Je kon er altijd blijven slapen

Maatschappij Discordia leidt in Amsterdam een geïsoleerd bestaan, vindt de Raad voor Cultuur, en daarom bracht hij een negatief advies uit over de subsidie-aanvraag van de theatergroep....

'WEET ons te vinden,' zeggen de strenge zwarte letters op het witte banier. Geen gekke reclamekreet. Je zou de hele stad ermee moeten behangen zodat de mensen zich afvragen wat ze missen als ze niet gauw beginnen met zoeken.

Maar het banier van Maatschappij Discordia hangt niet overal in de stad. Het hangt aan een hek op het Amsterdamse Westergasfabriekterrein. Vlak om de hoek van de Transformatorzolder waar Discordia zich deze zomermaanden heeft verschanst. Slechts leesbaar voor degenen die het opgebroken terrein al een flink eind hebben doorkruist. Een geestige tekst om tegen te komen als je in het halfduister je fiets tussen de baksteenbergen en gifgrond-afgravingen door laveert.

Nee, aan Discordia zal het niet liggen dat een verwachtingsvol festivalpubliek de komende weken de hakjes zal stuklopen op de hobbelkeien van het fabrieksterrein. Dat is het werk van De Roovers, 't Barre Land en De Onderneming. Deze theatergroepen hebben hun selectie voor het prestigieuze Theaterfestival aangegrepen om de bordjes op het Leidseplein richting Discordia te draaien. Ze weigeren te spelen in de centraal gelegen theaters die festivaldirecteur Arthur Sonnen voor hen had gereserveerd. Als het publiek hen zo graag wil zien, moet het maar naar de Transformatorzolder komen, waar Discordia in de zomermaanden haar Fin de saison hield, en nu het Debut houdt. Een jaarlijks overzicht van alle voorstellingen die Discordia en een aantal gastspelers op hun repertoire hebben.

Voor 't Barre Land was dat eigenlijk een logische stap. De Utrechtse groep organiseert het Fin de saison namelijk samen met Discordia, en ze zouden hun eigen festivalletje dus beconcurreren als ze in diezelfde tijd op het Leidseplein zouden spelen. Maar in een naar de pers verstuurd pamflet hebben de drie muitende groepen duidelijk gemaakt dat hun voorkeur voor de fabriekslocatie nadrukkelijk ook een liefdesbetuiging is aan Maatschappij Discordia. Een protestactie tegen het negatieve advies dat de Raad van Cultuur over de groep heeft geveld.

Arthur Sonnen heeft nog geluk gehad. De hele selectie van zijn festival had wel kunnen bestaan uit theatermakers die zich aan Discordia verwant voelen. Toneelgroep STAN, Dito Dito, Dood Paard, Hotel Modern - een flink deel van de groepen die zich in het blikveld hebben gewerkt van de Theaterfestivaljury heeft zichtbare banden met het bedreigde gezelschap. Ze hebben voorstellingen gemaakt onder begeleiding van Joris Lamers, Annet Kouwenhoven of Matthias de Koning. Ze hebben opgetreden in zo'n Discordiaans toneelspeelfeestje als De Veere of het Fin de saison. Zíj hebben Discordia, met name in de jaren negentig, weten te vinden. En ze vertellen graag over de manier waarop ze daar zijn ontvangen.

Jacob Derwig van 't Barre Land, ook bekend van de (hoofd)rollen die hij de afgelopen tijd bij de Trust speelde, kwam in het eerste jaar na de toneelschool 'dagelijks over de vloer' in Felix Meritis, waar Maatschappij Discordia toen nog gevestigd was. 'Ik kende nog niet zo veel mensen in Amsterdam, en daar was de deur altijd open. Er stond een batterij aan boekenkasten, aan kostuums, geluidsdragers en video's. Als toneelspeler kon je er werken of koffiedrinken of praten. Zo'n plek heb ik later bij de Trust gemist. Daar was je of in de repetitieruimte, of in de kleedkamer, maar er was geen plek waar de acteurs buiten de werktijden om konden zíjn.'

'Je kon er altijd blijven slapen', vertelt Gillis Biesheuvel van Dood Paard, die net als Jacob Derwig op de toneelschool in Arnhem in contact kwam met Discordia. 'Je kon er apparatuur komen lenen of decorstukken of komen discussiëren over theater. ' Het was alsof Discordia de jonge spelers voor het eerst in aanraking bracht met de rijkdom van de theatergeschiedenis.

