INTERVIEWJOOP VAN DEN ENDE

Joop van den Ende voorspelt een verarming van het theateraanbod: ‘De theaters zullen op safe spelen’

Joop van den Ende: 'Ik verwacht dat er in september 2021 een vaccin is, en dan lopen de zalen weer vol.' Beeld Frank Ruiter

De Volkskrant sprak theaterproducent Joop van den Ende (78) over de toekomst van het theater tijdens de coronacrisis. ‘We moeten een gemeenschappelijke visie hebben.’ 

Toen medio maart alle theaters dicht moesten, brak er na een korte periode van ongeloof en verbijstering al vrij snel paniek uit. Hoe lang zou dit gaan duren? Waar moesten al die artiesten heen? Wat te doen met die leegstaande theaters? En wie gaat die enorme klap financieel opvangen?

Cultuur in de knel. Op televisie verschenen al snel de pleitbezorgers van de sector. Journalist Cornald Maas werd vaste gast bij M, acteurs Huub Stapel en Jon van Eerd verschenen bij Op1, Ramsey Nasr toonde bevlogen passie bij Buitenhof. Uitstekende stemmen en statements, maar de grote vraag was: waar is Joop?

Inderdaad: waar was Joop van den Ende, die al heel lang vaste talkshowgast is, niet alleen als er nieuwe producties te promoten zijn, maar vooral ook als er in algemene zin iets in de cultuur of cultuurpolitiek aan de hand is? Steeds vaker manifesteerde de voormalige televisie- en theaterproducent zich als de man met ervaring, older and wiser, en soms ook een beetje sadder misschien.

Maar midden in de crisis, toen de hele culturele sector in lockdown ging, was Van den Ende nergens te bekennen. Waarom niet?

Het antwoord op die vraag gaf hij afgelopen week, in zijn kantoor aan de Amsterdamse Zuidas. Na enig aandringen stemde hij toe in een interview, nadat hij de afgelopen maanden talloze verzoeken daartoe had afgewezen.

‘Die eerste maand vond ik het erg verwarrend allemaal, net alsof je in een boksring knock-out was geslagen. Ik heb in mijn leven veel crisissen meegemaakt, ups en downs, mislukkingen, successen. Maar tijdens de financiële crisis van 2008 maakten wij zelfs winst, want de mensen kwamen toch naar het theater, ze zochten verstrooiing. In tijden van crisis wordt de behoefte aan entertainment alleen maar groter. Maar dit is anders, nu is er ineens niets, nul. Ik wist het even niet meer, ik was lamgeslagen.

‘Daarbij kwam dat ik in die periode een zware rugoperatie moest ondergaan waarvan ik nog aan het herstellen ben. Maar het gaat de goede kant op. Mijn vrouw Janine heeft mij als een leeuwin bewaakt en ik heb zo veel mogelijk afstand genomen. Ik ben nu 78, maar heb nog wel een enorme energie. Intussen besef ik steeds meer dat deze crisis een veel groter probleem gaat worden dan we tot nu toe hebben gehad.’

De theatersector is de afgelopen maanden mondiger geworden, iedereen smeekte om steun. Heeft dat u goed gedaan?

‘Iedereen vocht voor zichzelf, voor zijn eigen bedrijf. Begrijpelijk, want iedereen staat in de overlevingsmodus. Maar er was weinig gemeenschappelijks, ik miste een gemeenschappelijke visie van de kunstwereld, een visionaire vertegenwoordiger. Weet je wat ik bijzonder vond? Dat we sinds lange tijd weer een minister hebben die kunst serieus neemt en met 300 miljoen euro extra over de brug kwam. Lang niet genoeg, maar toch: na al die jaren van bezuinigen en kunst wegzetten als hobby vond ik dat een verademing. Toch werd zij met pek en veren besmeurd. Wij moeten niet mopperen, maar met plannen komen. Het publiek wil dat geklaag en gezeur niet, het publiek houdt niet van losers, het publiek wil mooie kunst.  Het zou goed zijn als iemand vanuit de kunstwereld ervoor zorgt dat we wat meer naar elkaar luisteren, en niet meteen hoog in de boom klimmen. Bij de opening van het Nederlands Theaterfestival in 2011 heb ik het al gezegd: wij hebben een gezaghebbend iemand nodig die namens de hele cultuursector met de minister en met de overheid praat.’

