Je voelt de zweepslagen

Toen hij zestien was, beleefde Riccardo Chailly zijn eerste Matthäus Passion: hij las mee in een zakpartituur en raakte volledig uit balans....

GOLGOTHA, de heuvel waar de Gekruisigde azijn en gal kreeg, waarna het woord des profeten in vervulling ging toen men de teerling wierp om Zijn kleding - Chailly was er in juni, toen hij in Jeruzalem op bezoek was met het Concertgebouworkest. Het decor bleek anders dan hij zich had voorgesteld.

'Je betaalt daar, en dan mag je er zelf mee aan de wandel: een eigen kruis. Op de rug, speciaal voor masochisten. Je kunt jezelf ook laten kruisigen voor op de foto. Toen ik bij de basiliek kwam die gebouwd is op de plaats waarvan ze denken dat daar het kruis van Jezus Christus heeft gestaan. . . daar kwam een groep jonge Amerikanen aanzetten in een staat van delirium, alsof ze bezeten waren. Ze vielen flauw, kregen stuiptrekkingen, alsof het epileptici waren.'

Unselges Golgatha (Matthäus Passion, recitativo nr 59). Riccardo Chailly: 'Ik probeer het van me af te zetten. Ik wilde ontroerd worden, en wat ik kreeg was kitsch en hysterie. De steen waar het kruis heeft gestaan: iedereen gillend erop af. Ik respecteer ieders geloof, maar de reli-industrie maakt het gruwelijk.'

Berustend: 'In ons hart hebben we allemaal een visioen van Golgotha, en dat visioen stemt niet overeen met de werkelijkheid. Zeker niet met de werkelijkheid van het huidige Jeruzalem. We denken allemaal aan schilderijen die door de eeuwen heen gemaakt zijn.'

Ja, Rembrandt etste Hollandse grachtenpanden op zijn bijbelvoorstellingen, waarschijnlijk ten onrechte, en wat Bach betreft, op de Olijfberg zullen de jongenssopranen rond 30 na Christus ook wel niet in E-groot en vierkwartsmaat O Mensch, bewein dein Sünde gross hebben gezongen.

Maar kennen we dat gevoel van de pauze na dat slotkoor van deel 1, het vreemde halfuur tussen de delen 1 en 2 van Bachs Matthäus?

We kennen het. Een gevoel van opgetild zijn, van een licht boven het plaveisel zweven, en niet vergeten in de koffie te blazen.

'Getransporteerd zijn naar iets onbenoembaars' - zegt Chailly. 'Toen ik het stuk een paar jaar geleden voor het eerst dirigeerde in Zürich, wist ik na het eerste deel niet of ik moest zitten of staan. Je loopt een beetje. Ik had geen fysieke behoeften. Normaal gesproken zweet een dirigent. Dan drink je water. Niets daarvan bij dit stuk.'

Toen zijn eerste Matthäus was afgelopen, had hij maar één behoefte. 'Opnieuw beginnen. Alles over.'

Dat de drommelse Bach tot over de maatstreep ook je fysieke gesteldheid nog in zijn dramaturgie betrekt: mensen lopen lichter als het is afgelopen, is de ervaring. Chailly: 'Een paar luisteraars in Milaan kwamen me dat gisteren ook weer vertellen. Ik herinner me zelf nog de eerste uitvoering die ik hoorde, toen Abbado in 1969 de Matthäus dirigeerde in het conservatorium in Milaan. Ik was 16. Ik las mee met een zakpartituur en raakte totaal uit balans. Ik moest me afsluiten, me verzetten.'

Het heeft hem tijd gekost, het herstellen van de 'intimidatie' die op hem af kwam. Tot dan toe kende hij Bachs Matthäus alleen van oude platen, met vreemd-majesteitelijke uitvoeringen, waarvan Chailly dacht dat ze zo hoorden. 'Mengelberg. Klemperer. Dat soort.'

Chailly (45): 'Na die avond in het conservatorium heb ik twintig jaar zitten lezen in de partituur, in de volle overtuiging dat ik het stuk nooit zou dirigeren.'

In zijn onschuld voerde hij wel Bachsuites uit, en Brandenburgse concerten. Geen Passion. 'Net als het Requiem van Mozart. Dat werk lees ik, maar ik dirigeer het niet.'

En toen moest het.

Met zijn Jaguar vers uit de wastunnel, komt hij aanrijden door de dorpsstraat waar hij woont met zijn vrouw Gabriela, ver buiten het centrum van Milaan. Drie Matthäussen heeft hij er de afgelopen drie dagen opzitten, in de Milanese Chiesa San Marco, de kerk waar Verdi ooit de première van zijn Requiem dirigeerde. Chailly had het jonge Orchestra Sinfonica Giuseppe Verdi tot zijn beschikking, en het koor van de Bayerische Rundfunk uit München. En het publiek maar geestdriftiger worden, en de kerk almaar uitverkochter - met nóg eens tweehonderd staanplaatsen.

