TaalgebruikWoord van de Week

Jargonwoord van de week: passie

 Dialect, jeukend jargon, straattaal of neologisme – elke week ontwaart de Volkskrant een opvallend woord. Zoals het jeukende jargonwoord passie.

Waarom het woord ‘passie’ de rillingen over mijn rug doet lopen, is denk ik het best te illustreren met een anekdote. 17 jaar oud was ik toen ik via een uitzendbureau voor La Place mocht werken op Lowlands. Een aalgladde manager legde ons op de heenreis in de bus uit wat de bedoeling was: voor 4 euro per uur mochten we acht uur per dag broodjes smeren. Het festivalterrein betreden was verboden. Toch deden we het natuurlijk graag, want we hadden, komt-ie: ‘Passie voor La Plassie.’

Passie hebben is een prima manier om uitgebuit te worden. Natuurlijk kom je gratis optreden /werk je overuren/ zeur je niet over lage tarieven: je bent tenslotte al dolgelukkig dat je je passie mag najagen.

Iedereen moet een passie hebben, vinden we. Je kunt eigenlijk niet verder voor je ’m gevonden hebt. Gewoon maar iets uitproberen om te kijken of het je ligt? Niets daarvan, eerst wachten tot De Passie je als een bliksemschicht treft en je in één klap weet waar je de rest van je leven aan zult wijden. Het hoeft niet erg specifiek te zijn, ‘mensen helpen hun beste zelf te zijn’ is al goed genoeg.

Wie niet werkt uit passie, maar simpelweg omdat er (Liefde&passie-)brood op de plank moet komen, is eigenlijk een beetje sneu. Gelukkig staat er voor die mensen een heel leger aan coaches en lifestylegoeroes klaar met advies. Met een paar ‘simpele vragen’ aan jezelf heb je je passie zo gevonden, volgens Happinez. Zoals: ‘Wat zou je vijf jaar lang achter elkaar kunnen doen zonder ervoor betaald te worden?’ Ik moet hier vooral denken aan de oorspronkelijke betekenis van het woord: lijden. 

Meer over