PostuumJan Fontijn (1936-2022)

Jan Fontijn was een veelzijdig literator, die in zijn werk telkens iets van zichzelf onthulde

Jan Fontijn  Beeld ANP/Erven Steye Raviez
Jan FontijnBeeld ANP/Erven Steye Raviez

Op donderdag 6 januari is schrijver Jan Fontijn op 85-jarige leeftijd overleden. Fontijn was bekend om een aantal grote biografische studies van Nederlandse auteurs. Hij was een veelzijdig literator, die in zijn werk ook telkens iets van zichzelf onthulde.

Geertjan De Vugt

Jan Fontijn werd op 9 februari 1936 geboren in Amsterdam, en groeide als een na jongste op in een katholiek gezin met zes zussen en vijf broers. Over die gezinssituatie zou hij later een fenomenaal stuk schrijven dat de preambule vormde bij Opgebouwd uit hetzelfde, zijn boek over broers en zussen in de literatuur. Hij verhaalt daarin over zijn ambivalente gevoelens richting zijn familieleden, over het plezier dat zij konden beleven, maar zeker ook over ongemak dat hij soms ervoer. Als tiener verloor hij achtereenvolgens een zus, twee broers en tot slot ook nog zijn moeder. Hij ontdekte in die tijd ook dat zijn zussen hem soms vreemd waren, dat het, zo schrijft hij, ‘andere wezens waren met een totaal eigen wereld, met compleet andere interesses en niet te vergeten een totaal ander lichaam.’ Later zou Fontijn als biograaf opmerken dat de verbeelding een onmisbaar instrument is om tot de wereld van de ander te geraken. Zijn succes als biograaf is ongetwijfeld ten dele terug te voeren op wat hij ontdekte toen hij nog werd omringd door die zes jonge vrouwen.

Tijdens zijn studietijd begin jaren zestig volgde Fontijn een werkcollege over egodocumenten bij Jacques Presser. De figuur van Presser en diens werkwijze maakten grote indruk op de jonge Neerlandicus. Daar ontlook dan ook zijn interesse voor de sporen van het schrijversleven, zoals die in dagboeken, brieven en autobiografieën worden gevonden. Later promoveerde Fontijn met Tweespalt, het eerste deel van zijn biografie van Frederik van Eeden. Het boek dat in 1990 verscheen, werd bekroond met de Dordtse biografieprijs en ook het tweede deel, Trots verbrijzeld, dat zes jaar later volgde, werd meer dan lovend ontvangen.

Fontijn was een begenadigd spreker met een zeer brede literaire interesse. Hij schreef over Carry van Bruggen en publiceerde een indrukwekkende biografie van Jacob Israël de Haan. Tussen 1987 en 1996 werkte hij mee aan de uitgave van de volledige werken van Louis Couperus. Daarnaast was hij ook als vertaler actief. In 2017 verscheen er van zijn hand een selectie uit de 261 cahiers, de 26.600 bladzijden beslaande aantekeningen van Paul Valéry. Daarmee ontsloot hij een deel van diens ‘biografie van het geestesleven’ voor het Nederlandse publiek.

Vlak voor zijn dood bracht Fontijn nog een nieuw boek uit, een essayistische studie naar het werk en leven van de auteur die hij zo bewonderde: Stendhal. Een zwervende gelukzoeker. In dit boek komt veel van wat Fontijn kenmerkte samen: zijn liefde voor de biografie, een buitengewoon verzorgde essayistiek, zijn belezenheid én zijn interesse voor literatoren die metamorfosen ondergaan. Het boek eindigt met een vertaling van de werkelijk vreemde tekst die Stendhal kort voor zijn dood schreef over privileges. We lezen erin over wonderen: ‘Vier keer per jaar zal hij zichzelf kunnen veranderen in het dier dat hij zou willen, en vervolgens weer veranderen in mens.’ We kunnen ons afvragen of er niet ook stiekem het verlangen van de schrijver, vertaler, docent en mens Jan Fontijn in doorklinkt.

Fontijn laat zijn vrouw Charlotte Mutsaers en hun hond Lola achter.

Meer over