AchtergrondStadsflora en -fauna

Is het Caspar Janssen gelukt om van zijn stadsbalkon een insectenparadijs te maken?

Het balkon van Caspar Janssen op 4 september. Beeld Najib Nafid
Het balkon van Caspar Janssen op 4 september.Beeld Najib Nafid

Gedurende anderhalf jaar probeerde Caspar Janssen van zijn stadsbalkon een insectenparadijs te maken. Wat heeft het opgeleverd?

Zelf doen, zelf doen! Met die woorden begon ik anderhalf jaar geleden mijn kleine grote bijen, vlinders en andere insecten bevorderende project. Op mijn stadsbalkon van 10 bij 1,10 meter, bij gebrek aan landgoed, tuin of andere grond. En in de context van verontrustende berichten over de afname van het aantal insecten.

Heeft het zin gehad? Die vraag moet ik mezelf, eerlijkheidshalve, toch wel stellen. Anderhalf jaar slepen met planten, potten, potgrond. Anderhalf jaar ompotten, zaaien, planten, snoeien, herschikken, water geven, zoeken naar geschikte inheemse planten en zaadjes, lezen, ontdekken, sjouwen, achter bijen en zweefvliegen aan hollen om ze te determineren. Ik heb er veel van geleerd, ik heb er lol aan beleefd, maar heeft het wezenlijk iets opgeleverd, mijn minideltaplan biodiversiteit? Heb ik er bijen, vlinders en andere insecten mee geholpen? En direct en indirect de vogels, de vleermuizen? Zijn er planten beter of meer door bestoven? Is het misschien anderszins nuttig geweest?

En zo ja: wat nu? Kan ik er zomaar mee stoppen?

null Beeld Najib Nafid
Beeld Najib Nafid

Eerst maar het goede nieuws, de actualiteit. Ik dacht dat ik na de spectaculaire ontdekking van de tuinhommel wel compleet was, qua hommelsoorten. Zeven soorten hebben mijn balkon gefrequenteerd, in anderhalf jaar tijd, en in flinke aantallen. Ik kijk er allang niet meer van op, ze zijn er eigenlijk permanent, deze aaibare instapbijen. Vooral de akkerhommels, nu nog altijd, maar in hun vliegtijden ook de weidehommel, de aardhommel, de grote koekoekshommel, de steenhommel en de boomhommel. Daar zou het wel bij blijven, dacht ik.

Totdat mijn inmiddels ietwat geoefender oog begin juli toch weer een iets andere kleurstelling meende te zien op een hommel op het duifkruid. Wel heel erg veel geel, en dan net weer anders dan de tuinhommel en de aardhommel. Zou dit dan de veldhommel zijn? De enige soort die ik, meende ik, nog eventueel hier zou kunnen verwachten? Ik sloeg de handzame Basisgids hommels van het EIS Kenniscentrum Insecten erop na. En ja, dat leek er wel erg op: veldhommel, mannetje. En ook de app ObsIdentify twijfelde geen moment: veldhommel. Bijenkenner Linde Slikboer (EIS) gaf op basis van mijn foto’s uitsluitsel: veldhommel. Het voelde een als een triomf. De hommelsoorten die je mogelijk op een stadsbalkon in Amsterdam zou kunnen verwachten zijn er allemaal geweest. Dankzij het palet aan planten dat er gedurende anderhalf jaar in bloei stond, denk ik dan maar. Dit is dan toch maar mooi gelukt.

Nog meer goed nieuws. In de vorige aflevering, in juni, was ik nogal vrolijk over de ontdekking van de Franse veldwesp. Elegante wespensoort, met lange poten, oranje voelsprieten en een deuk in de buik. Zuidelijke soort die naar het noorden oprukt. Ze vallen geen mensen lastig, eten insecten en houden niet van zoet. Ietwat meegesleept door enthousiasme meldde ik dat de Franse veldwesp op mijn balkon een heel nieuw kilometerblokje had gecreëerd op het verspreidingskaartje van Nederland op waarneming.nl, de site waarop je meldingen kunt doen. Dat klopte wel, maar ik vergat erbij te vertellen dat die kaartjes ieder jaar opnieuw worden ingevuld. Ik deed dus niet de allereerste waarneming van de Franse veldwesp in Amsterdam ooit. Desalniettemin wel bijzonder. De wesp liet zich daarna niet meer zien. Tot medio juli. Meerdere exemplaren van de Franse veldwesp concentreerden zich een paar weken lang iedere dag op de klimop en de prachtanjer. Wellicht vanwege de luizen, mogelijk vanwege de grotere insecten die misschien verscholen zaten onder de vele stengels. Je zou denken dat er een nest Franse veldwespen in de buurt was.