Zou u die iemand zelf willen zijn?

‘Nee, ik vind namelijk dat je daarvoor erudieter moet zijn. Je kunt mij alles vragen over economie, over cultureel ondernemen, over sociale problemen, en ik heb zeker een mening over kunst, maar ik heb niet voldoende kennis van zaken. Het is complexe materie.’

Waar zullen de grootste klappen vallen?

‘In Nederland hebben wij ongeveer 150 podia met 500 of meer stoelen. Ik heb berekend dat er zo’n 600 tot 800 miljoen bij moet, wil je alles overeind houden. Dat geld hebben de gemeenten niet, en zij zijn verantwoordelijk voor die gebouwen en de mensen die er werken. De komende twee jaar voorspel ik een halvering van die podia of een halvering van de programmering. In die programmering zullen de theaters op safe spelen: bekende namen, bekende titels. Dat resulteert in een verarming van het aanbod, een kaalslag in de kunst. Dat is gevaarlijk, maar daar hoor ik in die talkshows niemand over.’

De VandenEnde Foundation ondersteunt het DeLaMar Theater in Amsterdam financieel. Is dat vol te houden?

‘Met extra financiële ondersteuning kan dat, ja. We hebben de begroting voor de rest van dit jaar in die zin op orde. In januari 2021 hopen we dat er wat meer mogelijk is, dat er weer meer mensen in mogen en er breder geprogrammeerd kan worden. Kleine producties met twee man zijn leuk, maar op den duur is dat niet vol te houden voor een groot theater. De Foundation is nu samen met het Prins Bernhard Cultuur Fonds, het VSB-fonds en de BankGiro Loterij bezig een apart fonds op te zetten waardoor aanpassingen in theaters en musea mogelijk worden en plannen voor nieuwe initiatieven in de anderhalvemetersamenleving kunnen worden gesteund. Wij zijn nog in gesprek met andere fondsen. Met dat plan komen we binnenkort naar buiten.’

Joop van den Ende werd, zoals hij dat zelf noemt, ‘door het theater aangeraakt’ toen hij als jongeman lid was van een jeugdtoneelvereniging in Amsterdam-Oost. ‘Mijn hele leven is daardoor veranderd. Ik woonde in de Indische buurt, kwam uit de lagere sociale klasse, ging naar de ambachtsschool om timmerman te worden, vond voetballen niks, en wilde op een podium staan. Jazeker, ik speelde ook hoofdrollen, ik was de zigeunerhoofdman en we speelden stukken van Molière. Een juffrouw nam ons mee naar de Stadsschouwburg en het eerste dat ik daar zag was de Gysbrecht van Vondel, met Johan Schmitz en Ellen Vogel. Ik begreep er geen zak van, maar vond het prachtig, die taal, die voordrachtskunst, dat grote lijsttoneel, die kostuums! Ik was verloren.’

Heeft u het theater de afgelopen maanden gemist?

‘Vorige week was ik voor het eerst weer in het DeLaMar Theater, bij de casting voor een nieuwe musical over Lady Di, Diana & Zonen. Mijn dochter Iris heeft een eigen bedrijf, MediaLane, en produceert daar sinds vorig jaar ook musicals mee, waaronder dus Diana. Ze heeft me gevraagd haar daarbij een beetje te helpen. Nee, ik produceer daar niets, mijn laatste eigen producties waren Was getekend: Annie M.G. en Tina Turner. Daarna ben ik gestopt en daarom was die castingdag voor mij een feestdag. Ik kreeg die dag ook bericht dat mijn zoon Vincent, die muziekproducer is, een nummer-1-hit heeft in Australië. Ik werd erg gelukkig die dag.’

