemeen’ opzoeken.

Vijf filmers (uit vijf werelddelen) zegden toe. Naast het werk van Lucrecia Martel zijn de komende maanden in Eye ook wonderlijke filminstallaties te zien van de Chinese regisseur Jia Zhangke, de Nederlandse filmmaker Nanouk Leopold en beeldend kunstenaar Daan Emmen (samen onder de naam Leopold Emmen), de Mexicaan Carlos Reygadas en de in Lesotho geboren Lemohang Jeremiah Mosese.

Lucrecia Martel, The Passage

Vooral Martel laat zien wat film vermag, met haar geesten in The Passage. De Argentijnse bouwde sinds de eeuwwisseling aan een klein, uitgesproken oeuvre van koortsdroomachtige films (zie vooral haar meest recente, Zama) en creëerde een geestverruimende ervaring, in het hart van de tentoonstelling, die op volstrekt originele wijze tot de verbeelding spreekt. Tikje griezelig, ook; paranormale horror in z’n meest verfijnde uitvoering. En een aanzet tot gedachten en inzichten over verdrukte volken, over mensen die niet of niet meer zichtbaar zijn.

Martel beoogt vooral dat laatste. Ze stelt de bezoeker door haar installatie op gelijke voet met inheemse volken uit de regio waar ze leeft, op de grens met Bolivia. Ze fluisteren woorden in het Quechua, Aymara, Guaraní, Qom en Wichí, talen uit de tijd vóór de Spaanse kolonisator, die via kleine geluidsboxjes vlak boven het hoofd van de bezoekers intimiderend intiem klinken. Ook op het scherm zijn de bezoeker en de geestverschijning in hun rood-geel-groene warmtegloed gelijk. De camera onthult als het ware wat het menselijk oog niet kan zien, of wekt in ieder geval de illusie dit te doen. Wie zich ervoor openstelt, staat in een ruimte die zich vult met het onzichtbare. Een ruimte waarin de bezoeker mogelijk zélf even tot geest transformeert.

Lucrecia Martel, The Passage (2021). Beeld Natascha Libbert
Lucrecia Martel, The Passage (2021).Beeld Natascha Libbert

Tijdens een wandeling door de vijf expositieruimten valt op hoezeer het oprekken van filmgrenzen in de ogen van de gevraagde makers gepaard gaat met een actieve rol voor het publiek. Dat wordt in bijna alle ruimten aangemoedigd om méér te zijn dan enkel toeschouwer, om ook zelf beelden te bedenken, om de installatie te vervolledigen in het hoofd.

Vive le cinéma! is daarmee veel meer dan een verjaardagsfeestje. Waar de bioscopen op het dieptepunt van de coronacrisis zo’n beetje werden doodverklaard, werpen de uitgenodigde makers een blik op een gloedvolle toekomst waarin de gedeelde filmervaring centraal staat.

Jia Zhangke, Close-Up

Close-Up van Jia Zhangke (die met films als Still Life, A Touch of Sin en Ash Is the Purest White wordt geroemd om zijn oog voor de menselijke maat in een razendsnel moderniserend China) bestaat uit vijf projectieschermen waarop vanuit verschillende perspectieven hetzelfde drukke kruispunt is te zien, op hetzelfde moment. Vier schermen lijken het beeld van een beveiligingscamera weer te geven, op het vijfde wordt langzaam ingezoomd op een man die in zijn eentje bij een oversteekplaats staat. De boodschappentas die eerst over zijn schouder hangt zet hij op de grond, om een van zijn vingers te verbinden. De installatie eindigt met een close-up van zijn gezicht.

Jia Zhangke, Close-Up. Beeld Natascha Libbert
Jia Zhangke, Close-Up.Beeld Natascha Libbert

Het surveillancebeeld is in China de laatste jaren alomtegenwoordig, zei de regisseur afgelopen vrijdag op een persconferentie in Eye, via een videoverbinding. De overheid is steeds meer beveiligingscamera’s gaan gebruiken om burgers in de gaten te houden, en die burgers zijn ze gaan gebruiken om elkaar te bekijken. ‘Beveiligingsbeelden zijn aan film gerelateerd, maar ze zijn geen film’, aldus Jia. ‘Ze worden opgenomen zonder passie, emotie of context.’

Het filmische vijfde beeld toont details die op de andere schermen niet zijn te zien. Het geeft een gezicht aan een man die anders een anonieme stip in de massa zou zijn, en maakt zo duidelijk wat film volgens Jia wél is: een middel om empathie op te wekken. ‘Ik hoop dat het publiek daarna opnieuw kijkt naar de surveillancebeelden, en ziet wat het tijdens de eerste keer kijken niet zag.’