Een selectie van insecten die Caspar Janssen in de afgelopen twee maanden fotografeerde op zijn balkon.  Beeld Caspar Janssen
Een selectie van insecten die Caspar Janssen in de afgelopen twee maanden fotografeerde op zijn balkon.Beeld Caspar Janssen

Die prachtanjer, ook een verhaal – nu ja, binnen mijn eigen universum dan. Een jaar lang vroeg ik me bij deze in het wild uitgestorven inheemse plant af of dit het nu was. Ik had hem vorig jaar gekregen van de mensen van de stichting NL Bloeit!, die als missie hebben de oorspronkelijke inheemse flora weer haar plek te geven in haar natuurlijke leefomgeving. Ze hebben ook een kwekerij met inheemse flora. De prachtanjer groeide best, maar bloeien, ho maar – ja, een enkel voorzichtig en breekbaar bloempje. Totdat in juli opeens alles openbarstte: heel veel franje-achtige lichtpaarse, bijna witte bloemen, die ruiken naar wasmiddel, zoals het zeepkruid (ook gekregen van NL Bloeit!) even verderop naar zeep ruikt. De prachtanjer staat te boek als vlinderplant, of in ieder geval als aantrekkelijk voor vlinders. Maar niets kwam er af op de prachtanjer, in ieder geval geen bijen, geen dagvlinders ook. En dan opeens die Franse veldwesp, die er maar bleef rondcirkelen.

De bloei van de prachtanjer stond niet op zichzelf. Ook bij het zeepkruid moest ik geduld hebben. Maar toen die plant na een jaar in bloei kwam, had je ook wat. Los van de geur van zeep zag het er mooi uit, en bijen en zweefvliegen vonden deze plant dan weer wel interessant. En zo ging het bij het slangenkruid, bij de grote centaurie, bij de middelste theunisbloem: toen deze twee- of meerjarige planten eenmaal in bloei kwamen barstte er een spektakel los. Vooral van het slangenkruid en de grote centaurie begreep ik opeens goed dat ze te boek staan als geweldige bijenplanten. En nog mooi ook.

Bijvriendelijk balkon

Belangrijk voor wie ook aan de slag wil: schaf planten en zaadjes aan waarbij geen twijfel bestaat over hun nut voor bijen en andere bestuivers. Een niet-complete lijst met onder meer kwekers en adressen voor inheemse zaden is te vinden op biotuinwijzer.nl.

Nu, begin september, loopt dit project officieel op zijn eind. En als ik eerlijk ben: mijn eigen activiteiten stonden al een tijdje op een lager pitje. Na alle inspanningen van vorig jaar wilde ik dit jaar vooral zien wat er spontaan zou gebeuren. Tot in de loop van vorige maand ging dat goed. De kleur van de eenjarige plantjes die ik vorig jaar had ingezaaid ontbrak weliswaar, maar de tweejarige en meerjarige planten deden zich gelden. De wilde peen tierde welig en trok de hele dag door tientallen maskerbijtjes, het duifkruid was een trekpleister van jewelste, en gelukkig had ik nog een hemelsleutel die floreerde en flink wat bijen van voedsel voorzag. En nu ik erover nadenk: de dagkoekoeksbloem hield enorm lang al bloeiend stand. Er kwamen toch weer korenbloemen in bloei, de bolderik woekerde zelfs.

