Talenten van 2021Literatuur

Joost Oomen in het literaire talent van 2021: ‘Ik wil de wereld vrolijker en minder efficiënt maken’

null Beeld Eva Roefs
Beeld Eva Roefs

Kunst die ongeremd amuseert en nergens klef wordt. Dat is het ideaal van schrijver en performer Joost Oomen (30), vertelt hij aan Tom Hofland, die zelf het literaire talent van 2018 was.

In de zomer van 2017 staat Joost Oomen (30) – wilde haardos, brede glimlach – op een parkeerplaats op Terschelling. Het is warm en druk: het eiland staat in het teken van theaterfestival Oerol.

In de feestvreugde krijgt Oomen, samen met kameraad Willie Darktrousers (muzikant en performer Emiel Joormann, afkomstig uit het Friese dorp Donkerbroek), plotseling de drang een voorstelling te maken. Daar, tussen de witte lijnen van de parkeervakken, wordt O Ratelslang, geil beest geboren.

In de voorstelling gaat Darktrousers dood en probeert Joost Oomen, met hulp van het publiek, de jongen weer tot leven te wekken. Hoe? ‘Het is de minst coronavriendelijke voorstelling die je je kunt voorstellen’, vertelt Joost enthousiast via de webcam. ‘Mensen moeten zingen, elkaar aaien, blokfluiten delen, met rijst gooien en zo.’ Dan enigszins bedroefd: ‘Ik weet niet of je mensen ooit nog zover gaat krijgen om samen op een blokfluit te blazen.’

De clandestiene voorstelling op Oerol wordt een succes, en het jaar erop mogen ze op het echte festival staan. Afgelopen zomer zouden ze op theaterfestival De Parade spelen, maar wanneer we elkaar spreken is Nederland net de tweede lockdown ingegaan: alle optredens van Oomen zijn voorlopig gecanceld.

De crisis is Oomen niet in de koude kleren gaan zitten, en niet alleen door het wegvallen van optredens: zijn vader is arts in een ziekenhuis dat zwaar onder druk staat door corona. Maar Oomen is niet het type om openlijk te balen. Liever richt hij zich op de mooie dingen: zijn nieuwe roman, bijvoorbeeld.

Voor Oomens roman Het Perenlied, in november verschenen bij uitgeverij Querido, stond O Ratelslang, geil beest aan de basis.

‘Hoe kun je ongeremde vrolijkheid in je kunst brengen zonder dat het klef wordt? Met die vraag speelde ik in O Ratelslang en ik heb geprobeerd dat onderzoek voort te zetten in mijn roman. Ik wil de wereld vrolijker en minder efficiënt maken. Dat probeer ik op het toneel, maar dat kan ook op papier.’

Oomen schreef eerder twee dichtbundels en een novelle. Het Perenlied is zijn eerste roman. Dat die vrolijk maakt is zeker en dat begint al bij de geboorte van het hoofdpersonage: de Bietenkoningin.

Terwijl de vader van de Bietenkoningin drie bieten kookt, wordt hij overvallen door verdriet en lust. Denkend aan de liefde van zijn leven, de man die hij verloor tijdens de aanslag op de Twin Towers, kan hij het niet laten in de keuken te masturberen. Wanneer een deel van zijn zaad in de pan met bieten terechtkomt, ontspruiten er bloemen en bladeren uit de pan die elkaar vinden en in een psychedelisch schouwspel samenklonteren. Als de bieten weer zijn neergedaald, ligt er een klein paars mensje in de pan. En dan is de roman nog maar net begonnen.

De vakjury van de Volkskrant voorspelt de talenten van 2021 in vijf vakgebieden. En we vroegen de talenten van 2019 hoe ‘hun’ jaar is verlopen.

Oomen schreef het grootste gedeelte van zijn roman binnen een maand, tijdens een schrijfresidentie in Sluis, Zeeuws-Vlaanderen. Zijn telefoon mocht hij alleen gebruiken om af en toe met zijn vriendin te bellen. Verder was er geen afleiding.

‘Het is heerlijk om met zo’n roman helemaal in een trip te verzanden. Ik sliep in het huis van Tini, een oudere vrouw die haar huis had uitgeleend voor de residentie. Zij zat zelf in Thailand, dus ’s ochtends werd ik alleen wakker in dat vreemde, oude huis. Dan ging ik dansen, wat heel goed kon door de vrije ligging, en daarna trok ik mijn pantoffels aan en begon ik te schrijven. Dat deed ik van 10 tot 7. Met de hand, zodat ik niet zou worden afgeleid door Facebook en Instagram. Daarna had ik vaak erge honger en moest er wat gegeten worden. Vervolgens begon ik alles uit te typen, aan het mooie bureau van Tini.’

