Jeugdtheater

Theater maken voor hele kleintjes vraagt om beeldend werken, rond een simpel gegeven waar veel aan te zien is. Dat doet Cees Brandt met Knuffelbos op een rake en eenvoudige manier....

Een miniatuurvrachtwagentje, volgestouwd met verhuisspullen, komt achter een roze boom vandaan die midden op toneel staat. De vlinderfamilie die er woonde, verlaat de boom met zijn kale takken, want in dat dooie ding is niet meer te leven. Ze zijn nog niet weg of twee meisjes dartelen rond de boom om er te picknicken. De twee worden – binnen de engheidsmarge voor kleuters – opgeschrokken door onbestemde geluiden, die van de boom lijken te komen. Waarna de meisjes op allerlei manieren proberen de boom op te fleuren. Een opduikend knuffelbeest is de sleutel voor de oplossing. Aan het eind betrekt een nieuwe vlinderfamilie de boom.

De twee jonge mimespeelsters die Brandt voor dit stuk benaderde, stralen een aangename onbevangenheid uit, die goed bij het stuk en de jonge kijkers past. Er zit precies genoeg gekte in de twee meisjes om het geheel niet te zoet te maken. Prettig gestoord zitten ze elkaar achterna als doldrieste ridders of Batavieren.

De belangrijke troef in Knuffelbos is de sfeervolle en effectieve muziekmontage van Kees van der Vooren. De voorstelling is een muzikaal feelgood-kijkspel met een volwassen dramatisch verloop, een voorstelling die alles behalve kinderachtig in elkaar zit.

Frans Strijards schreef een boordevol betoog rond de menselijke stem en alles waar die voor staat. Kwatta’s artistiek leider Josee Hussaarts regisseerde Stemmen met veel vaart en humor.

De voorstelling doet onherroepelijk denken aan het theater dat Frans Strijards destijds maakte met zijn eigen gezelschap Art en Pro: spitse denkexercities, gedragen door hyperactieve, dikwijls aan de waanzin grenzende personages. Met uitvergrote fysieke tics en grote ritmische precisie als kenmerken. De vraag of dat voor kinderen werkt – het zijn uiteraard de volwassenen die na afloop vinden dat dit misschien niet zo’n kinderstuk is – kan volmondig met ‘ja’ worden beantwoord.

Stemmen is neergezet in een gestileerd decor met een scheef huisje, bekleed met een drakenprint. Inclusief een al even scheef balkon. Centraal staat een jong zangduo, dat ordinaire dijenkletsers brengt. De jongen is een overactief type dat vooral ritme en beweging belangrijk vindt, het meisje weigert nog langer met hem op te treden, omdat ze liever over haar eigen gevoelens zingt, in plaats van in ranzige bars en tenten niemendalletjes te brengen. Stemmen gaat zowel over de letterlijke, menselijke stem als over de figuurlijke betekenis: de stem als – persoonlijke – keuze.

Josee Hussaarts weet wel raad met de toon van de tekst, ze laveert behendig tussen actie en commentaar, betoog en aan ADHD verwante capriolen. Met name Agnes Bergmeijer (de strenge moeder van het meisje) en Gijs Nollen (haar zangpartner) kunnen goed overweg met het hoge tempo, dat vraagt veel spelenergie en beheersing.

De vader van het meisje is het ordinaire brein achter de goedkope deuntjes en probeert het duo te lijmen. Ook de jongen wil graag met haar verder. In feite streven alle personages, inclusief de krantenbezorger die symbool staat voor de journalistiek, naar een happy end, maar doen ze dat allemaal op zo’n onhandige wijze dat er alleen maar ruzie en verwarring uit kan voortkomen.

Strijards permitteert zich in het laatste deel van het stuk wat zijlijnen die het drama, dat dan al open en bloot op de vloer ligt, wat ophouden. Dat levert spel en regie onnodige moeite op met het doortrekken van het crescendo waar de constructie van het stuk nu eenmaal om vraagt. Maar Stemmen is vooral inhoudelijk scherp en gelaagd jeugdtheater, vol komedie en drama, waarin de muzikaliteit van het toneelvak voluit mag.

Meer over