Maar sommige planten deden het minder: de kruipende klokjesbloem, de wilde marjolein, de tijm. En vorige week moest ik constateren dat er vooral veel groen was, en wat bruin, en nog maar een paar plukjes paars en een beetje geel van de grote leeuwenbek, die op veel plekken spontaan is opgekomen.

null Beeld Najib Nafid
Beeld Najib Nafid

De loop der dingen. Dit gebeurt er dus als je het op zijn beloop laat op een balkon. Dus kon ik het niet laten om er toch weer twee potten met bloeiend wild kattenkruid bij te zetten. En straks wil ik nog herfstasters, omdat ik het seizoen fatsoenlijk wil afmaken. Juist in het najaar is het van belang om nog iets van voedsel te bieden aan de insecten die gaan overwinteren. Maar daarna wordt het toch echt afbouwen. Ik heb mezelf en mijn gezin beloofd dat we volgend jaar weer op het balkon kunnen zitten.

Heeft het zin gehad? Er zijn momenten waarop ik daar somber over ben. Goedwillende acties kunnen ook averechts werken. Bekend voorbeeld: imkeren. Daarmee help je slechts de honingbij, het landbouwhuisdier onder de bijen. Van belang om voedselgewassen te bestuiven, maar in stad en natuurgebied kan een teveel aan bijenkasten juist een bedreiging vormen voor de meer dan 350 wildebijensoorten en andere bestuivers, vooral vanwege de voedselconcurrentie. Zelf beleefde ik vorig voorjaar een tijdelijke invasie van honingbijen op mijn balkon, toen de blauwe regen in bloei stond; opeens waren de wilde bijen verdwenen, verdreven.

null Beeld Najib Nafid
Beeld Najib Nafid

En ook goedwillende acties om wilde bestuivers te helpen kunnen averechts werken. De ‘wilde bloemenmengsels’ die worden gebruikt bij bloemrijke akkerranden, die particulieren inzaaien, maar die soms ook in wegbermen of zelfs natuurgebieden worden ingezaaid, deugen lang niet altijd, waarschuwde Nils van Rooijen, onderzoeker aan de Wageningen Universiteit, dit voorjaar. Er zitten soms exotische soorten tussen die slechts honingbijen aantrekken, of niet-inheemse varianten van inheemse soorten. Dat kan zelfs tot gevolg hebben dat bedreigde inheemse plantensoorten verder onder druk komen te staan. En daarmee de inheemse bestuivers die weer afhankelijk zijn van die planten. Het beste beheer is er nog altijd op gericht om die inheemse wilde plantensoorten weer tot groei en bloei te krijgen in de gebieden waar ze van nature voorkomen.

Genoeg gesomberd. Gelukkig heb ik op de goede adressen zaadjes aangeschaft, van inheemse wilde planten. En ook de vaste planten zijn zowat allemaal inheemse wilde planten. Niet uit exotenhaat, maar simpelweg om de bestuivers die nu eenmaal afhankelijk zijn van die inheemse planten te helpen. Als deze planten zich uitzaaien, als ze zich verspreiden, al of niet met hulp van bestuivers, is dat in principe goed nieuws.

Natuurlijk, wat ik doe is relatief, ik hoef maar de hoek om te lopen en ik zie in een gemeentelijk plantsoen veel meer volume aan bijen- en vlinderplanten staan. Maar toch: de variëteit op mijn balkon is groot. Ik zie mijn balkon maar als een kleine steppingstone, een verbindingsschakeltje tussen plantsoenen, tuinen en andere balkons. Ik heb ook niet de illusie dat ik de bijenstand in mijn eentje structureel kon opkrikken, wel om te laten zien wat er mogelijk is op een stadsbalkon.

null Beeld Najib Nafid
Beeld Najib Nafid

En dat is toch best veel. Mijn collectie planten – ik schat in totaal ongeveer 65 soorten – vormde in de afgelopen anderhalf jaar een voedselbron en schuilplaats voor honderden soorten insecten. Al die soorten insecten, sommige in grote aantallen, hebben nu al anderhalf jaar baat bij mijn balkon. En vergeet ook de vogels niet: de meesjes komen nog altijd bijna dagelijks even drinken of badderen, de lijsters en merels aten de aalbessen op. Tientallen soorten bijen, tientallen soorten zweefvliegen, maar ook pissebedden, regenwormen en springstaartjes, nachtvlinders en spinnen. En de spinnendoder, en de muurrouwzwever, vele soorten lieveheersbeestjes, allerhande vliegen. En een jong ratje, dat ook, en buurtkatten. De blauwzwarte houtbij – een zeldzaamheid – niet te vergeten. Ik ga nog een namenregister maken op basis van de soorten die ik heb kunnen determineren, de administratie staat gepland voor dit najaar.

