'Journalisten horen bij de oneerlijkste mensen ter wereld'

Trump heeft een bloedhekel aan gevestigde media. Hij wil een wet om journalisten aan te kunnen pakken. Gaat dat lukken?

Donald Trump op de monitor van een camera.Beeld AFP

Tijdens ongeveer elke campagne-bijeenkomst die hij hield, nam Donald Trump even de tijd de aanwezige media netjes de huid vol te schelden. Dan riep hij dingen als: 'Deze mensen horen bij de oneerlijkste mensen ter wereld, de media. Zij zijn het ergst.'

Zoals Trump Hillary Clinton steevast Crooked Hillary noemt, is dishonest media zijn koosnaampje voor de pers. Het aantal keren dat Trump de media heeft beschuldigd van leugens, is niet te tellen. Nadat The New York Times vorige maand een artikel had gepubliceerd waarin twee vrouwen Trump beschuldigden van aanranding, dreigde Trump onmiddellijk met een rechtszaak wegens laster.

Ander voorbeeld: in augustus zei Trump tijdens een bijeenkomst dat wanneer Clinton president zou worden, het recht op het dragen van wapens in gevaar zou kunnen komen. 'Als zij haar rechters kan benoemen, dan is daar niks aan te doen mensen. Hoewel, de wapenaanhangers weten er misschien iets op.' Nadat de pers die woorden - niet zo heel verwonderlijk - had geïnterpreteerd als een bedreiging, deed Trump dat in een verklaring af als de zoveelste verdraaing van de dishonest media.

Dus nee, Donald Trump heeft het niet zo op de media. Een paar maanden geleden noemde hij, na de zoveelste controverse, journalisten de laagst mogelijke levensvorm. 'Hij lijkt te geloven in een geketende pers', schreef weekblad The New Yorker eind september in een uit een reeks essays over Trump . 'Zoals je dat in Benito Mussolini's Italië of Fidel Castro's Cuba had. Hij gelooft in een persoonlijkheidscultus die vragen overbodig maakt. Erken gewoon zijn grootsheid en hou verder je mond.'

En als je dat niet doet, zwaait er wat.

Maar wat dan? In hetzelfde stuk haalt The New Yorker een citaat aan van Trump tijdens een bijeenkomst in Texas, waarin hij zei de lasterwetgeving te willen versoepelen. Zodat, wanneer The New York Times of The Washington Post stukken over hem schrijft die hem niet bevallen, 'we ze kunnen aanklagen en er geld aan kunnen overhouden in plaats van dat we geen kans hebben op een overwinning omdat zij beschermd zijn.'

In de Verenigde Staten is het inderdaad op dit moment moeilijk voor een publiek figuur als Trump om een rechtszaak tegen een mediaorganisatie te winnen. Dat is te danken aan een wet die bepaalt dat de aanklager moet kunnen bewijzen dat er in de betreffende publicatie sprake was van kwade opzet en het willens en wetens opschrijven van onwaarheden. De wet komt voort uit een uitspraak uit 1964 van het Amerikaanse Hooggerechtshof, dat zo de vrijheid van de pers zoals vastgelegd in de Amerikaanse grondwet wilde beschermen.

Donald Trump wil die wet dus veranderen. Maar hoe? Toen Trump in maart een ontmoeting had met de hoofdredactie van The Washington Post, vroeg uitgever Frederick Ryan hem wat hij precies van plan was met het versoepelen van de bestaande lasterwetgeving. Wat volgde was een nogal onsamenhangend verhaal waarin Trump beweerde dat hij absoluut niet van plan was de vrijheid van de pers in te perken ('Dat is het laatste wat ik wil'), maar waarin hij na aandringen van Ryan toegaf dat hij 'een beetje' wil afwijken van het begrip 'kwade opzet', 'zonder er heel erg van af te wijken'. Natuurlijk.

Eind oktober, in een interview met een televisiezender uit Miami, werd Trump concreter over die plannen. Hij wil een voorbeeld nemen aan Engeland, waar het voor publieke figuren makkelijker is media succesvol aan te klagen. 'In Engeland heb je een goede kans op een overwinning. Daar worden deals gesloten en verontschuldigingen gemaakt. Hier hoeft dat niet. Ze kunnen van alles zeggen over jou of mij en er hoeft niet eens een excuus te komen. Engeland heeft een systeem dat gevolgen kent voor de gevallen dat de pers fout zit.'

In Engeland ligt de bewijslast niet bij de aanklager, maar bij de gedaagde. Daar moet, verklaarde The Washington Post onlangs, een mediaorganisatie bewijzen dat de tekst waarover ze aangeklaagd worden, waar is of in elk geval substantieel waar is. 'Tot voor kort was de Engelse wet zo hard voor de media, dat mensen die onderwerp waren in een stuk het rechtssysteem konden gebruiken voor hun 'lasterterrorisme'.'

Die term stamt uit een wet die in 2008 in New York werd aangenomen. Aanleiding was de zaak tegen Rachel Ehrenfeld, een in Israël geboren schrijfster die toen in de VS woonde. Zij had een boek geschreven waarin ze de Saoedische miljardair Khalin bin Mahfouz ervan beschuldigde terrorisme te financieren.

Ehrenfeld werd door Bin Mahfouz aangeklaagd in Engeland (waar ze enkele tientallen boeken verkocht) en bij verstek veroordeeld tot het betalen van 230 duizend pond. Als reactie op die veroordeling werd in de Verenigde Staten de Libel Terrorism Protection Act in het leven geroepen, waardoor de rechters in New York dat buitenlandse vonnis tegen Ehrenfeld konden negeren. In 2010 werd dat principe landelijk overgenomen in de Speech Act.

Daar wil Trump vanaf. Maar kan dat zomaar? Kan Trump straks als hij president is doen wat hij in februari in Texas zei: 'Je voor het gerecht slepen zoals je nog nooit voor het gerecht gesleept bent.' Het is een gok, maar in theorie kan het, schreef The Washington Post (ja, daar heb je ze weer ja. Maar The Post heeft er dan ook nogal belang bij) in februari. Technisch gezien zou Trump, door het benoemen van opperrechters die de media net zo lastig vinden als hij, en met het aanspannen van net de juiste rechtszaak, de jurisprudentie uit 1964 ongedaan kunnen maken en zo die bewijslast voor het aanklagen van media minder zwaar kunnen maken.

Natuurlijk, daar moet het een en ander aan voorafgaan: de benoeming van opperrechters verloopt via het Congres. Het is niet gezegd dat de Republikeinen, die een meerderheid hebben, klakkeloos akkoord gaan met het voornemen van Trump om de persvrijheid in te perken. Dus heel aannemelijk is het allemaal niet. Maar er zijn al gekkere dingen gebeurd.

Meer over