'We merkten dat het musicalaanbod qua niveau naar beneden ging. Dan reserveer je in DeLaMar dus drie maanden voor Mandela, en blijkt dat een heel slechte voorstelling te zijn.'Beeld Frank Ruiter

Waarom bent u gestopt bij Stage Entertainment?

‘Toen ik 70 werd heb ik besloten langzaam te gaan afbouwen, en het bedrijf in fasen te verkopen. Het bedrijf in de familie houden was geen optie: mijn kinderen gingen hun eigen weg, Janine had niet de ambitie een groot bedrijf te leiden. Het gaat om drieënhalfduizend mensen die er werken, en een omzet van 500 miljoen. Die verkoop is in 2018 geheel afgerond, en dit is mijn nieuwe leven: ik hoef geen enkel kaartje meer te verkopen, maar mag met de VandenEnde Foundation kunstenaars ondersteunen, beurzen toekennen, cultureel ondernemerschap stimuleren. Mag ik je twee mooie voorbeelden geven? Wij zijn nu vijf jaar founding partner van het Opera Forward-festival, dat is nu een van de leukste operafestivals in de wereld. En Janine en ik ondersteunen ‘Meer muziek in de klas’, een project om de muzieklessen weer op de basisscholen terug te krijgen, en waarvan koningin Máxima erevoorzitter is.’

Uw kantoor zit in het pand vlak naast dat van Stage Entertainment, waar nu de vlag van de musical Tina Turner wappert. Is dat niet lastig?

‘Ik ben bewust aan deze kant van het gebouw gaan zitten, dan kijk ik niet uit op Stage Entertainment, begrijp je? En wat Tina betreft: als je je internationale carrière als producer kunt afsluiten met Tina Turner, mag je blij zijn, toch? De rechten van de Nederlandse versie liggen overigens bij Stage Entertainment, dus bij Albert Verlinde, dat was onderdeel van de verkoop. Ik was niet bij de Nederlandse première, dat klopt. Als iemand zijn eigen weg wil gaan, ga ik daar niet voor staan.’

U hebt Albert Verlinde destijds bij Stage Entertainment Nederland binnengehaald, hij is daar nu directeur. Zijn u en hij in goede harmonie uit elkaar gegaan?

‘Dat is in de Albert Verlinde-harmonie gegaan.’

Wat is dat, de Albert Verlinde-harmonie?

‘Precies wat ik zeg. Iedereen kent Albert Verlinde toch? Albert is een solist, en dat is zijn goed recht. Daar wil ik het graag bij laten.’

Nu lijkt het alsof er een soort kilte tussen u beiden is?

Dat is een interessant woord, kilte. Ja, kilte is een mooi woord. Ik denk dat je gelijk hebt: er is geen warmte tussen Albert en mij. Er is ook geen ruzie, maar ik heb geen contact meer met hem. Hij heeft niet de behoefte met mij te praten, en dan dring ik mezelf ook niet op. Ik ben nog steeds hartstikke trots op dat bedrijf en vind het verschrikkelijk hoe die crisis daar nu ook toeslaat. Maar Stage Entertainment zal er goed uitkomen.’

Vorige week ontstond in musicalkringen de nodige commotie toen bekend werd dat de stichting MusicalMakers door de Raad van Cultuur werd beloond met een jaarlijkse subsidie van 750.000 euro. Voor de andere gegadigde, het bekendere M-Lab, waren de druiven zuur. MusicalMakers is een productiehuis dat nieuwe vormen van muziektheater gaat ontwikkelen, in samenwerking met het DeLaMar Theater, en de VandenEnde Foundation legt er jaarlijks 7,5 ton bij, om meer armslag te geven en een eigen gebouw te kunnen huren. De conclusie was snel getrokken: ook nu gaat het geld weer naar Van den Ende. Zo stond het min of meer ook in de Volkskrant.

