TaalgebruikWoord van de week

Jeukend jargon van de week: eens

Dialect, jeukend jargon, straattaal of neologisme – elke week ontwaart de Volkskrant een opvallend woord. Zoals dit kantoorjargon: eens.

Djuna Kramer

Het zou me niets verbazen als de taalwetenschappers van de toekomst ontdekken dat het videobeltijdperk zijn sporen heeft nagelaten in ons kantoorjargon. Wie de hele dag via een scherm vergadert, gaat daar vanzelf naar communiceren. Het moet helder, kort en duidelijk gearticuleerd. De boodschap moet zélfs overkomen als er kinderen/katten/echtgenoten achter je gesprekspartners langs bewegen of als verschillende buren tegelijkertijd de boor ter hand nemen. De vergadering must go on, al is één collega al vijf minuten bevroren met zijn mond halfopen en steekt een andere van wal zonder zijn microfoon eerst te hebben aangezet.

Volgens mij moeten we de opkomst van het woord ‘eens’ – in de betekenis van ‘ik ben het met je eens’ – tegen deze achtergrond zien. Ik had het weleens eerder gehoord, maar in videovergaderingen vliegen de ‘eensen’ pas echt in de rondte. Het werkt zo: een collega presenteert zijn idee, de rest roept in koor ‘eens!’, en huppakee, door naar het volgende punt. Wel zo praktisch, want als iedereen zou zeggen: ‘Mijn mening strookt grotendeels met wat Anne-Claire net inbracht’ of ‘Inderdaad, laten we voorlopig van dat scenario uitgaan’, zou niemand meer weten wie er aan het woord was.

‘Eens’ betekent: praat vooral door, ik neem het woord niet van je over, ik ben niet van plan ons langer dan nodig aan het scherm gekluisterd te houden met mijn kanttekeningen, ik ben zó efficiënt dat zelfs de woorden ‘ik ben het met je...’ mij te lang duren. ‘Eens’ is het verbale equivalent van het duimpje omhoog; perfect voor onlinecommunicatie, minder geschikt voor echte, genuanceerde gesprekken. Daarom zou ik willen voorstellen dat het niet mee terugverhuist naar de vergaderruimten van de fysieke wereld. Iedereen eens?

Meer over