Opvallend genoeg vertelt ook Carel Alphenaar, de voorzitter van de jury van het Theaterfestival in zijn juryrapport lyrisch over het 'pakhuis' van Discordia. Dat bevindt zich intussen een paar straten verderop, in de Driekoningenstraat, waar de groep zich nestelde nadat de strijd met Steve Austen om Felix Meritis was verloren. Een ruimte die beduidend minder is dan het majestueuze grachtenpand, omdat er geen theaterzaal bij is, en er dus niet die uitnodiging ligt om op ieder moment een voorstelling te gaan bouwen.

Toch is dat pakhuis ineens bijzonder genoeg om er een juryrapport over de stand van zaken in het Nederlandse theater aan op te hangen. Een juryrapport dat diverse theatergroepen een veeg uit de pan geeft omdat hun voorstellingen dit jaar zo onder de maat waren, dat het Theaterfestival ze wel moest passeren. Maar dat geen woord wijdt aan de reden dat Discordia zelf al jaren niet meer in de festivalselectie opduikt.

Blijkbaar is Discordia achter de schermen interessanter dan ervóór. Want pers, publiek en beleidsmakers zijn de groep al jaren uit het oog verloren. 'De groep leidt een enigszins geïsoleerd bestaan en dat maakt het moeilijk om kennis te nemen van de verrichtingen', oordeelde de Raad voor Cultuur. 'Alleen tijdens de Fin de saison-programmering op het Westergasfabrieksterrein in Amsterdam is Maatschappij Discordia wél nadrukkelijk in staat om als gezelschap iets van zijn oude vitaliteit te hervinden.' En dat is waar. Ga naar de Westergasfabriek en je weet weer wat er ook alweer zo mooi was aan Discordia.

Die botsing van een onopgesmukte zolder met die zorgvuldig gestrikte touwtjes waarmee elk doek eigenhandig is opgehangen. De openheid van de ruimte, waar de tribune en het plankier als losstaande elementen in zijn neergezet - ook als toeschouwer kun je hier adem krijgen. Om de toeschouwers heen zijn acteurs bezig met kaartjes te verkopen, bloemen in emmers te zetten of het programma van de avond op een letterbord te zetten. Het is alsof je op een verjaardag komt, waar de gastheer de laatste hand legt aan de hapjes en versierselen, en zich rot rent om jou een fijne avond te bezorgen.

Wij doen alles zelf - dat is de kern van Discordia's theaterfilosofie. We hebben geen theaterdirecteur nodig en geen programmeur, geen kassapersoneel en geen decorsjouwers. Ieder detail van de voorstelling, van de ruimte waar we spelen of waar we pauzeren, is door ons vormgegeven.

Luc Nuyens van De Roovers ziet nog Jan Joris Lamers binnenkomen in het Antwerpse Conservatorium, waar hij door de toneelopleiding was uitgenodigd om een voorstelling te komen maken. Bij de eerste kennismaking ondermijnde Lamers ieder idee over wat repeteren is door meteen languit een dutje te gaan doen, want hij had een zware nacht gehad. Om op een ander moment een ongekende daadkracht te vertonen. Nuyens: 'In de haven hadden we oud inpakpapier gehaald, want daar gingen we een achterdoek van maken. Normaal zijn dat dingen die je als leerlingen op een school doet, en de docent komt later commentaar geven. Maar Jan Joris dook in die papieren en ging die als een zot aan elkaar plakken. Wij dachten eerst: wat doet hij nu? Maar dan besef je dat het daar om gaat. Dat doek is belangrijk, het is een deel van onze vertelling, dus het moet op dat moment worden gemaakt!'

Zelf je decor in elkaar timmeren, ontdekte Nuyens via Discordia, is een manier om je te verbinden met wat je aan het doen bent. 'Dat is het religieuze aspect van toneel. Als jij weet dat je zelf die stoel in jouw decor heb neergezet, verbind je je met de ruimte, en met de andere spelers en het publiek die zich ook in die ruimte bevinden.'

Het zijn dan ook allemaal acteurscollectieven, de groepen die aanwijsbaar door Discordia zijn beïnvloed. Toneelspelers die er niet zozeer van droomden om hoofdrollen te spelen in grote gezelschappen, maar die zelf theater wilden maken. Dood Paard en 't Barre Land waren al een collectief voordat Discordia op hun pad kwam, en hen bevestigde in de vrijheid die een toneelspeler op het podium kan vinden.

Nou waren er voordat Discordia ontstond al theatergroepen die deze doe-het-zelf-mentaliteit propageerden, zoals het Werkteater dat Jan Joris Lamers mede oprichtte. Maar bijzonder aan Discordia was dat deze zelfwerkzaamheid gepaard ging met een elitaire verlichtingsgedachte. Het theater was er voor de toneelspelers, maar in plaats van zichzelf therapeutisch binnenstebuiten te keren met zelf geschreven teksten, bleef de toneelspeler bij Discordia met twee woorden spreken.

