BoekrecensieDe koning van het schimmenrijk

Javier Cercas richt een klein monument op voor zijn foute oudoom ★★★☆☆

Beeld Typex

Na lang aarzelen schreef Javier Cercas dan toch het boek over zijn foute oudoom. Hij doet zijn uiterste best genuanceerd te zijn, maar in de loop van de roman wordt het beeld steeds eenduidiger. 

Manuel Mena was 17 jaar toen hij zich in de zomer van 1936 vrijwillig aansloot bij de militaire opstandelingen die orde op zaken wilden stellen in het hopeloos gepolariseerde Spanje, dat toen een piepjonge republiek was. Het zou bijna drie jaar duren voordat de nationalistische militairen de laatste republikeinse gebieden hadden veroverd en generalísimo Franco Spanje met harde hand kon gaan besturen. Manuel Mena maakte de overwinning niet mee. In september 1938 overleed hij aan de verwondingen die hij had opgelopen tijdens de slag om de Ebro. Hij was 19 jaar.

Mena zou een van de honderdduizenden vergeten doden van de Spaanse Burgeroorlog zijn geweest als hij niet de oudoom van Javier Cercas was, de schrijver die in 2001 een aardschok veroorzaakte in Spanje met zijn herinneringsroman Soldaten van Salamis. Daarin ging Cercas op zoek naar een republikeinse soldaat die, tegen alle regels in, het falangistische kopstuk Rafael Sánchez Mazas  had laten ontsnappen tegen het einde van Burgeroorlog. Maar hij bracht daarin ook – en dat was nieuw – op empathische wijze het leven van deze fascistoïde man in kaart. In De koning van het schimmenrijk gaat hij nog een stapje verder door een falangist uit zijn eigen familie onder de loep te nemen.

Obstakels

Cercas had nogal wat redenen om dit niet te doen. Allereerst omdat hij zich schaamde voor de politieke opvattingen van oudoom Manuel en voor die van zijn familie, die franquistisch bleef tijdens de dictatuur. Het tweede obstakel was dat hij het gevoel had dat zijn moeder, met wie hij een goede band heeft, graag wilde dat hij een boek zou schrijven over haar favoriete oom en zo zou vastleggen wat hij voor haar en haar familie was: een held die was gestorven voor zijn idealen en zijn familie. De derde reden om er niet aan te beginnen werd hem aangereikt door schrijver en goede vriend David Trueba: ‘Wat je ook schrijft, de een zal je aanwrijven dat je de republikeinen idealiseert door hun misdaden te vergoelijken en de ander dat je een revisionist bent of het franquisme roze kleurt door de franquisten als normale mensen voor te stellen in plaats van als monsters.’

Cercas was dus gewaarschuwd. Maar na jaren besloot hij toch een boek te schrijven over de foute oudoom van wie zijn moeder zielsveel was blijven houden, en dat maakt nieuwsgierig. Portretteert hij zijn oudoom als een monster? Kleurt hij hem roze? Of doet hij iets daartussenin?

Ongeveer zoals in Soldaten van Salamis geeft Cercas je in De koning van het schimmenrijk alle kans om met hem mee te kijken, mee te denken en mee te twijfelen. Dat is met name het geval in de oneven hoofdstukken, waarin hij met minutieuze bevlogenheid vertelt waarom en hoe hij het boek dat hij eigenlijk niet had willen schrijven, toch heeft geschreven. 

De even hoofdstukken, waarin het korte leven van Manuel Mena op een rijtje wordt gezet, zijn veel feitelijker en zakelijker van toon en stijl, maar ook hierin ontbreekt het niet aan slagen om de arm als ‘ik weet niet of…’ en ‘misschien…’ Ook uitspraken als ‘het verleden is een bodemloze put, in de zwarte diepte waarvan we sprankjes waarheid kunnen ontwaren’ wijzen erop dat Cercas koers zet naar een schets waarin niet de dikke, strakke strepen maar de dunne stippellijnen domineren.

Steeds eenduidiger

Cercas mag dan zijn uiterste best doen om zich op te stellen als een verteller die voortdurend twijfelt en nuanceert, toch creëert hij een beeld dat steeds eenduidiger wordt en dat zijn moeder niet ontevreden zal hebben gestemd. Dat komt in de eerste plaats doordat hij geen fundamentele vraagtekens zet bij de verhalen die zijn familieleden hem vertellen. 

Hij laat er weliswaar geen misverstand over bestaan dat Manuel Mena bij de verkeerde club zat, maar zijn oudoom had wel het beste voor met zijn land en met zijn familie. En wist deze jonge idealist wel waaraan hij begon toen hij de oorlog inging? Nee, aldus Cercas, want pas aan het front – waar Mena zich onderscheidde door zijn ‘onverschrokkenheid en moed’ –  begreep hij dat oorlog niet de waardigheid heeft die Velázquez’ beroemde schilderij La rendición de Breda uitdrukt, maar vol is van de verschrikkingen die Goya uitbeeldde in zijn Desastres de la guerra.

Al met al wordt Mena in De koning van het schimmenrijk vooral neergezet als slachtoffer. Of zoals Cercas het zelf uitdrukt, als een verliezer. Niet alleen omdat hij zijn leven verloor, maar ook omdat hij ‘alles verloren had voor een zaak die de zijne niet was’ en omdat hij bovendien ‘alles had verloren voor een kwalijke zaak’. Op de laatste pagina’s doet hij er nog een schepje bovenop door zich op euforische wijze te verzoenen en vereenzelvigen met zijn oudoom en zijn familie: ‘Ik wás hem, zoals ik mijn moeder en mijn vader en mijn grootvader Paco en mijn overgrootmoeder Carolina wás, net zoals ik al mijn voorouders was (…).’ 

Deze grote woorden onderstrepen nog eens dat Cercas niet voluit de confrontatie met het raadsel Manuel Mena is aangegaan, maar een klein monument voor hem heeft opgericht. Familie is familie.

Beeld De Geus

Javier Cercas: De koning van het schimmenrijkUit het Spaans vertaald door Jos den Bekker. De Geus; 315 pagina’s; € 21,50.

Meer over