‘Japanse fotografen zijn filmischer en ruiger’

Op de fotobeurs Paris Photo – die vandaag opent – staat Japan centraal. Het fotoboek is daar geliefd. Is Japan hét fotoboekenland?...

Mariko Takeuchi, kunstcriticus en samensteller van de Japanse presentatie op Paris Photo:

‘Het fotoboek heeft altijd een grote rol gespeeld in de Japanse fotografie. Vergeleken met de Westerse kunstmarkt is de Japanse altijd zwak geweest. Er zijn wel fotogaleries, maar die representeren slechts een klein deel van de Japanse fotografen. Daarom zoeken velen hun heil in fotoboeken. Die hebben bovendien een langer leven dan een tentoonstelling.’

Ferdinand Brueggeman, werkzaam bij galerie Priska Pasquer in Keulen en eigenaar van een blog over Japanse fotografie:

‘Kijk je naar de geschiedenis van het fotoboek, dan was het Duitsland dat in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw de meeste en belangrijkste fotoboeken produceerde. En twee decennia later waren het juist de Verenigde Staten, met als meest invloedrijke boek The Americans van Robert Adams. Tegelijkertijd is het fotoboek nog altijd hét medium om het werk van Japanse fotografen voor het voetlicht te brengen. En de mooiste en indrukwekkendste fotoboeken vanaf de jaren zestig tot nu zijn afkomstig uit Japan. The Map (1965) van Kikuji Kawada bijvoorbeeld, Barakei (1961) van Eikoh Hosoe, en recentelijk: Mika Ninagawa’s Liquid Dreams (2003), buiten Japan nauwelijks bekend.’

Machiel Botman, fotograaf en fotoboekenverzamelaar:

‘Ik heb het gevoel dat de Westerse fotografieboeken in de jaren vijftig, zestig en zeventig braver waren dan de Japanse. Fotografen zoals Daido Moriyama en Takuma Nakahari gingen zo ongelooflijk ver: ze waren filmischer, ruiger, kwetsbaarder, ongeretoucheerder, harder, ongelukkiger – en toch ook sprak er een onvoorwaardelijke liefde uit voor het leven, en voor de fotografie zelf.’

Yannick Bouillis, eigenaar van kunst- en fotografieboekhandel Shashin in Amsterdam:

‘Wat mij betreft is Japan niet het ultieme fotoboekenland. Japanse boeken zijn in traditionele zin altijd mooi uitgevoerd. Ze zijn rustig en delicaat, het bind- en drukwerk is onberispelijk. Maar houd je van vernieuwende, avant-gardistische en uitdagende fotoboeken, dan moet je niet in Japan zijn.’

Mariko Takeuchi:

‘Japan heeft een traditie in het reproduceren van kunst voor het volk. In de 17de en 18de eeuw waren de zogenaamde houtblokprints razend populair. En in de 19de eeuw bestonden er veel fotografietijdschriften. Japanse fotografen staan volop in die geschiedenis.’

Yannick Bouillis:

‘Japanse fotografie kan uitmuntend zijn. Maar Japanse fotoboeken zijn vrij normaal en traditioneel. Als je het mij vraagt zijn er maar een paar voorlopers, zoals Takashi Homma met Tokyo Suburbia (1998). Eigenlijk is het ultieme fotoboekenland Nederland.’

Machiel Botman:

Ik denk dat in Nederland alleen Gerard Fieret zover had kunnen gaan als de Japanse fotografen. Maar die was of niet geïnteresseerd in fotoboeken, of het is hem gewoon niet gelukt. Sanne Sannes had het ook in zich, maar in zijn beste boek, Oog om Oog (1964), gaat het toch meer om het hoofd dan om het hart. Dat is wat die Japanners van vroeger zo kenmerkt: dat ze gevoel zo direct wisten uit te dragen.

Meer over