Japanse jazz-scene is groot en gezond

Japan en jazz, het lijkt geen voor de hand liggende combinatie. Maar de scene is er heel gezond en muzikaal gezien staat de Japanse jazz helemaal in contact met de rest van de wereld.

Van onze medewerker Koen Schouten

‘Zou je niet je eigen muziek gaan spelen?’ Het is nog niet zo lang geleden gezegd tegen een Japanse muzikant die in Nederland jazz kwam studeren aan het conservatorium. Japan en jazz: de combinatie is voor velen onbekend terrein. Dat je voor zeldzame oude Amerikaanse platen in Japan moet zijn is nog wel redelijk bekend, maar verder? Kunnen Japanners het wel spelen? Is het allemaal zen-jazz of juist extreme schreeuwjazz? Doen ze niet gewoon Amerikanen na? ‘Ik snap het wel, ik zou ook een beetje raar staan te kijken als ik buitenlanders Kabuki-theater zag spelen’, zegt de 30-jarige pianiste Hiromi Uehara. Zij is een van de grootste Japanse jazzsterren van dit moment en woont in Amerika.

Jazz speelt in Japan een grotere rol in de samenleving dan in het land van oorsprong. Pianist en componist Satoh Masahiko, 68 en icoon van de vooruitstrevende Japanse jazz: ‘Terwijl in de jaren zestig in Amerika de jazz is verdrukt door rockmuziek, heeft hij hier zijn kracht behouden.’ En er is een belangrijk verschil tussen westerlingen die kabuki spelen en Japanse jazzmusici. Kabuki is een traditionele kunstvorm die eeuwenlang hetzelfde is gebeleven. Jazz is persoonlijk, vernieuwt voortdurend en kent vele verschijningsvormen.’

Grote, gezonden scene

‘In Japan zijn alle jazzgenres vertegenwoordigd. Het is een heel grote, gezonde scene’, zegt Dick Stegewerns. Hij woonde veertien jaar in Tokio, was onder meer correspondent voor NRC Handelsblad en is Associate Professor Hedendaags Japan aan de universiteiten van Oslo en Kyoto. Hij is betrokken bij het speciale Japanprogramma op deze editie van North Sea Jazz. ‘De Japanse jazzmarkt kan zichzelf uitstekend bedruipen. De meeste artiesten spelen avond aan avond in tientallen verschillende bands. Dus er is geen druk om het buiten de landsgrenzen te proberen. Dat doen muzikanten alleen omdat ze het leuk vinden.’

De scene mag groot zijn, hij speelt zich af op de vierkante meter. Een tikje geïsoleerd van andere muzieksoorten. ‘Er zijn twee extremen. Je hebt de commerciële gedesignde clubs waar grote sterren spelen voor een man of driehonderd. Daar nuttig je tijdens het concert de avondmaaltijd. Het is wat elitair en duur. Daarnaast heb je ontzettend veel kleine clubs waar je met enkele tientallen mensen op elkaar zit. Een van mijn mooiste concerten was in een kelder aan de rand van Tokio. De twaalfkoppige oudemannenband van Shibuya Takeshi speelde voor vijfentwintig man publiek, en daarmee was het stampvol. Ook zijn er veel jazzkissa, piepkleine cafeetjes waar je naar prachtige platencollecties kunt luisteren.’

Contact

Muzikaal gezien staat de Japanse jazz helemaal in contact met de rest van de wereld. Met hippe clubjazz lopen de muzikanten zelfs voorop, zoals vandaag op het festival is te horen. ‘Natuurlijk zijn er bands die letterlijk Amerikanen naspelen. De Japanse Candy Dulfer bestaat ook. Maar dat zie je overal op de wereld. Het duurt meestal twee decennia voor eigen elementen zijn ingevoerd. Kijk naar de Nederlandse hiphop. Die is begonnen met het nadoen van Amerikaanse getto-maniertjes en staat nu op eigen benen. In Japan is de jazz al in de jaren twintig geïntroduceerd. Vergis je niet: de doorsnee Japanner zegt zen, kabuki en butoh niet zoveel. Die werkt gewoon hard.’

Pianist Satoh Masahiko is een van de godfathers van de Japanse jazz, een beetje te vergelijken met Misha Mengelberg. Zondag speelt hij op North Sea met zijn band Saifa. Masahiko was een van de eersten die freejazz speelde in Japan, hij experimenteerde met synthesizers, maar hij maakte ook soundtracks voor misdaadfilms en prachtige ingetogen muziek waar je de jazztraditie in door hoort klinken. En hij gebruikt elementen van Japanse traditionele Japanse muziek.

