Klassiek

Je weet niet wat je hoort: Richard Wagner zónder brulboeien en loeiend orkest

Dirigent Kent Nagano en barokensemble Concerto Köln brengen een radicaal ingetogen Rheingold in Amsterdam.

Guido van Oorschot
Concerto Köln repeteert in de Philharmonie in Keulen.  Beeld Sas Schilten
Concerto Köln repeteert in de Philharmonie in Keulen.Beeld Sas Schilten

‘Het begon met borrelpraat’, zegt Kent Nagano (69), de beroemde Amerikaanse dirigent die operahuizen heeft geleid van Los Angeles tot München. Nagano grinnikt aan de telefoon vanuit Keulen. Hij leidt er repetities van Wagners opera Das Rheingold, deel een van het vierluik Der Ring des Nibelungen. Zaterdag komt de equipe naar het Amsterdamse Concertgebouw en als de voortekenen niet bedriegen wordt het een revolutionaire middag.

Dus op die borrel na een tournee zegt een speler van het barokensemble Concerto Köln: fijn, Kent, dat je met ons de 18de eeuw in bent gedoken. Maar wanneer doen we nou eens iets met jóúw specialisme, de 19de-eeuwse opera? ‘Toen zei ik bij wijze van grap: Der Ring des Nibelungen dan maar?’

Allemaal lachen, wat een bak! Zestien uur muziektheater. Zangers bij de vleet. Een orkestbezetting van heb ik jou daar. De barokviooltjes en -hobootjes van Concerto Köln zouden verzuipen, haha! Maar toen het weer stil was klonk de vraag: waarom eigenlijk niet? We hebben toch een wereldnaam in de authentieke uitvoeringspraktijk? Zoals we Bach en Mozart spelen, met historische ideeën op historische instrumenten, dat kan toch ook bij Wagner?

De partituur van Das Rheingold.  Beeld Sas Schilten
De partituur van Das Rheingold.Beeld Sas Schilten

Lang verhaal kort: er kwam subsidie. Een kwartet musicologen ging aan de slag. Men organiseerde lezingen, workshops en een podcast. De projecttitel Wagner-Lesarten, Wagnervarianten, klinkt nogal bescheiden. Want niet eerder werd in de praktijk zo gründlich gepoogd Wagners opera’s te reinigen van verstokte ideeën en aangekoekte gewoonten.

Welke zijn dat zoal? En hoe glimmend rolt Das Rheingold in de NTR ZaterdagMatinee uit de wasstraat?

Het cliché

Brullende zangers boven een loeiend orkest: dat is maar al te vaak de makke bij voorstellingen met een opera van Richard Wagner (1813-1883). Het beestje heeft ook een naam: the Bayreuth bark, de blaf van Bayreuth. In dit Zuid-Duitse stadje opende de componist in 1876 zijn eigen Festspielhaus, met de première van Der Ring des Nibelungen. Nog altijd vindt er ’s zomers een Wagnerfestival plaats. En ook al zit het orkest er op ’s meesters wens onder het toneel: het geblaf is onuitroeibaar.

Kai Hinrich Müller noemt het de Föhnwelle, de klankgolf die bij menig moderne Wagneruitvoering over je heen spoelt. Müller, een musicoloog, leidt het onderzoek waaruit Kent Nagano en Concerto Köln putten. Hij zegt: ‘Vaak blijft er van de nuances die Wagner in zijn partituren noteert weinig over.’

Belangrijke reden: na Wagners 19de eeuw werden de orkesten opgevoerde machines. De zalen die ze moesten vullen werden groter. Violisten verruilden darmsnaren voor metalen snaren. Blaasinstrumenten kregen meer power. Symfonieorkesten werden krachtiger, en als niemand ze tempert zijn de strotten de klos.

Ze bestaan hoor, dirigenten als Iván Fischer en Kirill Petrenko, die orkesten met behoud van betovering intomen. Maar zelden trekt men in het Wagnervak de les die barokmusici bij Monteverdi en Händel allang hebben getrokken. Gebruik historische instrumenten en de ideale balans valt in je schoot.

