BOEKENNacht, nieuwe maan, mistral

Ivan Boenin tekende zijn ongeluk op in de oorlogsjaren

Ivan Boenin: Nacht, nieuwe maan, mistral. Beeld Statenhofpers
Ivan Boenin: Nacht, nieuwe maan, mistral.Beeld Statenhofpers

Een klassieke sfeertekenaar, de schrijver Ivan Boenin (1870-1953), die de grote Tsjechov en Tolstoj nog had gekend, die na de Revolutie van 1917 naar Odessa en daarna naar Frankrijk vluchtte, de Nobelprijs kreeg in 1933, en in de jaren ’40-’45 in een villa in Grasse verbleef, niet ver van Cannes. Gerieflijk, maar niet gelukkig, zo blijkt uit Nacht, nieuwe maan, mistral, zijn oorlogsdagboek dat nu pas is vertaald. 1941: ‘‘We vierden’ Nieuwjaar; de persoon een stukje worst, grijs-paars, armzalig, een bordje bekwijlde paddestoeltjes met ui, twee stukjes gebakken, vreselijk stijf vlees’, maar toch óók een paar flessen wijn. Het kon minder. Maar hij heeft het koud, voelt zich niet goed (‘met geld ga ik steeds meer richting bedelstaf’), en vreest het ergste. Heel mooi is, als altijd bij Boenin, de evocatie van de paradijselijke natuur die hem omringt, de bergen en de met sterren volgehangen hemel die eeuwig zijn, en die geen weet hebben van de menselijke tragedies die zich daar beneden afspelen.

Ivan Boenin: Nacht, nieuwe maan, mistral. Dagboek uit Grasse 1940-1945. Uit het Russisch vertaald door Jan Paul Hinrichs. Statenhofpers; € 19,50

Meer over