Jeugdtheater

Napoleon gaat in 1812 roemrijk ten onder tegen de Russen. Moskou blijkt te ver. Jeugdtheater Sonnevanck maakt van deze geschiedenis vrolijk, uitbundig muziektheater over twee Twentse soldaten die meetrekken met de kleine Bonaparte....

Kees Kommer (Herman van Baar) is een simpele, nuchtere tukker, zijn maat Johannes Courage (Julian Goldsman) is ambitieus en belijdt de door zijn naam gesuggereerde moed vooral met de mond. In feite is hij net zo bang als Kees. De twee zijn gekleed in fraaie historische soldatenpakken. Om hen heen koffers en kisten, op rechts een zo af en toe rokend kanon en op de achtergrond beschilderde achterdoeken die de wisselende locaties aangeven.

Martin Franke, componist en uitvoerder van de geluiden en de muziek die het verhaal mede dragen, treedt op als verteller en zingt samen met de twee acteurs krachtige driestemmige strijdliederen. Zijn uitgebreide instrumentarium maakt fraai onderdeel uit van het toneelbeeld van Egbert Brehm, dat op speelse wijze een geromantiseerde oorlogssetting neerzet.

Kommer en Courage laat zien wat overleven is. De vrolijke, spitse tekst is door Flora Verbrugge voorzien van een ingetogen, olijke toon. Het geheel oogt als een gretig, collectief product. De twee acteurs voeren een bijzonder geestig paardenduo op (een chique Franse Merrie en een robuust trekpaard uit Amsterdam) als komische noot tegenover het oorlogsleed.

Half gek geworden door de kou en de ontbering, proberen de kameraden thuis te komen. Mooi is het letterlijke en figuurlijke verlies van decorum, dat rangen en standen uiteindelijk terugbrengt tot een en hetzelfde ras. De strijders rollen met elkaar over de grond om het laatste stukje worst. Alleen Kommer haalt de eindstreep.

Het stuk verwijst fijntjes naar de gangbare vooroordelen tegen de provinciale Tukkers. De genegenheid die de rauwe Kommer uiteindelijk opbrengt voor zijn maat, is aangrijpend omdat zijn rol zo herkenbaar kortzichtig, praktisch, kortom menselijk is neergezet. Hetgeen al evenzeer geldt voor Courage met zijn goed bedoelde savoir vivre.

De sprookjesheldin draagt dat befaamde rode kapje liever niet, en krijgt genoeg van altijd maar koekjes brengen naar grootmoeder. Wat nu Roodkapje? Roodkapje wat nu van De Citadel uit Groningen haalt het bestaande sprookje uit elkaar en bevraagt de strekking ervan.

Op een fel oranje speelvloer bewegen de vier acteurs zich onder een overspanning, waaraan uit doek vervaardigde decorstukken hangen. Gestileerde bomen, een stuk van een raam waarachter de ‘moeder van’ haar dochter nakijkt als die op weg gaat naar grootmoeder.

De jonge titelfiguur heeft van meet af aan geen zin in dat kriebelende rode kapje en ze heet trouwens heel anders. ‘Roodkapje’ vraagt zich af wat ze in dat verhaal doet, wil haar eigen pad volgen en eigenlijk het liefst dat sprookjesbos verlaten om zo in de echte wereld terecht te komen. Maar ze ontmoet een jongen die juist erg gesteld is op dat sprookjesbos met al zijn dieren en natuurschoon.

Het contrast tussen deze twee, die verliefd op elkaar worden, staat symbool voor de eeuwige tweestrijd van de mens; dromen en verlangen versus de nuchtere werkelijkheid. De jongen en het meisje ontsnappen uiteindelijk toch uit dat wonderlijke bos.

De acteurs volgen van meet af aan een uitgemeten, ritmisch en muzikaal stramien. De op klassieke klanken geënte muziek ondersteunt de sprookjesatmosfeer, tekst en handeling breken die juist af. Bezwaar is dat de constructie van het geheel opzichtig aanwezig is, hetgeen hem vooral in de tekst zit. Ook houdt de muzikale regie van Frederieke Vermeulen aan het einde geen stand; tekst en concept verliezen elkaar uit het oog.

De kinderen in de zaal zuchten nu en dan onder de herhalingen (‘Roodkapje’ spoelt de vertelling regelmatig terug om haar levenspad een andere wending te geven), sommigen zien daar wel de lol van in. De deconstructie van het sprookje leidt tot verwarring en bevraagt daarmee de sprookjesachtige verdeling tussen goed en kwaad.

Meer over