Jeugdtheater

Bart Deuss..

Mariëlle van Sauers ontving in 2004 de Hollandse Nieuwe Junior Toneelschrijfprijs voor Joachim en M’oma. Die tekst, geprezen om zijn eenvoud en directheid, is nu al even recht door zee op de planken gezet.

Joachim en M’oma heeft de vluchtelingenproblematiek eerder als beginpunt dan als onderwerp. In bredere zin gaat het stuk over ‘verhoudingen’, over ‘groot’ zijn. Het jongetje Joachim, zijn moeder en zijn oma, weren zich dapper maar in ieder leven komen nu eenmaal gebeurtenissen voor die te groot zijn voor een mens alleen. Joachim, een jochie van negen, beschrijft dat in het begin heel letterlijk: toen zijn vader het land uit moest, was hij nog klein, dus was dat verdriet wel erg groot voor zijn nog kleine hart. Nu wil hij sterk zijn, zoals zijn vader dat ook is en ‘hard van binnen’.

De moeder van Joachim mist haar man zo erg dat ze zich opsluit in een kast, bijna een jaar lang. Haar grootheid bestaat er in het verdriet totaal te beleven tot het over is. Oma neemt de zorg voor het kind op zich. Ze put zich uit in doortastendheid en vrolijkheid om de jongen een hart onder de riem te steken. Tegelijk beseft ze dat ze zelf de nadagen van haar leven leeft.

De vormgeving van het stuk is een staaltje goed jatwerk: op de kale vloer geeft een simpel lijnenspel de deuren en muren aan – net als in de film Dogville van Lars von Trier. Aardig aan de hier bedachte variant is dat het lijnenspel uit wit zand bestaat. De spelers trekken met blauwe gieters nieuwe zandstrepen. De keuze voor wit zand verwijst tevens naar Ivoorkust, het land waarnaar de vader van Joachim is teruggestuurd.

De spelers laten het verdriet dat onder de tekst zit voelen zonder sentimenteel te worden. Het is eerder alsof ze verwondert zijn door wat hen overkomt. Verlies en verdriet worden zo een heel transparant en kwetsbaar gegeven dat de drie uiteindelijk bindt en sterk maakt. Tekst en spelers boren een spirituele laag aan die gaat over gemis en de onverenigbare kloof tussen die verre, hagelwitte kust en de Hollandse aarde.

Uit een kast buitelen tal van karakters, in een televisie verschijnt het hoofd van Hare Majesteit, een piano speelt uit zichzelf. In de boeiende wereld van de beginnende schrijver V. Schwrm (geesteskind van auteur Toon Tellegen), roept elk detail vragen op, is niets wat het lijkt.

Regisseur Monique Corvers werkte twee jaar geleden al met deze spelers, een klas studenten van de acteursopleiding in Utrecht, aan dit materiaal. Inmiddels zijn ze afgestudeerd, en heeft Corvers de zeven opnieuw samengebracht.

Ze regisseert Morgen begon ik als een hecht ensemblestuk waarbij de centrale figuur V. Schwrm afwisselend door alle acteurs wordt gespeeld. Die keuze past goed bij wat het verhaal in essentie is: een verzameling denkoefeningen en vragen van een jongen die schrijver wil worden.

Grondtoon van de vertelling is een even herkenbare als onbegrensde onzekerheid over te maken keuzes. Of het nu gaat om de eerste regel van zijn boek (of de laatste), de relatie met de grote wereldproblemen, de verhouding met de koningin, V. Schwrm breekt er zijn kop over.

Tellegen beschrijft de zo herkenbare twijfels die ieder mens omgeven, via het ontluikende schrijversschap. Op toneel zetten de acteurs die gedachten om in prikkelende, grappige situaties. De twijfel van de schrijver krijgt in de handen van deze jonge honden een hilarisch neurotische vorm, hier en daar afgewisseld met een melancholisch moment.

De kinderen reageren primair en verrast op de voorstelling. Baldadig bijna. De jonge spelers staan nog aan het begin van een lange weg vol spelervaring maar geven zich volledig over aan het groepswerk waarin niet de individuele actie maar het groepsresultaat telt. Het lijkt wel voetbal.

Meer over