Joost Oomen werd in 1990 geboren in De Bilt, maar groeide op in IJsbrechtum, een dorpje tegen de zoom van Sneek. Zijn jeugd was volgens Oomen typisch Fries: ‘Ik ben verliefd geweest op een koe en ik viel regelmatig in de sloot. Dat soort dingen.’

Oomen raakte al jong in de ban van muziek, een passie die  hem uiteindelijk bij het dichterschap bracht. ‘Ik drumde in een bandje met twee gasten die elkaar constant in de haren vlogen over de vraag wie de bandleider was. Dat was ik zat en ik besloot iets te zoeken wat ik zelf kon doen en dat ook met ritme te maken had. Zo kwam ik bij poëzie terecht. Ik trok Lucebert uit de kast van mijn ouders en toen ik in het begeleidende tekstje over zijn wilde schrijversleven las, dacht ik: dit wil ik ook! Daarna ben ik heel veel poëzie gaan lezen. Dan liep ik met een dikke bundel van Simon Vinkenoog onder mijn arm naar het bos en in de struiken ging ik de gedichten hardop aan mezelf voorlezen, in de hoop dat ik zou gaan trippen.’

null Beeld Eva Roefs
Beeld Eva Roefs

Als 17-jarige ging Oomen net als zijn streekgenoten naar Groningen om te studeren.

‘Ik dacht dat je Nederlands moest studeren om dichter te worden, dus dat deed ik maar. Via via kwam ik in het circuit van dichtersavonden terecht, waarvoor ik door het land moest reizen. Ik organiseerde samen met Marleen Nagtegaal poëzie-avonden in een leeg kantoor en een verlaten discotheek in Groningen. Daar haalde ik schrijvers uit de Randstad naartoe, zoals Alma Mathijsen en Elfie Tromp. Die konden dan niet meer terug, omdat de laatste trein al was vertrokken. Dan kregen ze de hele nacht gratis bier en werd het één groot feest. Zo heb ik ontzettend veel leuke mensen leren kennen.’

In 2013 werd Oomen voor twee jaar benoemd tot stadsdichter van Groningen. Inmiddels is hij een graag gezien gezicht als organisator en performer (met onder andere de garagejazzband Kruidkoek) en nu dus ook als romancier. Maar wat hij ook doet: ongeremde vrolijkheid blijft zijn handelsmerk.

Zijn toekomstdroom heeft hij helder voor ogen: ‘In café De Bastaard in Utrecht en kreeg ik opeens een gratis biertje van de barman, omdat die mijn novelle had gelezen. Nu is het mijn doel om in elke kroeg in Nederland herkend te worden en een biertje te krijgen van een bewonderaar.’ Met grote armgebaren: ‘Hoe prachtig zou dat zijn!?’

Voor de toekomst heeft Oomen genoeg plannen. ‘Mijn novelle De zon als hij valt verschijnt in het Italiaans. En in januari komt een plaat met de band Kruidkoek: ons nummer Vruchtjes eten verschijnt dan op vinyl. Ik wil ook beginnen aan een nieuwe roman over mensen die op de maan gaan wonen en daarnaast  weer poëzie maken. En natuurlijk: zodra het kan weer heel veel optreden.’

5 vragen aan Joost Oomen

Wat zijn je drie favoriete nummers van het afgelopen jaar? Biebelebons van Willie Darktrousers & De Splinters, Maskers af van Elly en Rikkert en Vruchtjes eten van Kruidkoek.’

Wie zou je zelf naar voren schuiven als het talent van 2021? ‘Mijn vriendin Helena Hoogenkamp, die komt in februari met een killer van een roman (Het aanbidden van Louis Claus, De Bezige Bij, red.).’

Aan welke raad heb je in 2020 het meest gehad? ‘Hoop op niks.’

Wat was je bewondermoment van 2020? ‘Andrew Lloyd Webber had zich op zijn oude dag als proefpersoon voor een coronavaccin ingeschreven omdat hij het belangrijk vond dat de cultuursector snel weer zou kunnen draaien.’