HET PUBLIEK heeft er niet alleen zitten uitkijken op solisten en het Coro van de Radio Bavarese en de rug van Chailly, maar ook op de dramatiek van een zestiende-eeuwse Kruisiging, geschilderd door de Lombardijnse meester Brusca. Losgehaald van een wand, werd het als akoestisch kaatslichaam neergezet achter het kinderkoor van de Scala.

In het publiek werd gehuild. Vanaf het podium werd geluidloos teruggehuild door zangers en musici.

Gabriela Chailly had hoofdpijn, en zat gisteren tegen haar gewoonte in niet bij het publiek, maar in een zijkamer; de deur op een kier. 'Toch vreemd', zegt ze, 'om dan het gesnik erdoorheen te horen van een rijtje toehoorders.'

Chailly: 'Bij het applaus na het slotkoor hoor ik een man met een Milanees accent roepen: ''Doe je dat laatste nummer nou nog over of hoe zit het?'' Telkens als ik voorbijkwam: ''Doe je nog wat over of hoe zit het?'' In Milaan is een soort euforie gaande.'

Anno Zero: Chailly's Matthäus in Milaan moet het begin worden van een nieuwe 'staande traditie', zoals Chailly aan iedereen laat weten. Met het Verdi-orkest heeft hij zich al vastgelegd op zeven cycli, tot in 2005.

Inderdaad: 'Mijn mentor is Mengelberg, de dirigent die honderd jaar geleden net zo'n traditie is begonnen in Amsterdam. Met gevolgen die iedereen kent.' In Amsterdam pakt Chailly dezelfde draad op, met het Concertgebouworkest. Na zijn eerste uitvoeringen in 1999, trekt hij vanaf 2002 de Amsterdamse Matthäus naar zich toe. Voor drie jaar, om te beginnen. Zoals het, naar zijn mening, een chef in het Gebouw betaamt.

'Maart 2004 wordt mijn recordmaand', knort hij als we in de geluidgeïsoleerde studio zijn aangeland aan de tuinkant van zijn huis. 'Dan heb ik in drie weken drie cycli met Matthäussen, in Amsterdam, in Milaan, en nog eentje met het London Symphony Orchestra.'

En inderdaad: 'Dat in Nederland bijna iedereen het stuk uit zijn hoofd kan meezingen, dat is ook intimiderend. In Holland of Engeland of Duitsland draagt elke burger een favoriete uitvoering in zijn hart, om niet te zeggen een best selection van elk nummer. Ik leg me daar bij neer. Het hoort zo en het kan niet anders.'

Volgende week, als zijn eigen Matthäus in Amsterdam erop zit, gaat hij weer naar Naarden om de Matthäus van de Bachvereniging te horen. De dag erop naar Leiden, voor de Matthäus in de Pieterskerk. 'Ik wil die verschillende tradities zo goed mogelijk kennen.' Harnoncourt bewondert hij om zijn 'on-orthodoxheid' in de omgang met Bach. Gustav Leonhardt bewondert hij om zijn 'orthodoxheid'. 'Ja, bij de Matthäus kan dat.'

Achter het dubbele glas blaft onhoorbaar de labrador Timeo, en op de zitbank ligt Mengelbergs Matthäus-partituur. Blad voor blad gekopieerd door het Haagse Gemeentemuseum, waarna de boekbinder de stapel tot een vuistdikke pil heeft geplakt en gekaft. Document van trage tempi. Getuigenis van de overdrijving: aangezet met cirkels, vermaningen en alarm: het !!! van Mengelbergs vingerdikke timmermanspotloden.

Ook op deze dirigeerpartituur heeft Chailly jaren gestudeerd. 'Ik heb geprobeerd me bewust te maken van de opvatting waar de Amsterdamse Matthäus-traditie uit voortkomt. Dat lijkt me wenselijk. Vreemd genoeg heeft dat in Nederland de raarste ideeën losgemaakt. Sommigen denken dat ik een reproductie van Mengelbergs uitvoeringen van plan ben. Belachelijk. Mijn lezing heeft veel meer te maken met Harnoncourt dan met Mengelberg. Ik ben een dirigent van deze eeuw, maar dan een die weet wat zich de laatste twintig jaar heeft afgespeeld in het uitvoeren van barokmuziek.

'Ik ben bovendien te oud', beslist Chailly, 'om net als Mengelberg een halve eeuw lang Matthäussen te dirigeren.' Hij bladert door de fotokopie. Doorhalingen. Nog meer doorhalingen. Koren, aria's; het sublieme Sehet, Jesus hat die Hand. De coupures doen pijn aan je ogen. 'Maar ja', zegt Chailly, 'hoe lang zou het hele stuk geduurd hebben met die tempi van hem. Onmogelijk.

'Kijk eens: hélemaal betekend', wijst Chailly, als de bas tegen het einde zijn aria Mache dich, mein Herze, rein aanheft. Monument van berusting en zielereiniging. Druk geannoteerd door Mengelberg. 'Hij heeft hem van voor naar achter bestudeerd, die aria.' Spijtig: 'En daarna heeft hij hem laten vallen.'