Slagwerker van Concerto Köln. Beeld Sas Schilten
Slagwerker van Concerto Köln.Beeld Sas Schilten

Oude en nieuwe instrumenten

Wagner was een pietje precies. Voor een rijkere orkestklank liet hij desnoods nieuwe instrumenten bouwen. In de Wagnertuba vond hij milde, diepe kleuren. Voor een presentere middenstem gebruikte hij de Ritterbratsche, een ruimer maatje altviool. Concerto Köln sprokkelde de instrumenten anno 1876 bij elkaar en de musici moesten er soms nog op leren spelen.

Nagano, chef van het Hamburgse operahuis, vindt het een voordeel. ‘Fantastisch toch, musici die geen enkele ervaring hebben met Wagner? Das Rheingold strekt zich maagdelijk voor ze uit, net als voor de musici destijds.’

Hoornist van Concerto Köln.  Beeld Sas Schilten
Hoornist van Concerto Köln.Beeld Sas Schilten

Musicoloog Müller is met de eerste resultaten in zijn nopjes. ‘Een authentiek bezet Wagnerorkest klinkt zachter, transparanter, kleurrijker. Dat is alvast prettig voor de zangers. Maar er is nog iets dat de spanning op de stembanden vermindert. In Bayreuth stemde men de instrumenten een fractie lager dan tegenwoordig.’

De onderzoekers bekeken oude afbeeldingen en vlooiden boeken en verslagen door. In welke opstelling zat het orkest? Glijden van toon naar toon: hoe deed men dat? Wanneer vibreerde men, en hoe? Nagano: ‘Om het uit te proberen namen we de tijd. Ik herinner me een repetitie waarbij we drie kwartier hebben gepraat over de vraag wat Wagner nu precies kan hebben bedoeld met de term martellato, hamerend.’

Dirigent Kent Nagano repeteert met de tenor Thomas Mohr, die in Das Rheingold de vuurgod Loge zingt.  Beeld Sas Schilten
Dirigent Kent Nagano repeteert met de tenor Thomas Mohr, die in Das Rheingold de vuurgod Loge zingt.Beeld Sas Schilten

Libretto en rijm

Als rechtgeaard visionair schreef Wagner zijn operateksten zelf. Daarover is vaak lacherig gedaan. Want wat is dat voor een rijmelaar die zinnen uit zijn pen perst als ‘garstig glatter glitschriger Glimmer’ – gruwelijk gladde glibberige glooiing! Zo moppert de dwerg Alberich aan het begin van Das Rheingold, wanneer de waternimfen die waken over het Rijngoud hem dollen op de rotsen.

‘Stafrijm’, zegt Kai Hinrich Müller. ‘Dat vind ik tot nu misschien wel de grootste ontdekking van ons onderzoek: hoe goed alliteratie in een theatercontext werkt. Voor Wagner begon alles met de tekst: die moest en zou verstaanbaar zijn.’ Nagano: ‘We hebben er zelfs een expert in 19de-eeuws Duits bijgehaald. Die liet de zangers bijvoorbeeld oefenen op een gedekte oe-klank en een wat vetter rollende r.’

Müller: ‘Er kwamen ook minder fraaie zaken aan het licht. Neem Alberich en zijn broertje Mime: die spreken soms matig Duits. Wagner laat ze ook nogal eens ‘schel’ of ‘schril’ zingen. Dat schurkt aan tegen antisemitische clichés uit zijn pamflet Das Judenthum in der Musik. Het zijn toxische rollen.’

Paukenist van Concerto Köln. Beeld Sas Schilten
Paukenist van Concerto Köln.Beeld Sas Schilten

Zingen en acteren

Bij de eerste repetities in Keulen werd niet gezongen, maar gesproken. ‘We behandelden Das Rheingold als een toneelstuk’, zegt Müller. ‘Gaandeweg sloeg het spreken om in verhevigd spreken, met een pianist die de orkestpartij speelde op de achtergrond. Pas op het laatst zongen de solisten voluit. Zo’n aanpak ligt voor de hand, maar in de huidige operapraktijk is er amper tijd voor.’

