Jubileumconcert zonder profiel

Jubileumconcert Donemus met werken van Van Emmerik, Ketting en Verbey door het Nederlands Kamerorkest o.l.v. Lucas Vis in de Beurs van Berlage, Amsterdam....

Het is een bekende gedachte, die zaterdagavond tijdens het Donemusjubileumconcert in de Beurs van Berlage in Amsterdam de kop opsteekt. Stel dat na complete destructie van onze planeet de drie werken van deze avond - Ventriloquist van Ivo van Emmerik, Summer Moon van Otto Ketting en Triade van Theo Verbey - als enig overblijfsel van de Donemuscatalogus zouden blijven voortbestaan, wat voor indruk zou de vinder van dit erfgoed krijgen van deze stichting en haar muziek?

Allereerst zou het lijken alsof er voor 1990 geen muziek door Donemus was uitgegeven, want alle drie de werken zijn gecomponeerd in de jaren tussen 1992 en 1997. Dat is opmerkelijk voor een organisatie die juist haar vijftigjarig jubileum viert. Maar mocht het ter gelegenheid van dit jubileum uitgebrachte boekje Eén groot oeuvre van Johan Kolsteeg ook overleven, dan is daarmee in ieder geval een compact-zakelijke kroniek voor handen van de op 20 mei 1947 opgerichte muziekuitgeverij Donemus. De Stichting Documentatie Nederlandse Muziek heeft zich overigens nooit beperkt tot het uitgeven van partituren, maar ontwikkelde zich tot documentatiecentrum, platenlabel en promotie-apparaat voor Nederlandse muziek.

'Ze zijn hier kunstmatig modern; dat is, Debussy-ig', schreef Arnold Schönberg toen hij begin jaren twintig Nederland bezocht. Ook de stukken die het Nederlands Kamerorkest zaterdag onder leiding van Lucas Vis speelde, geven weinig blijk van vernieuwingsdrang of uitgesproken stellingnames. In Summer Moon, prachtig vertolkt door sopraan Susan Narucki, liet Ketting zich kennen als een onmiskenbare lyricus met een talent oor melodie. Triade van Verbey koppelt fabuleus vakmanschap en hechte constructie aan speels en virtuoos orkestspel. Ivo van Emmerik - net als Verbey behorend tot de 'jongere' Donemusgeneratie, geboren rond 1960 - kan nog als de meest avantgardistische in deze rij worden bestempeld, al is Ventriloquist verrassend beweeglijk en mild ten aanzien van zijn doorgaans veel strengere klanksculpturen.

Het was een concert dat zich eigenlijk op geen enkele manier uitliet over de stand van zaken in de Nederlandse muziek, uitgezonderd de muzikaal overgedragen mededeling dat er hier op behoorlijk niveau wordt gecomponeerd en dat de 7%-regeling van staatssecretaris Aad Nuis (die deze maatregel nogmaals persoonlijk in een toespraak verdedigde) echt niet het einde van de muziek betekent. Zeven procent Nederlandse muziek bij de symfonie-orkesten, zo leek de programmering te zeggen, daar hoeft niemand wakker van te liggen.

Maar de consequente radicaliteit in de werken van bijvoorbeeld Cornelis de Bondt of Diderik Wagenaar; de vergaande vermenging van compositie en improvisatie in stukken van Guus Janssen, Paul Termos en Maarten Altena; of de integratie van niet-Westerse met Westerse concepten in bijvoorbeeld composities van Ton de Leeuw, Jan-Rokus van Roosendaal of Sinta Wullur, waren op geen enkele manier vertegenwoordigd. Terwijl dat toch onderwerpen zijn die de afgelopen decennia de Nederlandse muziek hebben gekleurd en gekarakteriseerd.

Donemus, zo leek het, mag dan wel vijftig jaar zijn geworden, het verleden is geen thema voor het verjaardagsfeestje. Alleen de jubileumreeks cd's met symfonisch werk door alle nationale orkesten (de eerste cd bevat werk van Julius Röntgen door het Orkest van het Oosten) geeft iets van een dwarsdoorsnede van de Donemuscatalogus. Ook conservatoriumdirecteur Ton Hartsuyker, die in plaats van Donemusvoorzitter Joop Doorman het welkomstwoord sprak, refereerde slechts summier aan de turbulenties die eind jaren tachtig speelden. Hij citeerde Peter Schat die zei: 'U hebt er bij het veertigjarig bestaan wel een bende van weten te maken', voegde er aan toe dat Donemus er nu veel beter voor staat en zich vooral op de buitenlandse markt moet gaan richten.

Misschien dat er dan ook gewerkt kan worden aan een geprofileerder beeld van de Nederlandse muziek. Maar vijftig jaar Donemus is tegelijkertijd een geschiedenis van vijftig jaar balanceren tussen twee tegengestelden: een democratisch apparaat dat iedere componist per definitie accepteert en ondersteunt, of een muziekuitgeverij die een scherp uitgetekende koers vaart waarbij niet iedereen altijd aan bod kan komen.

Pay-Uun Hiu

Meer over