Jeugdtheater

Wat heb je grote ogen is een locatieproject voor kinderen en speels ingestelde volwassenen, die op een bonte tocht door Almere worden meegevoerd....

Vertrekpunt voor deze hedendaagse interpretatie van het sprookje Roodkapje is het kantoor van BonteHond. Vervolgens komen spelers en kijkers terecht in een trip die flink schudt aan de grondvesten van het sprookje. Ook het onderscheid tussen illusie en werkelijkheid in de straten van Almere verdwijnt gaandeweg.

Bij aanvang ondergaan de toeschouwers een inspectie door een jagerstype dat communiceert in autoritaire scheidsrechterfluitsignalen. Gewapend met een mandje waaruit instructies klinken gaan de kijkers op pad.

In een smaakvol ingerichte binnenlocatie duikt grootmoeder op. Via een televisiesysteem dat een zorgvuldig bewakingssysteem moet suggereren, worden de wolf, Roodkapje en de jager geïntroduceerd. Daarna volgt de toeschouwer buiten, langs fraaie en indrukwekkende locaties, de woeste maar veelal onhandige achtervolging van de wolf door de jager. De nieuwe architectuur en de prachtige waterpartijen zijn slim benut; maar wat belangrijker is, de verhoudingen tussen de wolf, de jager, grootmoeder en Roodkapje kantelen voortdurend. Spant grootmoeder nu wel of niet samen met de jager, wat voor sentimenten koestert de wolf eigenlijk voor Roodkapje en andersom?

De vrijwel tekstloze, uiterst fysieke rolbehandeling (met name grootmoeder en Roodkapje krijgen een aangename gekte mee) biedt ruimte voor de fantasie van de kijker. Tegelijk spelen de acteurs dicht op hun bezoek en betrekken ze hen op komische wijze bij hun queeste. Kijken naar merkwaardige mensen in een realistisch decor maakt dat je ook met een andere blik naar de omgeving en de ‘gewone’ passanten kijkt.

Wat heb je grote ogen is een slimme, intrigerende combinatie van beeldend, fysiek theater en spitsvondig werken op locatie. Door medewerking aan dit soort projecten met jonge makers als Elien van den Hoek, is BonteHond een zinvolle impuls. Zowel voor het cultureel vaak als no go area bestempelde Almere als voor de jeugdtheater sector.

Frank Groothof blijft een meester in het jongleren met banale, volkse clichés. In Orpheus en de Hellehond van de Hades voert Groothof de baas van de onderwereld uit de Griekse mythologie op als een volkse patser die eigenlijk meer op heeft met moderne beveiligingstechnieken maar door zijn vrouw is overtuigd om toch waakhonden te nemen.

Tegenover dit zeer herkenbare gegeven plaatst Groothof de finesse van het tangokwartet Quinteto Zárate en een danspaar. De man staat voor Orpheus en de vrouwelijke danspartner voor Euredice, door Groothof als ‘Jurieke’ aangeduid. Deze combinatie levert een fraaie spanning op tussen de koddige volkse versie van de mythe, en de klassieke tragiek van Orpheus die zijn gestorven Euredice achtervolgt tot in het dodenrijk. Mooi is dat Groothof in een aantal rollen uitbundig schmiert met de onbeholpen manier waarop sommige kaaskoppen Latijns-Amerikaanse ritmes aan de borst menen te moeten drukken. Zo meandert door de hele vertelling het thema van de pure, onvoorwaardelijke liefde als een prachtig maar menselijkerwijs haast onhaalbaar gegeven.

Groothof dartelt en stuntelt rond het kwetsbare en tedere danspaar, met midden achter hem op een verhoging het tangokwartet als muzikale getuigen. Deze zetten op zeker moment allemaal even een hanenkammuts op, waarmee zij in één beweging transformeren in het befaamde vijfkoppige monster.

Het enige bezwaar tegen de zuivere ingetogenheid van de muziek is dat die al vanaf de eerste dans zo aanwezig is dat de climax te vroeg is bereikt. Evengoed is het verstilde moment van Euredice – die sufferd van een Orpheus kijkt toch om! – schitterend ingebed in de muziek, als een dramatisch stokkende ademtocht.

Groothof weet een hoog feel good gehalte te koppelen aan een onontkoombare inhoud: liefde in nauwe samenhang met de acceptatie van de dood.

Meer over