Beschouwing

Je kunstwerk als schilder niet afmaken, hoe kan dat?

Niet afgemaakte kunstwerken bieden de kans de maker schaamteloos op de vingers te kijken. Hoe heeft hij dat toch gedaan?

Stefan Kuiper
Benjamin West. American Commissioners of the Preliminary Peace Negotiations with Great Britain 1783. Beeld Winterthur Museum
Benjamin West. American Commissioners of the Preliminary Peace Negotiations with Great Britain 1783.Beeld Winterthur Museum

Schilderen voor volk en vaderland: in 1782 toog Benjamin West, schilder te Massachusetts, naar Parijs om de Brits-Amerikaanse vredesonderhandelingen te vereeuwigen. Voor de Amerikanen waren die onderhandelingen een heuglijke gebeurtenis. Een jaar eerder, na de slag bij Yorktown, hadden ze de Britten gedwongen tot een wapenstilstand, een tijdelijke vrede die de ondertekening van het Parijse verdrag weldra zou bestendigen. Aan portretschilder West de taak dit feestelijke moment voor toekomstige generaties Amerikanen te bewaren.

Dat verliep niet helemaal als gehoopt. Beter gezegd: helemaal niet. Probleem waren niet Wests schilderkunstige gaven - waar afgezien van een zekere tamheid in de toets weinig op af te dingen viel - en ook niet de wit bepruikte Amerikaanse diplomaten, onder wie jurist John Adams (tweede van links) en krantenman Benjamin Franklin (derde van links). Nee, het waren de Britten die dwarslagen. Gemachtigde Richard Oswald, een onappetijtelijke vent met een glazen oog, toonde zich van zijn minst sportieve kant en wilde niet poseren, en ook diens opvolger vertikte het voor Wests ezel plaats te nemen.

Derhalve gaapt op Wests uiteindelijke schilderij een wolkige lege plek precies waar de Britse delegatie zich had moeten bevinden. 'Een litteken van de geschiedenis' noemt kunsthistoricus Nico Van Hout het treffend in zijn fijne standaardwerk over onaffe kunst, Het onvoltooide schilderij. Op Unfinished, een thematentoonstelling over niet afgemaakte kunst van de Middeleeuwen tot nu in The Met Breuer in New York is het een van de intrigerendste stukken.

Deze expositie, de 'maidenshow' van het aan hedendaagse kunst gewijde filiaal van het beroemde Metropolitan Museum, is een prachtig ongeluk. Prachtig omdat ze topwerken van Dürer, El Greco, Manet, Alice Neel en Warhol aaneenrijgt; ongelukkig omdat ze slechts in mindere mate uit hedendaagse kunst bestaat en de selectie bij vlagen een rommelige en/of willekeurige indruk maakt.

De kern van het probleem zit hem in het woord 'onaf'. Daaronder verstaan de samenstellers niet enkel kunst waarvan het maakproces eerder stopte dan de kunstenaar oorspronkelijk voor ogen had, maar ook kunst met een ongepolijst uiterlijk (in de praktijk zo'n beetje de halve kunstgeschiedenis na 1880), en stukken die door tijdgenoten als onaf werden beschouwd (Rembrandt!). Een grove generalisering (de catalogus is veel zorgvuldiger) en het geeft de expositie iets schetsmatigs. Ik bedoel: van een Salvator Mundi-voorstelling waarop Christus' gezicht ontbreekt (zoals bij Dürer) tot een ironisch painting by numbers-werk van Warhol: het is nogal een sprong.

De onvoltooide van Klimt

Gustav Klimt, die naakte vrouwen door zijn atelier had lopen die een pose aannamen als de meester in zijn vingers knipte, maakte ook enkele onvoltooide portretten. Het exemplaar in New York (1917-'18) toont de Weense Ria Munk. Het werd postuum geschilderd, zes jaar nadat de dame in kwestie zich van het leven had beroofd. Een eerder Munk-portret door Klimt, dat de jonge vrouw op haar doodsbed toonde, werd door haar ouders afgewezen. Maar bij de hier geëxposeerde versie overleed de schilder voor hij het werk kon voltooien.

Leonardo da Vinci, Head and Shoulders of a Woman (La Scapigliata) ca. 1500-1505. Beeld Galleria Nazionale di Parma
Leonardo da Vinci, Head and Shoulders of a Woman (La Scapigliata) ca. 1500-1505.Beeld Galleria Nazionale di Parma

Onthullende kracht

De reden van het niet afmaken verschilt sterk - van het overlijden van kunstenaar of model en onmin tussen maker en opdrachtgever tot een opgedoken lucratievere opdracht of desinteresse in voltooiing omdat de kunstenaar meer geïnteresseerd was in maakproces dan in eindproduct, verder verveeldheid, geldgebrek en depressie. Maar één ding hadden ze gemeen: hun status aparte bij liefhebbers. Een status die zeker niet van gisteren is. Plinius de Oudere schreef al over 'het verdriet van de hand die tijdens het maken verstijfde'; in latere eeuwen gold het voor schilders als een ereklus (of een molensteen) om een werk van een oude meester te voltooien. Op de Van Dyck-tentoonstelling in The Frick hing een ets van des kunstenaars hoofd, waarop de rest van het papier wit bleef. Toeval wellicht, maar van alle werken op de expositie was het daar het drukst.

