Jagers en verzamelaars

Eind jaren vijftig voltooide John Marshall de veelbekeken volkenkundige film 'The Hunters', over de Bosjesmannen in de Kalahari-woestijn. Later zou hij spijt krijgen van de mythe die hij in die film over de jagers creëert....

door Judith Koelemeijer

HIJ ZOU 'een van de grondleggers van de antropologische film' zijn. Maar John Marshall zelf (67) kan zich daar weinig bij voorstellen. Noemen de organisatoren van Beeld voor Beeld, het festival voor visuele antropologie, hem echt zo?

De Amerikaan, een kleine man met een zachte stem, kijkt verbaasd. Natuurlijk, hij is vereerd dat hij eregast is van het festival, en dat er een heus retrospectief aan hem wordt gewijd. Maar grondlegger van de antropologische film? Hij neemt nog een slok bier, om de jetlag weg te spoelen. En zegt beslist: 'Ik ben geen antropoloog. Ik ben documentairemaker. Een reporter, net als u.'

Dat veel van zijn films niettemin over Bosjesmannen uit de Afrikaanse Kalahari-woestijn gaan, is meer het gevolg van toeval, zegt hij, dan van een wetenschappelijk onderbouwde belangstelling.

In 1949 ontmoette zijn vader, directeur van een groot elektronicabedrijf uit Boston, in de haven van Kaapstad ene mijnheer Van Zijl, een chirurg, die hem uitnodigde voor een expeditie naar de Kalahari-woestijn in het huidige Namibië. Ze zouden er op zoek gaan naar een mysterieuze, verloren stad.

Laurence Marshall, die in de Tweede Wereldoorlog fortuin had gemaakt met de verkoop van radarsystemen en nooit tijd had gehad voor zijn familie, zei meteen ja - op voorwaarde dat zijn zoon mee mocht. 'Het was een father and son-thing', zegt Marshall. Een uitgelezen kans voor de rijke, gepensioneerde vader om zijn 19-jarige zoon te leren kennen.

De verloren stad zouden ze niet vinden tijdens de expeditie in 1950, vele vage sporen en beloftes ten spijt. Maar praktisch als Laurence was, had hij voor vertrek bij het Peabody Museum of Anthropology van de Harvard Universiteit geïnformeerd of hij ook nog iets nuttigs kon doen, daar in den vreemde, in geval de verloren stad een fata morgana zou blijken.

Dat wisten de antropologen van het Peabody wel. 'Ontdek wilde bosjesmannen', luidde de opdracht. En die bleken gemakkelijker te traceren dan een onder het zand bedolven stad. Althans: een aantal niet-wilde Bosjesmannen, die beloofden het hele gezin Marshall het jaar daarop mee de bush in te nemen.

Ze pakten het grondig aan. De Marshalls scheepten vier four wheel drive-trucks in naar Kaapstad, en namen voedsel, water en tenten mee. Moeder Lorna deed een spoedcursus antropologie (ze zou later een standaardwerk schrijven), zuster Elizabeth zou zich ook aan de studie wijden, en vader Laurence gaf John een Kodak magazine camera cadeau, met de opdracht 'de cultuur van de bosjesmannen objectief vast te leggen'. 'Don't make a movie John. No script!'

Wat de familie bezielde? 'We wisten dat we iets waardevols deden', zegt Marshall, die de Bosjesmannen liefst aanduidt met hun eigen naam: Ju/'hoansi (anderen noemen hen ook !Kung, of San). 'Ze zouden niet lang meer overleven als jagers en verzamelaars, het was belangrijk hun levenswijze te documenteren.'

Het gezin sloot vriendschap met de familie van de Bosjesman Big Name, en zou nog vele keren terugkeren naar de Kalahari. Ze werden geaccepteerd, zegt Marshall. Elk gezinslid kreeg een eigen naam; de zijne was Long Face. Verder vroegen de Ju/'hoansi hen opvallend weinig, ze gingen hun gang, zoals ook de familie haar eigen bezigheden had.

John leerde zichzelf filmen ('neem totalen, medium shots en close-ups', vertelde de Kodak-handleiding) en legde het verzamelen van wortels en bessen vast, de trance-dansen tot diep in de nacht en de jacht, ja liefst de jacht natuurlijk, want hij was jong en in voor avontuur. 'Het waren de gelukkigste dagen van mijn leven', zegt Marshall.

In 1958 voltooide hij de documentaire die later een van de meest bekeken antropologische films over Afrika zou worden: The Hunters. John had, tegen het advies van zijn vader in, de verleiding om een movie te maken niet kunnen weerstaan. The Hunters is het spannende relaas van vier mannen die een giraffe schieten met pijl en boog en dagenlang achter het gewonde dier aantrekken, steeds op zoek naar haar spoor, totdat ze het uitgeputte beest eindelijk de doodsteek kunnen geven. Het zijn fascinerende beelden, die worden begeleid door het korte, Hemingway-achtige commentaar van Marshall zelf. And then they came home, and then there was meat. . .

