Je gaat zitten en het leven stopt

Wie de dood in de ogen heeft gekeken, weet dat de zoektocht naar woorden machteloos kan maken. Wat zeg je over de angst en woede?...

Hetzelfde geldt voor wie een naaste is kwijtgeraakt. De partner, de ouder, het kind of de vriend is begraven. De pijn is onbeschrijfelijk en je staat alleen. Taal kan de kloof iets minder diep maken. Maar de meesten is het niet gegeven om woorden te gebruiken als – tijdelijke – bevrijding uit de omhelzing van ziekte of rouw.

Praten over de dood lijkt soms een taboe. Niet omdat het niet mag, maar omdat het zo moeilijk is.

Als de taal een instrument van intimiteit is en als de dood een van de intiemste plekken is, dan is schrijven over de dood een daad van ongekende intimiteit. De Amerikaanse schrijfsters Marjorie Williams en Joan Didion beheersen die kunst. Hun nieuwe boeken gaan zonder pardon over sterven en verlies. In het geval van Williams is het een postuum gepubliceerde, overweldigend mooie schets van haar laatste jaren; zij overleed eerder dit jaar aan leverkanker. Didion schreef een aangrijpend memoriaal over de dood van haar man en de gelijktijdige ziekte van haar enige kind. Voor dat boek ontving ze vorige maand de National Book Award.

Williams ontmaskert in The Woman at the Washington Zoo de cultuur van ontkenning, waarin bij het woord ‘kanker’ alleen wordt gedacht aan de overlever die prompt de Tour de France wint. ‘Maar de waarheid is dat er een onthutsende kwetsbaarheid zit in het opkomen voor je recht om te hopen. (...) Dus heb ik de hoop gedragen als een heimelijke prijs.’ Joan Didion schreef vlak na de dood van haar man vier regels vol verbijstering, waarmee The Year of Magical Thinking begint. ‘Het leven verandert snel./ Het leven verandert in een moment./ Je gaat zitten voor het eten en het leven zoals je dat kent, stopt./ De kwestie van zelf-medelijden.’ Zo bewijzen beide auteurs dat het kan: de lezende ander in de ziel raken, troost bieden aan zichzelf en die ander, en inzicht geven in de rauwe duisternis van ziekte en rouw.

Williams verkeerde op de top van haar leven toen haar dood zich meldde in 2001. Ze was 43 jaar en gezond. Haar huwelijk was goed, haar twee jonge kinderen bloeiden. In haar werk schitterde ze met politiek getinte profielen in het tijdschrift Vanity Fair en columns in de Washington Post.

De ellende begon toen ze ‘als een puber’ aan de telefoon zat met een vriendin en opeens knobbels in haar buik voelde. ‘Het kan toch zeker niet dat een doodstraf daar gewoon ligt, zo dicht bij de oppervlakte, zonder dat je je er op een andere manier bewust van bent?’ Wat volgt is een lange tocht langs artsen en kankercentra, een sluitstuk vol chemo-kuren en pijn. Williams vertelt erover zonder melodrama, soms met humor, en op haar unieke toon: kraakhelder. De vorig jaar overleden schrijfster Susan Sontag heeft haar kanker en de mythen rond ernstige ziekten al in 1978 beschreven in Illness as Metaphor, een klassieker. Maar Williams’ eerlijkheid is baanbrekend.

Ze probeerde koel te blijven, aanwezig en echt, zeker voor haar kinderen. Maar soms ging dat niet. ‘Er zijn dagen dat ik niet naar ze kan kijken – letterlijk, niet één keer – zonder me af te vragen wat het ze zou doen om zonder moeder op te groeien. Wat als ze zich niet kunnen herinneren hoe ik was? Wat als ze zich het wel herinneren en de hele tijd rouwen? Wat als ze dat niet doen?’

Vanuit haar ‘stevige kleine schuilplaats in Kankerland’ is Williams blijven schrijven. Het eerste deel van het boek bestaat uit grotendeels eerder gepubliceerde artikelen van vóór het rampzalige nieuws. Haar man Timothy Noah heeft een selectie van haar werk gemaakt als ‘een daad van rouw’, schrijft hij in het voorwoord. Het gaat echter om de laatste vijftig bladzijden. Dat deel is een intens persoonlijke geschiedenis van afscheid. De vele vragen zijn oprecht en herkenbaar. In een hooggelegen hotelkamer vroeg Williams zich af of ze niet gewoon moest springen; het was aan het begin van haar behandeling. ‘Zou het beter of slechter zijn dan waar ik in stapte?’

Waar Williams eindigt, begint Joan Didion. Op 20 mei 2004 viel haar man, de schrijver John Gregory Dunne, dood neer door een hartaanval. Zijn weduwe deed vervolgens wat ze al decennialang als geen ander kan: observeren, analyseren en schrijven. Maar ditmaal kijkt ze naar binnen. Tot in detail en op een impressionistische, soms mystieke manier verkent ze de diepten van verlies en rouw. Ook hier is de hoop niet te onderdrukken. ‘Ik geloofde niet in de wederopstanding van het lichaam, maar ik geloofde toch dat hij, onder de juiste omstandigheden, terug zou keren.’ Ze probeert dit vertrouwen te verklaren. Hij was ‘op het laatste moment levend, en toen dood’. Ze concludeert: ‘Ik weet waarom we de doden in leven proberen te houden: we proberen ze in leven te houden om ze bij ons te houden.’

Didions leven gaat door. Haar boek werd een bestseller en onlangs werd bekend dat The Year of Magical Thinking wordt bewerkt tot een toneelstuk voor Broadway. Intussen lijkt het alsof haar geen moment van innerlijke vrede is gegund. In het boek komt haar enige kind voor, Quintana. Zij was al ernstig ziek vóór haar vaders dood. In een gruwelijk mooie passage beschrijft Didion hoe ze haar dochter, net ontwaakt uit een operatie, vertelde dat haar vader er niet meer is. ‘Waar is papa?’, vroeg Quintana. Haar moeder legde het uit, de dochter huilde en viel in slaap. Toen ze wakker werd, vroeg ze: ‘Hoe is het met papa?’ Didion vertelde het opnieuw. ‘Maar hoe gaat het nú met hem?’, vroeg Quintana. ‘Ze had het deel over de plotselinge gebeurtenis opgenomen’, schrijft Didion, ‘maar niet de uitkomst.’

Aan het einde van The Year of Magical Thinking gaat het beter met Quintana, maar afgelopen zomer stierf ook zij. Je stelt je voor dat Didion ook in deze tweede golf van verdriet heeft gegrepen naar een motto in haar boek: ‘Lees, leer, zoek het uit, ga naar de literatuur. Informatie is controle.’

De dood en de belastingen zijn de enige twee zekerheden in het leven, luidt een Amerikaans gezegde. Over de fiscus wordt veel gezegd. Over de dood veel minder. De boeken van Williams en Didion zijn daarom een geschenk. De weduwnaar van Williams schrijft in zijn voorwoord: ‘Probeer een van de mensen te zijn wie niets ontgaat, zo adviseerde Henry James beginnende schrijvers. Marjorie probeerde dat niet alleen; ze belichaamde het ideaal.’ Voor Joan Didion geldt dit evenzeer.

Joan Didion: The Year of Magical Thinking. Alfred A. Knopf, import Van Ditmar; 227 pagina’s; ¿ 24,95. ISBN 14 000 4314 X.

Meer over