De bezettingsgraad van mijn insectenhotels overstijgt die van de mensenhotels in de stad: zeker vijftig procent, vooral gevuld met nesten van de rosse metselbij en de gehoornde metselbij en, vermoedelijk, een enkele muurwesp. Een tegenvaller zijn de dagvlinders: ik telde hoogstens een paar boomblauwtjes en koolwitjes dit jaar, en vorig jaar was het al niet veel beter. En de beoogde rol van mijn balkon als voortplantingsstation kwam ook niet uit de verf. Ik heb niet één rups gezien op waardplanten op mijn balkon. Wel ontdekte ik na de negentien soorten nachtvlinders van vorig jaar onlangs weer nieuwe soorten, zoals de agaathvlinder.

Heeft het verder nog wat opgeleverd? Ik hoop vooral: het inzicht dat er toch best veel mogelijk is op een balkon of in een tuin. En wat op een balkon of in een tuin kan, kan natuurlijk ook op de plek waar het echt moet gebeuren: op het platteland. Nog wat? Informatie, hoop ik: over welke planten (biologisch, wild, inheems) goed zijn, welke kwekers je moet hebben, waar je zaadjes te kopen, welke potgrond (zonder turf!) te gebruiken. En uiteraard heb ik er zelf het nodige van opgestoken.

null Beeld Najib Nafid
Beeld Najib Nafid

Wat nu? Afbouwen. Maar hoe? Je wordt natuurlijk wat raar van zo’n project, er ontstaat toch mededogen met de planten en, natuurlijk, de beestjes. Empathie zelfs, verantwoordelijkheidsgevoel voor hun welbevinden, dit blijft keihard een soft project. Helemaal terug naar nul kan niet, ik kan niet de hele jungle ontmantelen. Het zal wel uitlopen op een compromis: minder planten, minder grote planten, ruimte voor twee stoelen en een tafeltje. De vuilboom en de wilg raken inmiddels bijna het balkon van bovenbuur, zij krijgen een vast plekje bij vrienden in de tuin, en datzelfde geldt voor de aalbes. Ik zal wel verder gaan met wat bescheidener plantjes.

Nu, op deze maandag, loop ik nog een paar keer op en neer, van computer naar balkon. Het balkon is al een week vooral het domein van hongerige gewone wespen, die bladluizen eten; ze cirkelen ook overal in de binnentuinen. Ook akkerhommels en zweefvliegen zijn er op het balkon nog volop, er bloeit nog duifkruid, nog slangenkruid en meer. De zon breekt regelmatig door.

En dan gebeurt er iets wonderlijks, vind ik zelf, op de valreep. Vorige week was ik al verbaasd toen ik opeens een dagpauwoog op de blauwe regen zag. Niet meer verwacht. En nu zie ik binnen een half uur van alles: een boomblauwtje boven de blauwe regen, een klein koolwitje dat nectar drinkt uit de wilde marjolein. En dan fladdert er zowaar een atalanta mijn balkon op, via de blauwe regen naar mijn witgeschilderde buitenmuur, dan nog even rusten op de klimop. De eerste atalanta die ik dit jaar op mijn balkon heb gezien. Zou het zijn omdat er elders minder te halen valt voor de dagvlinders, en bij mij nog wel? Het hele jaar door zag ik ze niet of nauwelijks, en nu opeens, in september...

Ik vind het een mooi slotakkoord.

Gebundelde balkonverhalen

Komend voorjaar verschijnt bij Atlas Contact een bundeling van deze serie verhalen, aangevuld met tips en een planten- en beestjesregister. Titel: Het bijenhotel: hoe tover je een kaal stadsbalkon om tot insectenparadijs.

Meer over