UIT DE bundel glijdt Chailly's boekenlegger. Een gekartonneerd knipsel, bedrukt met citaten. Punt 1: elke noot moet zo nauwkeurig mogelijk worden gespeeld. Punt 2: elke noot moet zo betekenisvol mogelijk worden gespeeld.

Willem Mengelberg. 'Volkomen mee eens natuurlijk', zegt Chailly. 'Het geldt voor alles.' Zij het, dat Chailly's tempi anderhalf tot twee keer zo hoog liggen.

De boekenlegger: De Matthäus Passion moet met een héél groot apparaat worden uitgevoerd, wil men de meester geven wat hem toekomt.

Chailly: 'Zijn credo. Achterhaald, natuurlijk. Wat een gedruis dat geweest moet zijn, alleen al het opstaan en gaan zitten van dat koor van 450 zangers. Maar ik ga de boel eens provoceren. Weet je wel, dat ik allerlei fraseringen van Harnoncourt óók tegenkom in Mengelbergs dirigeerpartituur?'

Mengelbergs 'microscopische aandacht voor details' is bij Chailly neergeslagen in een kleuring van stemmen en tegenstemmen. Soms in de overname van een crescendo of de vluchtige benadrukking van een afzonderlijke noot. Chailly's eigen credo's leiden tot een bedekte theaterambiance, tot 'strategische stiltes in de partij van de Evangelist', tot gevarieerde koorklank. Tot 'andere accentueringen' van de muziek in de herhaling van een aria, 'de zang van de menselijke ziel'.

Hopelijk zal Petra Lang, de gedistingeerde alt die in Amsterdam het Buss und Reu en de schijnbare oneindigheid van het Erbarme dich voor haar rekening neemt, zich de vuistregel herinneren. Chailly: 'Als die klaar is met Erbarme dich, is ze altijd compleet in tranen. Laten we kijken hoe het gaat.'

Dat Hollandse organisten huilen meer iets voor dilettanten zouden vinden - best mogelijk. Chailly: 'Soms is het moeilijk, vertolker te zijn.'

'Elke keer dat ik in de Chiesa San Marco was, was het of ik de geest van Verdi kon voelen', zegt Gabriela, als bij de lunch de zwaardvis wordt uitgeserveerd. Chailly: 'Dat hebben veel mensen. Ik niet. Waarschijnlijk doordat ik er als dirigent naar binnen ga.'

Volgens Chailly is de buurt waar de kerk staat niet sterk veranderd, sinds de dagen dat Verdi zelf stervende was in zijn hotel, en er hooi in de straten werd gelegd om de oude maestro niet te storen met het geratel van karrewielen.

Wat hem bezighoudt, is de lastige kwestie of de Milanese Matthäus straks naar de nieuw te openen concertzaal moet worden overgeheveld, of juist niet. 'Beter voor tekst en muziek, je bespeurt dan werkelijk elke lijn.' Misschien dat er net zo'n schilderij met de Kruisiging naar de nieuwe zaal mag. 'Zodat de mensen in de zaal toch het gevoel hebben van een rappresentazione sacra.'

Chailly is katholiek. Hij gelooft. 'Alleen, met de Italiaanse kerk heb ik een slechte relatie. Bitter en conflictueus. Het probleem is, als je jong bent komt de kerk altijd dreigend en verschrikkelijk op je af.'

ZIJN BAKEN is de Lijkwade van Turijn. 'Die is naar mijn overtuiging authentiek. Ik heb er nooit bij gemogen, ze hebben hem nu weggestopt. Maar voor mij vertegenwoordigt dit stuk textiel met afdrukken een menselijke nabijheid. Precies wat voor mij ook de kern is van de Matthäus Passion. Het tragische verhaal van het einde van een mens. Geen dood ritueel over iets heiligs. We hebben het altijd over de Geest, we dulden er nooit iets fysieks bij. In dit werk is dat juist volledig aan de orde.'

Onderzoek, wetenschap en gezond verstand, zegt Chailly, hebben uitgewezen dat de bloedsporen op de sacra sindona afkomstig zijn van verwondingen, zoals een lichaam die alleen maar kan oplopen door het dragen van een doornenkroon, door speerpunten en door geselingen van de rug. Hij pakt er de boeken bij die hij stuklas. 'Ik ben geen wetenschapper. Ik ben iemand van associaties. Mij herinneren die afdrukken voortdurend aan het gezwoeg en de zweepslagen in de voortgang van de aria Komm, süsses Kreuz. Het sadisme van de achtste noten, de gepuncteerde zestienden.'

In Leipzig ging hij naar de Thomaskirche, toen hij op tournee was met het Concertgebouworkest. Hij bleef er een uur, alleen. Benauwde boel. 'Onvoorstelbaar, dat daar zoiets als een Matthäus in première is kunnen gaan. Bach moet een musicus zijn geweest van ''Joh, doe jij ook mee''. Waar kon hij in Godsnaam dat orkest I en dat orkest II kwijt? De koren? Ze moeten achter zijn rug hebben gestaan. Hoe kon hij het in hemelsnaam coördineren?'

Meer over