Hoe nonchalant de acteur bij Discordia ook op het toneel stond - hij deed geen moeite zich in iemand anders te veranderen en kende zelfs z'n tekst niet meer van buiten - hij bleef de spreekbuis van de schrijver. Een verspreider van het cultuurgoed, die de mens de gelegenheid geeft zich geestelijk én lichamelijk te laven.

Discordia, dat is dure kleren, schone woorden, filosofische gedachten en lekker eten. Het Barre Land leerde van Discordia niet alleen allerlei kneepjes van het toneelspelersvak, maar ook het belang van een goede maaltijd. 'We hebben eindelijk een goeie keuken bij 't Barre Land,' grijnst Derwig. 'Dat is belangrijk omdat het voor acteurs meestal zo ónbelangrijk is. Vijftig keer Drie Zusters spelen bij de Trust betekende vijftig keer een magnetronmaaltijd naar binnen werken. Als je met z'n allen aan tafel zit, is er meteen ruimte om te praten over wat je gaat spelen.'

Dat is het paradoxale van de invloed die Discordia op die jonge groepen heeft uitgeoefend. Aan de ene kant is er de democratische gelijkstelling van alle medewerkers aan een voorstelling, en het anarchistische uitgangspunt dat alles kan en mag op het podium. Maar de groep heeft ook het patent op de goede smaak, en dat kan knellen als een corset.

Vooral Jan Joris Lamers drukt - na het vertrek van persoonlijkheden als Titus Muizelaar, Frieda Pittoors en Viviane de Muynck - zijn stempel op alles wat Discordia doet. Zelfs als Maarten Boegborn, een van de drie jonge spelers die tegenwoordig bij Discordia horen, zijn solo-voorstelling Crisp speelt, begeleidt Jan Joris Lamers hem naar het toneel, waar hij vervolgens als een soort waakvader blijft zitten.

Gillis Biesheuvel van Dood Paard: 'Jan Joris weet ongelofelijk goed wat hij wil, dus je moet heel sterk in je schoenen staan om daar wat tegenover te zetten.' Hoezeer de navolgers van Discordia ook benadrukken dat de mentaliteit belangrijker is dan de vorm, ze zijn allemaal besmet met die typische Lamers-esthetiek. De dominantie van Discordia was voor Dood Paard reden te beslissen om geen voorstellingen meer te maken met begeleiders. 'Zij waren met z'n drieën zo sterk en wij zo zoekend, dat het moeilijk was om overeind te blijven.'

Toneelspelers als Luc Nuyens zien 'zuiverheid' en 'elegantie' bij de Discordiaanse drieëenheid Lamers, Kouwenhoven en De Koning. Maar ook Jacob Derwig heeft het over de beperking die hun uitgezuiverde speelstijl met zich meebrengt. Bij 't Barre Land repeteren ze meer dan Discordia ooit doet, omdat ze alle uithoeken van een tekst willen leren kennen. 'Als je weinig repeteert, snijd je iedere tekst op je eigen maat.' Bovendien, hoe zeer Derwig de risicovolle vrijheid van Discordia bewondert, hij haat het om zich voor een mislukte voorstelling te verexcuseren.

Ze hebben zich het erfgoed van Discordia eigen gemaakt, de post-Discordianen. Maar ze gaan er niet zo puriteins mee om. Dood Paard haalt ook de lelijkheid van de massacultuur op het podium. 't Barre Land werkt ook wel eens met een regisseur om de mogelijkheden te vergroten. Veel beter dan Discordia vinden deze nieuwe groepen aansluiting met de bestaande praktijk. Ze hoeven de marge niet te zoeken om hun eigen voorwaarden te scheppen. Dood Paard en 't Barre Land hebben volgend seizoen beide een eigen repertoiremaand, waarbij ze zelf gastheer spelen in theaters die geen losse voorstelling kunnen boeken maar hun ruimte dagenlang uit handen geven. Deze groepen hebben het Fin de saison niet meer nodig en vinden ook binnen het seizoen hun vrijheid.

En Discordia? Misschien is het niet toevallig dat de enige activiteit waarbij Discordia de aandacht trekt niet door de groep alleen op touw wordt gezet. De vitaliteit van de groep krijgt een stevige injectie door de aanwezigheid van 't Barre Land, en door al die bevriende theatermakers die het vak ooit van Discordia hebben geleerd. Zij hebben het bedreigde gezelschap nodig als ijkpunt, zeggen ze. Maar misschien heeft Discordia die jongere theatermakers zo langzamerhand meer nodig dan zij Discordia.

Meer over