U was boos en belde met de vraag: Waarom hebben jij en jouw krant zo’n hekel aan mij?

‘Ik moest dat even kwijt, ja. Ik haal bij 99 procent van wat er over mij wordt geschreven mijn schouders op. Behalve als ze me onbetrouwbaar noemen, of betichten van oneerlijk zijn, dat flik je mij namelijk niet. Als er een negatieve recensie in de krant staat, is dat niet leuk, maar dat hoort erbij. Sterker nog: als zo’n recensie goed is onderbouwd, hebben we er ook nog wat aan. Maar beticht worden van het feit dat ik oneigenlijk geld binnen hark, dat pik ik niet. In jouw artikel werd gesuggereerd dat ‘het geld nu gaat naar degene die bijna-musicalmonopolist is, lees: Joop van den Ende’. Dat is zo onterecht: ik produceer niets meer, ik heb geen kaartje meer te verkopen. Geraakt worden in je ijdelheid, daar kom je overheen, maar als het persoonlijk en kwetsend wordt, raakt mij dat diep. Dat kun je toch niet zo maar laten passeren? Het gaat om respect. Als we allemaal wat meer respect voor elkaar zouden hebben, wordt de wereld een stukje beter.’

Er werd gesuggereerd dat MusicalMakers snel is opgericht om subsidie binnen te halen. Klopt dat?

‘Toen de Raad voor Cultuur begin 2019 bekendmaakte dat er geld zou moeten komen voor een musicalproductiehuis, hebben wij meteen een werkgroep ingesteld om een opzet daarvoor te maken. Ik vond het een overwinning dat er nu eindelijk erkenning was voor musical als volwaardige podiumkunst.  We hebben dat plan in alle rust, en dus niet op een achternamiddag zoals werd gesuggereerd,  voorbereid.  Dat MusicalMakers nu door de Raad is gehonoreerd, kwam ook voor ons als een verrassing. Maar terecht is het wel .’

Moet MusicalMakers ook iets doen aan het ontwikkelen van nieuwe Nederlandse musicals?

‘Zeker, en dat is nodig. We merkten dat het musicalaanbod qua niveau naar beneden ging. Vooral nieuw gemaakte producties vielen tegen. Dan reserveer je in DeLaMar dus drie maanden voor Mandela, en blijkt dat een heel slechte voorstelling te zijn. Of je zit met zoiets als ’t Schaep met 5 Pooten opgescheept. Waarom wordt dat in vredesnaam gemaakt? Maar goed, het ontwikkelen van nieuw repertoire is het moeilijkste wat er is, en zeer kostbaar. Daarom is het goed dat er nu zo’n productiehuis voor nieuwe en cultureel diverse musicals komt.’

In die zin een gewetensvraag: bent u jaloers op het succes van Soldaat van Oranje, de musical?

‘Ik zou er jaloers op moeten zijn, maar ik ben het niet. Ik ken Fred Boot, de producent, goed, dat is een serieuze, zorgvuldige jongen. Hij heeft er lang aan gewerkt, en heeft uiteindelijk een financier gevonden. Aan ons is toen gevraagd of we mee wilden doen, maar daar heb ik nee tegen gezegd. Om de simpele reden dat we er dan weer 1000 stoelen bij zouden hebben, terwijl Stage al twee eigen theaters bezit. Het succes is inderdaad ongelooflijk, en verrassend. Na anderhalf jaar ben ik gaan kijken en de show blies me omver. Ik vond het erg goed gedaan. Eigenlijk is het meer een attractie dan een musical, vind ik. Ze gaan er nu mee naar Londen en je zult zien dat de Engelse pers dit zo zal typeren, als een attractie. Een heel bijzondere attractie, dat wel, en een heel theatrale attractie.’

