Review

Je voelt de zandkorrels tussen je tanden knarsen

The Wall weet de gevolgen van de Amerikaanse inmenging in Irak terug te brengen tot drie personages en een flintertje woestijn. Je voelt de zandkorrels zelfs in de bioscoop tussen je kiezen knarsen.

null Beeld
Beeld

Drie zomers geleden baarde regisseur Doug Liman (Go, The Bourne Identity) opzien met de kolkende en bovenal opvallend frisse sciencefictionblockbuster Edge of Tomorrow, waarin Tom Cruise in een zichzelf herhalende tijdlus zit opgesloten terwijl hij een buitenaardse invasie tracht te voorkomen. Met zijn scherpschuttersthriller The Wall verkent Liman de éénlocatiefilm, een andere, niet minder opmerkelijke uithoek van de cinema. Het decor bestaat hier uit slechts enkele vierkante meters woestijn, er zijn geen flashbacks of voice-overs, het aantal personages is beperkt tot drie - van wie er één een film lang buiten beeld blijft. Het absurde verschil in budget tussen beide films - 178 miljoen dollar voor Edge of Tomorrow tegenover 3 miljoen voor The Wall - vormt wellicht de meest tot de verbeelding sprekende illustratie van Limans veelzijdigheid.

The Wall (****), thriller.
Regie: Doug Liman
Met: Aaron Taylor-Johnson, John Cena en (de stem van) Laith Nakli.
90 min., in 53 zalen.

Status quo

The Wall speelt zich af gedurende enkele eindeloze uren in Irak, eind 2007. De Amerikaanse president Bush heeft onlangs victorie gekraaid en besloten tot terugtrekking van zijn troepenmacht. Twee Amerikaanse scherpschutters (mannen in de stoerste categorie: ze noemen elkaar 'bro', eentje grapt hoe de allesverzengende woestijnhitte zijn ballen doet samensmelten tot één bal) worden naar een oliepijpleiding in aanbouw gestuurd, waar ze ontdekken dat het volledige bouwteam is doodgeschoten. Als sergeant Matthews (showworstelaar John Cena) poolshoogte neemt, wordt ook hij onmiddellijk neergeknald. Zijn kompaan Isaac, roepnaam Ize (Aaron Taylor-Johnson), wordt ook geraakt, maar weet zich nog net achter een gammel stenen muurtje te verschuilen.

Dat is na enkele minuten de tamelijk ingenieuze, in beton gegoten status quo van The Wall: twee scherpschutters geplaagd door overmoed en ongeluk, de een doodbloedend op een open vlakte, de ander met een onsmakelijke kniewond achter een muur, terwijl de dader zich ergens in hun nabijheid bevindt, met volledige controle over de situatie. Wat dat betreft doet The Wall minder denken aan Hitchcock (die de eenlocatiefilm ruim een halve eeuw geleden groot maakte met Rope en Rear Window) en meer aan recentere films als Phone Booth (man in telefooncel wordt op afstand onder schot gehouden) en Buried (man in een kist onder de grond, met alleen een mobieltje en een aansteker): ontsnappen van deze plek lijkt zo goed als onmogelijk.

Woordenspel

Wanneer de anonieme tegenstander radiocontact zoekt met Ize, ontvouwt zich een fraai woordenspel onder hoogspanning: over bezetters en onderworpenen, over de poëzie van oorlogsterminologie, over de politiek en praktijk van het slagveld en over de voedingsbodem van terrorisme. Ize vermoedt dat hij te maken heeft met de mythische Iraakse scherpschutter Juba, die echt bestaan heeft en naar verluidt 35 Amerikaanse slachtoffers maakte. The Wall houdt die mythe in stand. De gevolgen van de Amerikaanse inmenging in Irak worden teruggebracht tot een snippertje woestijn.

Dat is op zich al een stevige prestatie, maar Liman maakt het bovendien filmisch interessant: hij laat zijn personages niet afdwalen in hallucinaties of herinneringen, maar blijft steeds in het hier en nu. En zelfs al rekt hij de spanningsboog tot het uiterste, zelfs in de bioscoop voel je nog de zandkorrels tussen je kiezen.

Meer over