‘Daarmee ben ik een minderheid’, zegt de opgewekte Masahiko over de telefoon vanuit een ontwakend Tokio. ‘Veel jonge mensen jagen vandaag bebop na, net als in de jaren zestig. Ik heb in Amerika bop en moderne jazz gestudeerd, van 1966 tot 1968. Maar toen ik terugkwam in Japan was de sfeer veranderd. Er was sociale onrust, de Vietnamoorlog had een grote impact. Ik ben freejazz gaan spelen.’

Masahiko Togashi

Had hij daarbij Amerikaanse voorbeelden? ‘Nou, eigenlijk niet. De inspiratie kwam echt uit mijn directe omgeving. Van de geniale slagwerker Masahiko Togashi bijvoorbeeld, die twee jaar geleden is overleden. In dezelfde tijd werd ik aangetrokken tot traditionele Japanse muziek. De melodieën en de klank van instrumenten als de shakuhachi en de biwa.’

De muziek van Masahiko heeft kenmerken die je ook terughoort in Japanse bands van nu: een combinatie van heftige, gefocuste energie en de durf om sentimenteel te klinken. ‘Ja, wij kunnen dat, this very moody type of thing. Ha. Maar dat hebben lang niet alle bands hoor. Ik denk dat het iets is dat Europeanen aanspreekt, daarom hoor je vaak dat soort bands bij jullie. Ik merk als ik in Europa speel dat scherp en aanvallend spel aanslaat. Maar ik hou het binnen de perken. Er moet ook ruimte en schaduw zijn. Op het festival ga ik een nieuwe suite spelen. Twee van de zes delen zijn spacy.’

‘Ik denk dat de Japanse jazz een goede en een slechte kant heeft. Het goede is dat er op een brede manier geïmproviseerd wordt. Veel muzikanten spelen etnische instrumenten, uit het Midden-Oosten, India en Indonesië. Daardoor ontstaan er nieuwe klanken. De slechte kant is dat de massamedia achter verkoopcijfers aan jagen. Daardoor worden veel goede muzikanten de commerciële muziek in getrokken. Wij zijn jaloers op Europa, waar de overheid muzikanten ondersteunt.’

Hiromi Uehara

De pianiste Hiromi Uehara verhuisde in 1999 van Japan naar Amerika om te studeren aan de prestigieuze Berklee College of Music. De school in Boston heeft tegenwoordig 10 procent Japanse leerlingen, zo’n driehonderd. Hiromi is een van de meest frisse nieuwe pianisten op de grote podia. Ze rekt de traditie op met humorvolle, virtuoze en een tikje gekkige spontaniteit. Haar muziek refereert aan jazzrock zonder oubollig te zijn. Op North Sea zal ze spelen met de Japanse pop- en jazzster Yano Akiko.

‘Ik probeer nooit bewust iets Japans in mijn muziek te stoppen. Maar er zal ongetwijfeld iets in zitten. Mijn muziek komt uit mij en ik ben opgegroeid in Japan, dus Kijk, als ik mensen groet, dan buig ik. Ik geef geen hand, geen zoenen, ik buig. Zo ben ik opgegroeid. Mijn omgeving heeft me gemaakt tot wie ik ben. Verder moet je ieder individu apart bekijken, denk ik. Net als bij Amerikaanse jazz. Herbie Hancock en Chick Corea, dat zijn toch totaal verschillende pianisten? Ik luister niet naar hen omdat het jazz is, maar omdat ik naar Herbie of Chick wil luisteren.

‘Het Japanse publiek is wel verlegen. Heel kalm en beleefd. Ik heb van Amerikaanse collega’s gehoord dat ze in een theater met vijfduizend man het podium op liepen en dachten dat de zaal leeg was. Maar ik ben helemaal niet typisch Japans in dat opzicht. Ik stond als tiener altijd te schreeuwen en te dansen als ik naar een band ging luisteren. Iedereen keek me aan van: die is gek. Toen ik voor het eerst buiten Japan speelde dacht ik dan ook: Yes! Dit is wat ik wil, zoals het publiek reageert. Optreden gaat om communicatie en energie. Ik wil dat voelen van het publiek, dat is mijn benzine. Dus in Japan heb ik tegen de mensen gezegd dat ze zich echt wel mogen laten gaan. Nu wordt er geschreeuwd en gedanst bij mijn concerten.’