Wat onaffe kunst zo fascinerend maakt, is in de eerste plaats haar onthullende kracht. Ze biedt ons de mogelijkheid de maker onbeschaamd in de kaarten te kijken, kennis te nemen van trucs en kunstgrepen die normaal gesproken schuilgaan onder de verhullende bovenste verflaag. Denk bijvoorbeeld aan Jan van Eyck, die onder een gepland paneelstuk van de Heilige Barbara een hypergedetailleerde tekening in bruine inkt aanbracht. Of aan de Fransman Jacques-Louis David, op wiens ondertekening van zijn kolossale verbeelding van de eed op de kaatsbaan de Jakobijnen poedelnaakt waren (in de volgende verflaag zouden ze worden aangekleed). Het ah-dus-zo-ging-hij-te-werk-gevoel is een van de aantrekkelijkheden van onvoltooide kunstwerken. De kracht van het niet weten, het er de vinger niet op kunnen leggen, is een andere.

Jacques Louis David, La mort du jeune Bara (The Death of Bara), 1794. Beeld Musée Calvet, Avignon
Jacques Louis David, La mort du jeune Bara (The Death of Bara), 1794.Beeld Musée Calvet, Avignon

Voltooide gedichten

Nu gaat dat laatste in zekere zin op voor alle kunst. Er bestaan - naar analogie van Paul Valéry's beroemde uitspraak dat voltooide gedichten niet bestaan, hoogstens verlaten - natuurlijk geen volledig 'affe' kunstwerken. Alle kunstenaars, van Titiaan tot Rembrandt en van Marlene Dumas tot Piet Mondriaan lieten delen van hun werk onuitgewerkt en doen in die zin in mindere of meerdere mate een beroep op de verbeeldingskracht van de kijker. Onaffe kunst, zou je kunnen betogen, doet dat beroep op diens verbeeldingsvermogen in de overtreffende trap.

Hierboven ziet u zo'n werk, een van de mooiste en oudste op de expositie ook direct, Leonardo's La Scapigliata. De Italiaan was berucht om de bevlogenheid waarmee hij zich op een onderwerp stortte en al even berucht om het gemak waarmee hij zo'n onderwerp weer in de steek liet voor iets anders. Als man van de wetenschap was hij meer geïnteresseerd in hoe dingen in elkaar staken - de anatomie van een paard, het creëren van sferisch perspectief - dan in een gaaf eindproduct. Derhalve staakte hij veel projecten - een paard in brons, een muurschildering van een veldslag - voor ze tot wasdom kwamen.

Alice Neel, James Hunter Black Draftee, 1965. Beeld The Estate of Alice Neel
Alice Neel, James Hunter Black Draftee, 1965.Beeld The Estate of Alice Neel

Onze fantasie gebruiken

De Aanbidding der wijzen is zo'n klassieke onvoltooide Leonardo; La Scapigliata ook. Je ziet het hoofd van een vrouw, fijne trekken, mooie lippen, en daar houdt het zo'n beetje op, want de rest van het portret is gehuld in spookachtige onvoltooidheid. Haar schouderpartij, heur haar, alsook haar oor en omgeving - ze bleven stuk voor stuk verborgen achter de poorten van het ongeschilderde. Wij, moderne kijkers, die sinds de uitvinding van foto en film permanent zijn omringd door felrealistische beelden, worden gedwongen onze fantasie te gebruiken. Dat vinden wij leuk.

Hedendaagse kunstenaars zijn zich van dat gegeven bewust en spelen ermee. Op de jaarlijkse Rijksakademie Open zie je altijd wel een of twee presentaties die eruitzien alsof de maker koffie is gaan halen om nooit meer terug te komen, en ook op de laatste editie van de Tefaf waren er legio onaffe kunstwerken (waaronder een fraai portretje dat Lucian Freud maakte van zijn dochter). Op de tweede, aanmerkelijk rommeliger en zwakkere verdieping in de Met-Breuer zie je zulke kunst ook. Strange Fruit van de Amerikaanse Zoe Leonard bijvoorbeeld. Dit werk, een fragment van een grotere zaalvullende installatie, is een van de simpelste objecten in de expositie en tegelijk een van de meest poëtische. Het bestaat uit echte stukken fruit, sinaasappels, bananen, en, als ik me niet vergis, een grapefruit, waarvan de schil in de jaren negentig aan elkaar is gestikt met naald en draad. Hoe het ze daarna verging laat zich raden: de entropie sloeg toe, de schil verschoot van bruin naar groezelig grijs, verhardde en werd traag verpulverd door de tijd, tot er uiteindelijk niets van restte dan stukjes touw, die op hun beurt ook weer zullen verdwijnen. Hoe voltooider het werk raakt, hoe onvoltooider het oogt. Wanneer het af is, bestaat het enkel nog in onze herinnering.

Unfinished, The Met Breuer, New York, t/m 4/9.

Meer over