Hij zou er later spijt van krijgen. 'De film vertelt meer over mijzelf dan over hen', zegt Marshall, die in die tijd niet te beroerd was om af en toe een blikje uit beeld te schuiven. Hij toonde de Ju/'hoansi als een geïsoleerde stam in een oneindig, zij het kurkdroog paradijs, terwijl er in werkelijkheid al aan alle kanten druk op hen werd uitgeoefend. Om te beginnen door Zuid-Afrikaanse boeren die zich in de toenmalige kolonie vestigden. Bovendien had hij opnamen uit verschillende perioden tot één, wel erg mooi verhaal gesmeed. Dat iedereen uiteindelijk ruzie had over aan wie het vlees toekwam, liet hij weg.

Marshall: 'Ik maakte er een sage van, een mythe. Terwijl antropologische films die mythe juist zouden moeten ontkrachten. Ze behoren de werkelijkheid te tonen, en niets anders dan dat. De cuts in de film moeten bepaald worden door de handelingen van de mensen zélf, niet door de dromerijen van de filmmaker.'

De confrontatie met die werkelijkheid liet niet lang op zich wachten. In 1958, het jaar dat hij The Hunters voltooide, werd Marshall 'Zuid-Afrika uitgetrapt', zoals hij het zelf formuleert; hij zou te innige banden onderhouden met de Bosjesmannen. Pas in 1978 mocht hij terugkeren. De Ju/'hoansi waren in de tussentijd verbannen naar een veel te klein thuisland, de meesten hadden hun zwervend bestaan opgegeven en verpauperden in plattelands-slums. 'Het weerzien was een enorme shock', zegt Marshall.

In !Nai, the story of a !Kung Woman (1980) laat hij de desastreuze gevolgen van de apartheidspolitiek zien. !Nai, de hoofdpersoon, kijkt in de camera en vertelt haar verhaal, dat wordt geïllustreerd met beelden uit de jaren vijftig en het heden. We zien hoe ze als meisje opgroeide in de bush, aanvankelijk weigerde te trouwen, toch een dochter kreeg, en uiteindelijk terechtkwam in een armoedig huttendorp bij Tschumkwe, waar veel ruzie is, jaloezie en gebrek.

Marshall wil niet zeggen dat het vroeger allemaal beter was. 'Het jagersbestaan wordt altijd geïdealiseerd', zegt hij, maar de mensen leidden in werkelijkheid een marginaal bestaan. Ze hadden vaak dorst of honger, de kindersterfte was hoog. Ik ben daar niet nostalgisch over.'

Maar waar hij zich wel erg kwaad over kan maken is de hardnekkigheid van de mythe dat de Ju/'hoansi zichzelf wel kunnen redden in de bush, zonder dat daarvoor ook maar de minste voorwaarden geschapen worden, zoals goede pompen en landbouwmaterialen. Marshall, venijnig: 'Terwijl ze al meer dan dertig jaar niet meer als jagers en verzamelaars leven.' Toch houden veel antropologen liefst vast aan het beeld van weleer, is Marshalls ervaring - wat zijn achterdocht jegens de antropologische filmerij verklaart.

De documentairemaker werd activist en stichtte een fonds, 'om de mensen te helpen zichzelf te helpen'. Die betrokkenheid heeft zijn werk nooit in de weg gezeten, vindt hij zelf. 'Als je reporter bent, moet je je aan twee zaken houden: voeg niks toe, en misleid niet. Het doet er dan niet toe hoe je over je onderwerp denkt.' Toch heeft een film als To Hold Our Ground onmiskenbaar een pamflettistische ondertoon; hij is gemaakt om te overtuigen, veranderingen in gang te zetten.

Overigens is Marshall de laatste tien jaar niet meer in de Kalahari geweest. Hij trouwde in Amerika, zag zijn fonds door politiek gekonkel ter ziele gaan, de Ju/'hoansi nog meer verpauperen. 'Ik ben gedesillusioneerd geraakt, ja.'

Hij trok zich terug in New Hampshire, waar hij dit jaar zijn levenswerk wil voltooien: een driedelige televisieserie over de Ju/'hoansi familie met wie het ooit allemaal begon, de familie van Big Name. !Nai zal er weer een rol in spelen, en vele andere Bosjesmanvrienden. Maar hij zal ook vrijelijk putten uit de avontuurlijke home movies van zijn ouders, die hij nog steeds liefdevol mum en dad noemt.

Meer over