Pianospelen

Pianospelen is in Japan een gebruikelijk onderdeel van de opvoeding, vooral voor meisjes. Heeft Hiromi zich in Amerika ooit meewarig bekeken gevoeld, als het zoveelste Japanse pianomeisje?

‘Laat ik het zo zeggen: het is niet het makkelijkst om Japans te zijn en jazz te spelen. Ik zie er klein uit op het podium. Zoals de meeste Aziaten wordt ik veel te jong geschat. Dus als mensen me niet kennen vragen ze zich bezorgd af wat dat kleine meisje zal gaan spelen. Dat kun je negatief vinden, ik maak er iets positiefs van. Het dwingt me een sterke boodschap te hebben. Ik kan mensen verrassen. Ze verwachten niet zoveel energie uit zo’n klein lichaam.’

‘Op moeilijke momenten dacht ik altijd aan mijn held Toshiko Akiyoshi. Zij is geboren in 1929 en is midden jaren vijftig naar New York gekomen. Zij heeft zo hard gevochten, dat is niet te vergelijken met mij. De dollar was nog vreselijk duur ten opzichte van de yen, er was geen internet, e-mail en Skype. Dat was echt vaarwel zeggen tegen Japan. Ze heeft zoveel bereikt, speelde met haar eigen bigband elke maandag in de beroemde club Birdland. Zij heeft de deur geopend voor alle Japanners die daarna naar de Verenigde Staten zijn gegaan.’

De Japanse bands op North Sea Jazz

Het Japanthema op North Sea Jazz valt uiteen in twee delen.

Vanavond staat de zaal Yukon in het teken van de zogeheten clubjazz. Dansbare en hippe, op hardbop gebaseerde muziek gespeeld door jonge muzikanten. Quasimode voert de Japanse jazzhitlijsten aan met opgewekte nujazz met latingrooves. Producerscollectief Kyoto Jazz Massive zit meer in de dancehoek. Zij houden de acid jazz in ere die na een boost in de jaren negentig in Europa sterk is teruggelopen. Hun liveband bevat onder meer twee zangeressen en een dj. Een stuk meer rock ‘n’ roll is Soil & Pimp Sessions. Het is een soort Art Blakey’s Jazz Messengers op speed, met wild scheurende sax en trompetsolo’s en een onverstaanbare dingen roepende ‘agitator’. Boogaloo, vintage grooves en catchy tunes zijn de specialiteit van DJ Toshio Matsuura, die met zijn inmiddels ontbonden United Future Organisation een van de grondleggers is van de Japanse clubjazzscene. Opvallend: de bands van vanavond zijn stuk voor stuk favorieten van de invloedrijke Britse dj Gilles Peterson.

Zondag speelt in de zaal Missouri het puikje van de meer eigenzinnige en creatieve jazzgroepen van Japan. Dat begint met de 68-jarige godfather van de vrije jazz, Satoh Masahiko. De pianist komt met zijn elfkoppige band Saifa. Zijn muziek is verleidelijk en interessant omdat je de boptraditie er in door voelt en omdat hij als een van de weinigen invloeden van traditionele Japanse muziek gebruikt. Ook bij de pianiste Satoko Fujii (1958) hoor je Japanse volksmuziek terug, maar op een meer gruizige manier. Haar kwartet Ma-Do met trompet, bas en drums is geliefd in improkringen.

Otomo Yoshihide’s New Jazz Orchestra bevat voor de gelegenheid enkele Europese muzikanten, onder wie de Nederlandse pianist Cor Fuhler. Gitarist en turntablist Otomo (1959) legt in zijn geïmproviseerde noiserock-achtige muziek meer de nadruk op klanktextuur dan op structuur. Hij is daarmee de held van een intense stroming die onkyo wordt genoemd. Tot slot speelt de energieke en op een toegankelijke manier maffe toetseniste Hiromi samen met een van de grootste sterren van Japan: pianiste en zangeres Yano Akiko (1955). Ze maakt zowel pop als jazz, waarbij ze met haar aanstekelijke positiviteit harten verovert.

Kabuki-acteur (EPA) Beeld
Kabuki-acteur (EPA)
Meer over