Op welk moment had je zelf door dat je goed bezig bent? ‘Op het festival Into the Great Wide Open moest ik met een gedicht een band aankondigen. Dat was een gigantisch veld met heel veel mensen, dus ik was bloednerveus. Toen ik zei dat ik een gedicht ging voordragen, riepen de punkers in het publiek: ‘Spelen!’ Maar toen ik begon, kreeg ik het hele veld mee. Dat was geweldig.’

null Beeld Eva Roefs
Beeld Eva Roefs

Talent nummer 2

Gerda Blees
Laat 25 vertellers spreken: kunnen we leven van licht?

Een krantenartikeltje over een vrouw uit een woongroep die overleed omdat ze probeerde te leven van licht, inspireerde Gerda Blees (35) tot het schrijven van de originele roman Wij zijn licht, waarin maar liefst 25 vertelstemmen zich uitspreken over de dood van de vrouw. Hadden haar woongroepgenoten moeten ingrijpen? ‘Ik ben geïnteresseerd in dingen die extreem fout gaan’, aldus Blees, die zelf in een woongroep woont en de dynamiek tussen de leden feilloos heeft weten op te tekenen.

Blees gaf jarenlang les in communicatietechnieken op universiteiten tot ze een meer artistieke richting insloeg. Ze zit op de Rietveldacademie en bracht dit jaar drie maanden door op de Jan van Eyck Academie om te werken aan een apparaat dat de laatste gedachten van stervenden kan opnemen. Eerder schreef ze de verhalenbundel Aan doodgaan dachten we niet (2017) en de poëziebundel Dwaallichten (2018). Ze won de Nieuw Proza Prijs en het C.C.S. Crone-stipendium.

Talent nummer 3

Simone Atangana Bekono
Schrijft op haar best in passages over racisme.

Vorig jaar werd Simone Atangana Bekono (29) door de Volkskrant ook al tot derde talent uitgeroepen. Toen vanwege haar bundeling van gedichten en brieven, getiteld Hoe de eerste vonken zichtbaar waren. Het was in 2016 haar afstudeerproject van Creative Writing ArtEZ en ze won er de Poëziedebuutprijs mee.

Dit jaar leverde Atangana Bekono’s debuutroman Confrontaties een tweede podiumplaats op. Confrontaties gaat over de 16-jarige Salomé die vastzit in een jeugddententiecentrum. Ze voelt zich nergens echt thuis: niet bij haar van oorsprong Kameroense vader, niet bij haar Nederlandse moeder en al helemaal niet op het gymnasium waar ze op zit. Racisme is een belangrijk thema in dit debuut; het levert de sterkste passages op. Als Salomé langs een azc loopt komt er een man zwaaiend op haar af: ‘Wel-kom in Ne-der-land!’ ‘Atangana Bekono maakt de hoge verwachtingen waar’, schreef een van onze recensenten, die Confrontaties dit najaar met vier sterren bekroonde.

Bo van Houwelingen

null Beeld  Eva Roefs
Beeld Eva Roefs

Literair talent van 2020

Iduna Paalman (29)

‘Mijn verkiezing tot literair talent van 2020 kwam precies drie maanden nadat mijn poëziedebuut De grom uit de hond halen was verschenen, dat was een heel gelukkige samenloop van omstandigheden. Afgelopen jaar begon ook heel goed, ik mocht door het hele land optreden. Als klap op de vuurpijl werd mijn bundel genomineerd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs en de C. Buddingh’-prijs en ontving ik in de zomer de Poëziedebuutprijs 2020. Helaas gingen er door corona een boel optredens niet door, onder andere op Lowlands en Noorderzon, daar heb ik wel even flink van gebaald. Maar het gaf ook ruimte om me terug te trekken en veel te lezen. En gelukkig waren er mooie alternatieven, zoals podcasts en livestreams. Veel organisaties hebben er echt iets van weten te maken, zoals de onlineversie van De Nieuwe Nachtmis in Tivoli waarvoor ik een gedicht schreef, dat op 24 december te zien zal zijn. Ik ben nu bezig met nieuwe gedichten. Een volgende bundel maken is toch niet zo vanzelfsprekend, het is spannender, omdat er nu meer verwachtingen zijn dan bij een debuut. Ik hoop dat ik de nieuwe bundel eind 2021 of begin 2022 kan uitbrengen.’

De vakjury van de Volkskrant voorspelt de talenten van 2021 in vijf vakgebieden. En we vroegen de talenten van 2019 hoe ‘hun’ jaar is verlopen.

Meer over