Jaarlijks ritueel van een moord

Hoewel van geboorte een Spanjaard woont Jorge Semprun (1923) in Parijs en schrijft hij in het Frans, uitgezonderd de Autobiografie van Federico Sanchez uit 1977, waarvoor hij zijn moedertaal koos....

Semprun begint zijn verhaal twintig jaar nadien. Op eenlandgoed in de provincie Toledo wordt voor de zoveelste maal eenmerkwaardige plechtigheid gehouden. Een groep boeren speelt nawat zich op die fatale datum heeft voltrokken: hoe zijzelf of hunvaders in 1936 in optocht naar het hoofdgebouw van het domeintrokken en er een van de drie eigenaars vermoordden. Dejaarlijkse opvoering van het schouwspel is een opgelegde taak:zo worden de boeren er steeds weer aan herinnerd dat zij deoorlog verloren hebben. Het ritueel bestendigt hun status vanoverwonnenen en laffe moordenaars.

In 1956 gaan de boeren in staking, en de landeigenaarsbesluiten definitief met de traditie te breken: dat jaar zal hetdrama voor het laatst worden opgevoerd. Na afloop zal devermoorde samen met een van zijn moordenaars worden bijgezet inhet familiegraf. De tijd voor verzoening lijkt gekomen. (Er zijndan ook twintig jaar en een dag voorbij: dat was onder Franco demaximumgevangenisstraf, afgezien van de executies.)

De beslissing van de landeigenaars is echter niet naar de zinvan Sabuesa, commissaris van de franquistische politie, dieconform de officiële doctrine blijft vasthouden aan het bestaanvan 'twee Spanjes': dat van de overwonnenen en dat van dewinnaars. Elke poging tot verzoening ziet Sabuesa als eenpersoonlijke nederlaag. Hij is uitgenodigd voor de plechtigheid,maar houdt tegelijk een oogje in het zeil, want mogelijk levertzijn bezoek hem nieuwe informatie op voor zijn onderzoek naar eenzekere 'Federico Sanchez', een van de verantwoordelijken voor destudentenrellen aan de universiteit van Madrid, een paar maandeneerder.

Het duurt een tijd in de roman voor de naam van FedericoSanchez opduikt, en het duurt nog wat langer voor Semprun wiltoegeven dat hij zelf de verteller is; de lezer had dat helaasallang door. Gewoontegetrouw beschrijft Semprun in zijn roman ookhoe de roman tot stand kwam. Hoe hij in 1985 gefascineerd werddoor een schilderij van Artemisia Gentileschi (voorstellende delegende van Judith en Holofernes), hoe hij gesprekken voerde metdeze en gene en hoe die hem op een idee brachten, hoe hij eindjaren tachtig de setting van zijn nog te schrijven roman bezocht.Het scheppingsproces maakt deel uit van het verhaal. Twintig jaaren een dag is dan ook geen simpele historische kroniek, maar eenliteraire 'compositie' waarbij de chronologie geweld wordtaangedaan. De moderne lezer is op dat gebied gelukkig wel watgewoon, maar het blijft een bewerkelijk procédé.

Semprun is geen traditionele verteller die er eens goed voorgaat zitten, maar een overbewuste, steeds ironisch commentaarleverende intellectueel. Het verhalen vertellen laat hij over aanzijn personages, maar hij onderbreekt ze voortdurend met citaten,uitleg over het schrijfproces, verwijzingen naar Augustinus,Ortega y Gasset of het geheime rapport van Chroesjtsjov waarindeze de persoonsverheerlijking onder Stalin aan de kaak stelde.Sempruns eruditie is bij wijlen erg irritant.

Dat Semprun dit keer weer in het Spaans schreef, is voor onseigenlijk niet van belang. Ergens in het boek staat de zin: 'Hetvaderland van een schrijver is niet zijn taal, maar zijntaalgebruik.' Of hij zich nu van het Frans of het Spaans bedient,Sempruns stijl blijft uit duizenden herkenbaar. Aan virtuositeitgeen gebrek: Semprun is slim en bedreven genoeg, maar dat isjuist het probleem. Twintig jaar en een dag is te veel eenconstructie en te weinig een verhaal. Het ontbreekt dit boek aaneen spanningsboog. Het is alsof Semprun maar schrijft en schrijftzonder de behoefte te voelen ergens uit te komen, louter om hetproces van de herinnering aan de gang te houden.

Meer over