Jarawan herhaalt zichzelf graag en grossiert in clichés

Dat de debuutroman van de Duits-Libanese schrijver Pierre Jarawan een bestseller is, ligt niet aan zijn stijl.

Beeld getty

Zijn verhaal is het waard om verteld te worden, maar zijn personages weten het drama te weinig voelbaar te maken.

Een roman laat zich niet beoordelen op grond van de flaptekst, die komt immers van de uitgever. Zo kan een schrijver er ook niets aan doen dat zijn boek in een televisieprogramma wordt uitgeroepen tot Boek van de Maand, waarna het de bestsellerlijsten bestormt. Een roman mag alleen beoordeeld worden op grond van wat erin staat en dan stemt De zoon van de verhalenverteller van de Duits-Libanese schrijver Pierre Jarawan (1985) niet vrolijk.

Hoofdpersoon Samir wordt in Duitsland geboren, kort nadat zijn ouders in 1982 de burgeroorlog in Libanon zijn ontvlucht. De kleine Samir adoreert zijn vader, maar op een dag komt er een oude foto boven water. Terstond verandert de vader van een fantasierijke allemansvriend in een depresssieveling die geen woord meer zegt en uiteindelijk spoorloos verdwijnt. Twintig jaar later reist Samir naar Libanon om het waarom van zijn vaders vertrek te achterhalen.

Jarawan is geen schrijver die zijn woorden wikt en weegt. Hij herhaalt zichzelf graag en grossiert in clichés. De leegte is 'uitputtend', zijn keel wordt 'dichtgesnoerd' en de beklemming houdt hem 'in haar greep'. En als zijn hoofdpersoon in een filosofische bui is, slaat deze klinkklare onzin uit: 'Ik denk dat er naast de liefde voor elkaar tussen twee mensen geen sterkere band bestaat dan een gedeeld verlangen.'

Misschien moet je een dergelijk boek niet onder een vergrootglas leggen, het is immers de debuutroman van een schrijver die tot nu toe vooral zijn sporen verdiend heeft in het poetryslam-circuit. En stijl is iets waar alleen schrijvers zich druk over maken, de lezer wil gewoon een goed verhaal.

Maar ook op dat punt toont Jarawan zich onbeholpen. In het eerste deel heeft hij geen duidelijke keuze gemaakt tussen het vertellen van een verhaal over de kleine Samir en het vertellen door de ogen van Samir. In het tweede deel wordt het perspectief duidelijker, maar hier is Samir zo druk met zijn eigen emoties dat de reconstructie van zijn vaders leven naar de achtergrond verdwijnt. Emoties die zich overigens beperken tot een eindeloos herhaald 'tegen tranen vechten', aan woede of verontwaardiging waagt Jarawan zich niet.

Fictie

Pierre Jarawan
De zoon van de verhalenverteller
Uit het Duits vertaald door Lilian Caris.
HarperCollins; 440 pagina's; €19,95.

Nadeel is ook dat zijn personages zo saai zijn, ze zeggen allemaal wat ze denken. Enige uitzondering is Samirs grootmoeder, een ontgoochelde vrouw die niet op zijn bezoek zit te wachten. Over haar wil je direct meer weten, maar helaas, zij krijgt slechts een klein hoofdstuk toebedeeld. Even later zit Samir al weer te keuvelen met vriend Rassan: 'Hoe gaat het met je, Samir?' vraagt hij. 'Wat zei de dokter?' 'Het komt allemaal weer goed.' 'Heel fijn om te horen!'

Dat zijn dialogen weinig richting hebben, lijkt Jarawan zelf ook te beseffen. Keer op keer stapt hij uit de scène om als een reisgids historische of culturele informatie te geven. Maar nergens kom je ook maar één originele gedachte tegen, een frisse blik of een scherpe waarneming.

Wat leer je van zo'n boek? Dat het allemaal heel erg was in Libanon eind vorige eeuw? Wisten we al. Dat de ceders in Libanon 'adembenemend' zijn? Daar hebben we geen roman voor nodig. In een roman wil je het persoonlijke, niet-inwisselbare verhaal lezen van een man of vrouw die iets heeft meegemaakt wat niemand anders heeft meegemaakt, of die op z'n minst een originele kijk op zijn leven heeft verworven.

Niets van dit alles bij Jarawan. Een verhaal als het zijne is het zeker waard om verteld te worden, maar een roman moet het drama voelbaar maken. En dat doe je met personages die iets te vertellen en dus ook iets te verbergen hebben, niet met een kwezel die blijft steken in: 'Mijn handen beefden toen ik de ring aan haar vinger schoof en haar met vochtige ogen aankeek.'

Meer over