Wagners droomsopraan heette Wilhelmine Schröder-Devrient. In zijn jonge jaren dirigeerde hij haar in repertoire van de serieuze Beethoven tot de dartele Rossini. Ze zong ook mee in de premières van Wagneropera’s als Der fliegende Holländer en Tannhäuser. Misschien had ze niet eens een ‘stem’, schreef de componist later in zijn essay Über Schauspieler und Sänger, over toneelspelers en zangers. Maar haar acteren! Bij Schröder-Devrient vergat Wagner alle regeltjes over stemmen en zang.

Nagano en Concerto Köln in de Philharmonie. Beeld Sas Schilten
Nagano en Concerto Köln in de Philharmonie.Beeld Sas Schilten

‘In tegenstelling tot nu waren de beroepen niet altijd gescheiden’, zegt Müller. ‘Als experiment zullen de solisten in Das Rheingold ook een paar passages spreken. En bij een woord als ‘Liebe’ valt het orkest even stil. Dan kan de solist het uitlichten met een messa di voce: het langzaam luider en weer zachter worden van de stem. Dat lijkt goedkoop, maar werkt magisch.’

À propos de dartele Rossini. Zijn zonnige belcanto contrasteert met de misthoornkwaliteit die we tegenwoordig associëren met Wagnerheldinnen als Brünnhilde (‘Heiaha! Heiaha! Hojotoho!’). In het moderne operavak liggen Rossini- en Wagnerstemmen mijlenver uit elkaar.

Kent Nagano: ‘Wagners zangers waren dan ook niet de zangers zoals wij ze kennen. Hij zocht heldere stemmen met een uitstekende dictie. Al naar gelang de tekst mochten ze noten inkleuren en versieren. En vibrato was geen automatisme, maar een expressieve keuze.’

Harpist van Concerto Köln. Beeld Sas Schilten
Harpist van Concerto Köln.Beeld Sas Schilten

De proef op de som

Das Rheingold, openingsacte, scène 3. In het ondergrondse oord Nibelheim mept Alberich Mime om de oren. Vort graag met de productie van de Tarnkappe, de toverhelm waarmee iemand van plaats en gedaante kan veranderen. ‘Arme zangers’, zegt Kent Nagano. ‘Bij de tempokeuze volgen we metronoomcijfers die zijn overgeleverd van repetities in 1876. O mijn God, zeiden de solisten bij de eerste bijeenkomst, wat gruwelijk snel!’ Müller: ‘Ze hebben er maanden op moeten studeren. Maar als je de zinnen declameert als in een toneelstuk, kom je vanzelf op zo’n waanzinnig tempo.’

De vraag is of geharnaste Wagnerianen de authentieke aanpak zullen pruimen. Want wat is een Wagnerheld zonder metaal in de stem waarmee hij een orkest kan klieven? En fijn toch dat de tijd van gauw ontstemde snaren en lieve houten fluiten achter ons ligt?

Kent Nagano: ‘Ons project is niet bedoeld als kritiek op de huidige Wagnerpraktijk. Ik ken genoeg prachtige producties. Mij gaat het erom dat we Wagner levend houden voor de 21ste eeuw. Om te beginnen door inspiratie te tanken bij de bron.’

De partituur. Beeld Sas Schilten
De partituur.Beeld Sas Schilten

Richard Wagner: Das Rheingold. Solisten, Concerto Köln o.l.v. Kent Nagano. Amsterdam, Concertgebouw, 20/11. Live op Radio 4, 13 uur.

De enige kans in Nederland?

Wagners cyclus Der Ring des Nibelungen bestaat uit vier opera’s: Das Rheingold, Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung. Kent Nagano en Concerto Köln completeren de reeks de komende seizoenen in concertvorm. Het is nog onbekend of er ook cd-opnamen worden gemaakt. De NTR ZaterdagMatinee neemt alleen Das Rheingold af. In 2019 dirigeerde Jaap van Zweden in de Matinee Die Walküre. In 2023 leidt Karina Canellakis Siegfried.

Meer over