Journalistieke vormen

VOOR DE UITVOERING van z'n eigenlijke taak - de informatieoverdracht - staat de journalist maar een beperkt aantal vormen ter beschikking: het 'kale' nieuwsbericht, het interview, de reportage, het onderzoeksdossier - dat is het wel zo'n beetje....

Die vormen liggen tamelijk vast, de variatiemogelijkheden liggen niet voor het opscheppen, de regels zijn strikt. In de afgelopen decennia is periodiek ophef gemaakt van 'new journalism' of van 'literaire reportages', maar dat bleven tamelijk hybride begrippen, en voorzover ze leken te kunnen dienen als ontsnappingsroutes, stuitten ze binnen de kortste keren toch weer op de onverbiddelijke grenzen van wat in het informatieverkeer toelaatbaar wordt geacht.

Je kunt mooi of literair rapporteren uit een verzonnen werkelijkheid - en op goede gronden zelfs volhouden dat je daarmee dichter bij de waarheid komt dan in een journalistiek bericht uit de samenleving -, maar dan schrijf je niet langer voor een krant, dan schrijf je een roman. De Amerikaanse journaliste die een meeslepend verhaal schreef over een slachtoffer van maatschappelijk onrecht, had misschien de Pulitzer Prize verdiend, maar helaas: ze had het verhaal uit haar duim gezogen, ze had een literaire prijs moeten krijgen.

De reportages van Linda Polman die verzameld werden in de bundel 'k Zag twee beren, zijn niet verzonnen - ze zijn van onversneden journalistieke aard: ergens naartoe gaan, ervaren wat er gebeurt, en ten slotte opschrijven wat je hebt gezien, gehoord, geproefd, geroken en gevoeld. Zo eenvoudig is het, als je geen andere amibities hebt.

Polman volgde VN-missies in Somalië, Haïti, Bosnië en Rwanda, dook als het ware met de blauwhelmen onder in de moerassigheid van al die 'vredestheaters', en deelde hun merkwaardig lot - als de Ernie Pyle van wat je de gedemilitariseerde militair zou kunnen noemen.

In de beste zin van het woord schreef ze er 'klassieke' verhalen over: spannend, geestig, evocatief en altijd to-the-point. Eigentijds zou de rol kunnen heten die ze zichzelf laat spelen: nooit onzichtbaar als de quasi-objectieve waarnemer, steeds actief aanwezig, zonder dat ikkerigheid gaat storen. Ze is alleen journaliste voorzover ze zo nu en dan distantie zoekt en zichzelf vragen stelt: over de zin van de operaties, over het nut van de veelbezongen 'volkerengemeenschap', over taak en onmacht van de Verenigde Naties in het algemeen en de uitgezonden soldaten in het bijzonder. De pretentie dat ze het definitieve antwoord op de vragen zou weten, houdt ze niet op - de twijfel volstaat, feiten en opinie bljven naar de waardevolste tradities van het ambacht gescheiden.

Ook de vorm die de Canadese journaliste Isabel Vincent voor haar 'investigative reporting' heeft gekozen, zou je klassiek kunnen noemen. Haar onderwerp is de rol van de Zwitserse banken als collaborateurs van het Derde Rijk, en het resultaat van haar onderzoek noemde ze - met een revérence naar Daniël Goldhagen - Hitler's Silent Partners. Zo'n thema is complex, en de historicus die het te lijf gaat, zal het in de breedte en de diepte zoeken, om zich van geen enkel facet de veelduidigheid te laten ontgaan.

De journalist wil met de deur in huis vallen, en zal altijd proberen de abstracte veelheid te herleiden tot tastbare enkelvoud. Vincent koos voor de casus, dat wil zeggen voor de nakomeling van de Oostenrijkse jood Abraham Hammersfeld, die zich bij zijn deportatie troost met de illusie dat zijn geld veilig is bij een bank in Zürich. Zijn kleindochter - een van de hoofdpersonen in de geschiedenis van Hitler's Silent Partners - is degene die vijftig jaar na dato tot de conclusie moet komen dat het kapitaaltje is verdwenen, en via haar volgt Vincent de zoektochten van juristen, leden van het World Jewish Congress en Zwitserse parlementariërs naar wat er met dit saldo - en dus ook met die duizenden andere - kan zijn gebeurd.

Het is degelijk werk - degelijk journalistiek werk, moet ik benadrukken, want de 'personifiërende' aanpak van de Canadese heeft zo z'n beperkingen, en voor zover ze zich met haar hoofdfiguur heeft willen vereenzelvigen, ontkomt ze niet altijd aan een soort kleverigheid die meer met slechte literatuur dan met notulerende verslaggeverij heeft te maken, meer met de sob-story dan met het zakelijk relaas.

Hoort de auteur van Koningin Beatrix: een instituut in het rijtje thuis?

Van feitelijke nieuwsberichtgeving, interviews, reportages of onderzoeksdossiers is bij Fred J. Lammers geen sprake, maar niettemin haalde hij een paar weken geleden de voorpagina's (plus alle televisieactualiteitenberichten) met de 'scoop' dat de koninklijke familie al jarenlang genoeg had van de koninginnedagfolklore.

Toevallig werd de primeur deze week door hare majesteit ontkracht: al haar kinderen, zusters, zwagers en neefjes hadden er juist nog steeds schik in. Zou ze dat gejokt hebben? Lammers zou de laatste zijn om dat maar te durven vermoeden, ik heb 't hem ook niet krachtig horen zeggen.

Of heeft hij het uit zijn duim gezogen, en is bij hem dus de grens overschreden van journalistiek naar literatuur? Maar dat merk je nergens aan: hij schrijft een kleur-, geur- en reukloos soort veldwachtersproza dat noch aan belletrie, noch aan verslaggeverstalent doet denken.

De dezer dagen weer veel versmade Andrew Morton nam een aantal jaren geleden tenminste nog de moeite contact te leggen en regelrecht vragen te stellen aan de prinses van Wales, die haar antwoorden vervolgens door een Deep Throat Kensington Palace uit liet smokkelen. Maar zou Fred J. Lammers ooit een tunnel onder Huis ten Bosch hebben gegraven om, gewapend met geavanceerde geluidsapparatuur, vlak onder de woonkamer van Beatrix en Claus wekenlang het Grote Nieuws af te tappen?

Nee natuurlijk.

Hij mag mee op reisjes, hij hoort soms dingen die hij helemaal niet mag horen en die hij dus gehoorzaam ook meteen weer vergeet - en als het tijd wordt voor weer eens een boek verzint hij dingen, als de eerste de beste roddelbladenpraatjesmaker. Gelukkig voor hem is hij geadeld door z'n redacteurschap bij het eerbiedwaardige dagblad Trouw, en dan mag je je vanzelf journalist noemen.

Jan Blokker

Linda Polman: 'k Zag twee beren - De achterkant van de VN-vredesmissies.

Atlas; 254 pagina's; ¿ 39,90.

ISBN 90 254 2434 1.

Isabel Vincent: Hitler's Silent Partners.

William Morrow & Company, import Van Ditmar; 351 pagina's; ¿ 64,75.

ISBN 0 688 15425 5.

Fred J. Lammers: Koningin Beatrix: een instituut.

Bosch & Keuning; 143 pagina's; ¿ 29,90.

ISBN 90 246 0392 7.

Meer over