Van den Ende vertelt hoe hij vorig jaar naar voorstellingen is geweest die hem deden beseffen dat het tijd is voor andere verhalen en diversiteit in het theateraanbod. Zo was hij enthousiast over de voorstelling Melk & Dadels van Rose Stories, een satirische mix van cabaret en toneel door vier Marokkaanse vrouwen. Ook was hij diep onder de indruk van de solovoorstelling Ja van Nasrdin Dchar. We kunnen niet langer de ogen sluiten voor een wereld die verandert, vindt hij, en dat moeten we terugzien in de programmering van het DeLaMar Theater. Daarom heeft hij twee jaar geleden Andreas Fleischmann, die toen directeur was van De Meervaart en daar veel ervaring had met theatermakers uit andere culturen, gevraagd naar het DeLaMar te komen. Fleischmann zei toen meteen dat je de noodzakelijke verandering niet alleen bereikt door een veelkleurige programmering, maar dat die diversiteit in alle lagen van de organisatie moet doordringen.

Hoe ziet u de toekomst? Zal het theater deze crisis overleven?

‘Ja, daar geloof ik heilig in. September 2021, daar zet ik mijn stip, dan moet alles weer normaal zijn. Als een theaterproducent mij nu om advies zou vragen, zou ik zeggen: breng je kosten terug, investeer voorlopig niets, maak nu geen grote nieuwe dingen, hooguit iets kleins, wacht tot september volgend jaar, en probeer in de tussentijd te overleven. Tegen die tijd verwacht ik dat er een vaccin is, en dan lopen de theaters weer vol.’

Naar aanleiding van dat artikel in de Volkskrant zei u: ‘ik wil ook wel eens een compliment’. Voor iemand van 78, die marktleider is geweest met drie grote media- en theaterbedrijven, vond ik dat opmerkelijk en bijna ontroerend.

‘Als je het zo zegt, snap ik wat je bedoelt. Mijn hele leven heb ik examen gedaan, al mijn werk is altijd beoordeeld en gerecenseerd. De recensies van de tv-shows die ik maakte waren bijna altijd slecht. Als er eentje wel goed was, daalden de kijkcijfers. Gelukkig is er over het theater en de musicals over het algemeen wel goed geschreven. Maar nu wil ik geen examen meer doen. Nu wil ik de kunsten en de kunstenaars verder helpen, daar ben ik trots op. Mijn doel is beter te worden in de bestuurlijke kant van dit werk, want dat is de toekomst van mijn werkend leven. 

‘Kijk, het is allemaal privégeld dat wij uitgeven. Ik heb daar hard voor gewerkt en ja, het heeft mij geen windeieren gelegd. Ik had mijn geld ook kunnen besteden aan nog meer luxe. Maar dit leek mij op een of andere manier zinvoller.’

Talenten

De VandenEnde Foundation heeft de afgelopen jaren opmerkelijke talenten als de gebroeders Jussen (piano), Nina Spijkers (theater), Gijs Idema (jazz) en de Junior Company (Nationaal Ballet) ondersteund. Ook dit jaar zijn weer veertig beurzen toegekend, voor talenten die aan internationale scholen als The Juilliard School (New York) en en Royal Academy of Music (Londen) kunnen studeren. De afgelopen jaren ondersteunde de Foundation ontwikkelingsinstellingen als Likeminds, Dox, Jeugdtheater Hofplein en Open Space Contemporary Art.

DeLaMar

DeLaMar Theater in Amsterdam presenteert de komende maanden de aangepaste programmering ‘Klein publiek, groot gebaar’. Hierin kunnen artiesten met hun eigen voorstelling optreden volgens het geldende anderhalvemeterprotocol. De opbrengst van de kaartverkoop gaat volledig naar de artiesten zelf. De komende maanden zijn onder meer Renée van Wegberg, Willemijn Verkaik, Ellen ten Damme en Stefano Keizers te zien.

Meer over