‘Je kiest je leven niet zelf’

Choreograaf Maurice Béjart, inmiddels bejaard, maakt nog altijd ballet met grote gebaren. Ook zijn uitspraken zijn theatraal. ‘Een choreograaf steelt emoties van zijn dansers.’..

Van onze medewerkster Annette Embrechts

Op nieuwjaarsdag wordt hij tachtig en toch is choreograaf Maurice Béjart (1927, Marseille) nog elke dag in de studio te vinden. Als zijn lijf het tenminste toelaat, want zijn gezondheid begint op te spelen: ‘Ik lijd aan dezelfde kwalen waar alle oudere dansers aan lijden: al mijn gewrichten doen pijn. Dat is vermoeiend. Maar mijn hoofd doet het nog prima’, zegt de wereldberoemde choreograaf strijdbaar door de telefoon vanuit zijn woonplaats Lausanne. Al schemert er iets van kwetsbaarheid doorheen, voor het eerst. Béjart koestert nog graag zijn imago van onaantastbare dansgoeroe, een schepper van esthetische heroïek, een theaterman van het grote gebaar. Maar, zegt hij eerlijk: ‘Als ik niet in de studio ben, voel ik mij ziek en depressief.’

In Lausanne huist sinds twintig jaar zijn Béjart Ballet Lausanne, nadat hij in 1987 met ruzie was vertrokken uit Brussel, met medeneming van zijn beroemde Ballet van de XXe Eeuw (opgericht in 1960) en zijn dansschool Mudra (waar grootheden als Anne Teresa de Keersmaker en Maguy Marin hun Mekka vonden).

Vandaag en morgen treedt het Béjart Ballet op in Breda. Met twee bekende choreografieën: Brel et Barbara (2001) op chansons van Jacques Brel en de jarenlang met Béjart bevriende zangeres Barbara, en het pompende, stuwende Boléro (1961) op Ravels gelijknamige aanzwellende crescendo.

Maar Béjarts gezelschap komt ook met een recent werk uit 2004, dat nog niet in Nederland is vertoond: L’Art d’Être Grand-Père. Alleen de titel (de kunst van het grootvader zijn) heeft hij ontleend aan een gedicht van Victor Hugo, zegt hij: ‘De choreografie heeft niets te maken met de inhoud: Hugo’s liefde voor een jonge Lolita.’

Inmiddels is hij zestig jaar ouder dan de dansers waarmee hij werkt. ‘Toen ik in Parijs mijn eerste gezelschap oprichtte was ik zo net zo oud als zij. Later werd ik zo oud als hun ouders. Nu zou ik hun opa kunnen zijn.’ Over die relatie, tussen kleinkind en grootvader maar ook tussen leerling en leermeester, vroeg hij zijn dansers bewegingen te creëren. Zelf maakte hij uiteindelijk de choreografie, want een choreograaf is en blijft volgens hem ‘een dief die de emoties van de dansers steelt.’

Het geheel is weer een typische Béjart, passend bij zijn lijfspreuk ‘Ballet is een man’ (als reactie op George Balanchines ‘Ballet is een vrouw’): godenzonen maken wijdbeense sprongen, hun borstkasten trompetteren als bazuinen, hun aura is sportief en sexy.

Alleen de kostumering is sober: huidkleurige onderbroeken. Geen enorme mijters of volumineuze rokken van zijde met Russische motieven, zoals Gianni Versace die bij leven nog voor Béjarts balletten ontwierp.

Nu hij niet meer in sportpaleizen optreedt voor 15 duizend man of meer, is zijn recente werk met iets minder pathos omgeven. Zijn uitspraken zijn echter nog even theatraal en semi-filosofisch. Over L’Art d’Être Grand-Père: ‘De sleutel van het leven is leren.’ Over zijn bekering tot de islam, zeven jaar geleden: ‘Ik voel mij thuis in iedere cultuur. Moslimlanden als India en Iran hebben mij sterk geïnspireerd. En de koran is een fantastisch boek.’ Daarom ervoer hij het niet als censuur toen hij het verzoek inwilligde van de regering in Beiroet om een ballet te schrappen waarin dansende vrouwen naast biddende mannen voorkwamen.

Zelf zegt hij het meest te hebben geleerd van zijn vader, de Franse filosoof Gaston Berger, en diens motto: de mens komt er vanzelf achter niet meer te zijn dan het kind van een aap – dat geluk heeft gehad. Béjart: ‘Ik had het geluk al vroeg met hem de wereld te mogen rondreizen. Hij heeft mij het plezier bijgebracht van de ontmoeting met andere culturen.’

Maar terugkijken doet Béjart liever niet: ‘Ik voel mij nog ieder jaar gelukkiger. De herinnering is de ontkenning van de dood.’ En bang om dood te gaan is hij nu eenmaal niet: ‘Ik geloof niet in toeval maar in lotsbestemming. Je kiest je leven niet. Ik zag mijn vader voor het laatst in een café met de naam La Mort Subite. Kort daarna overleed hij aan een auto-ongeluk.’ Het lot, zegt Béjart, valt voor hem samen met dat van zijn gezelschap (‘mijn familie’). Als hij er niet meer is, meent hij, is er nog altijd zijn repertoire van een kleine 170 choreografieën.

Meer over