Hoewel de beelden ook bij nadere inspectie weinig geheimen blijken te herbergen, roept Close-Up gerichte vragen op. Wat zien de ambtenaren die in dit soort beelden zoeken naar onregelmatigheden? Gedraagt de man met de gewonde vinger zich verdacht? Gebeuren er op dit kruispunt dingen die afwijken van de normale gang van zaken – en wat zijn de consequenties, als dat zo zou zijn?

Leopold Emmen, Filmwork for Eye: 5 Scenes at a Walking Pace (2021). Beeld Natascha Libbert
Leopold Emmen, Filmwork for Eye: 5 Scenes at a Walking Pace (2021).Beeld Natascha Libbert

Leopold Emmen, Filmwork for Eye: 5 Scenes at a Walking Pace

Minder politiek maar veel prikkelender voor het verbeeldingsvermogen is het werk van Leopold en Emmen, die met hun Filmwork for Eye: 5 Scenes at a Walking Pace het medium strippen tot de naakte essentie. In een abstracte filmset met slechts een aantal zorgvuldig geplaatste muren, een smal gangetje, filmkaderachtige doorkijkjes, primaire kleuren en muziek à la Hitchcock-componist Bernard Herrmann, speelt het publiek hier zelf acteur en regisseur. De eigen ogen zijn de camera. Knipperen is als monteren.

Meer dan hun collega’s creëerden Leopold en Emmen een film die pas wordt gemaakt wanneer mensen de ruimte betreden, een film waarvoor andere bezoekers nodig zijn om hem in zijn volledigheid te ervaren. Na een maandenlange lockdown beantwoordt dit werk het meest van alle werken in Vive le cinéma! op buitengewoon verrassende wijze aan een diepgeworteld verlangen om cultuur gezamenlijk te beleven.

Leopold Emmen, Filmwork for Eye: 5 Scenes at a Walking Pace (2021). Beeld Natascha Libbert
Leopold Emmen, Filmwork for Eye: 5 Scenes at a Walking Pace (2021).Beeld Natascha Libbert

Carlos Reygadas, The Eye Machine

Carlos Reygadas, die vergeleken met zijn collega’s het meest afwijkt van het eigen werk – hypnotiserende films – bouwde met The Eye Machine een apparaat dat op het eerste gezicht vooral doet denken aan een installatie voor op theaterfestival De Parade. In een veredelde draaimolen, een soort grote praxinoscoop, zitten bezoekers tussen houten schotten tegenover elkaar, voor gesprekjes van enkele minuten. Kleine cameraatjes filmen ieders gezicht (en kunnen worden afgedekt voor wie niet wil worden gefilmd), de beelden worden live geprojecteerd. Mensen kunnen bordjes in de lucht steken om het gesprek te verlengen of stop te zetten; in het laatste geval begint de machine te draaien en krijgt iedereen een nieuwe gesprekspartner toegeschoven.

Gedoe, maar vermakelijk gedoe. Ontstaan uit de constatering dat vreemden elkaar in West-Europa volgens de Mexicaanse maker best wat vaker in de ogen mogen kijken. U mag ondertussen alles met elkaar doen, aldus Reygadas, mits u elkaars grenzen respecteert. Dat belooft wat.

Lemohang Jeremiah Mosese, Bodies of Negroes. I Will Sculpture God, Grim and Benevolent

Het werk van de in Duitsland wonende Mosese, Bodies of Negroes. I Will Sculpture God, Grim and Benevolent, is hier het klassiekst: fraaie, sfeervolle en intieme scènes van meisjes die hun stervende moeder verzorgen, van een dansende man en van een zieke jonge vrouw. Ze begeleiden de bezoeker aan het eind van de tentoonstelling kalmpjes naar buiten.

Vive le cinéma!

Installatie

★★★★★

T/m 5/9, Eye Filmmuseum, Amsterdam.

75 jaar Filmmuseum

Ter viering van het 75-jarig bestaan presenteert het Eye Filmmuseum in Amsterdam gedurende het jaar 75 gerestaureerde films uit de collectie, waarvan een deel in de bioscoop is te zien; de rest is online te bekijken. Onder meer de Marlon Brando-klassieker On the Waterfront, Nikolai van der Heydes Een ochtend van zes weken en drie muziekdocumentaires van VPRO-televisiemaker Wim van der Linden worden in juni op het witte doek vertoond.

Meer over