Wakkerlandsjan Kuitenbrouwer

Is de oikofoob eigenlijk wel bang?

null Beeld

Meepraten voor beginners: Jan Kuitenbrouwer schrijft het woordenboek van de verbale burgeroorlog die we het ‘openbaar debat’ noemen. Deze week, onder de O: oikofobie. Met dank aan Thierry Baudet.

Jan Kuitenbrouwer

Een kleurrijke verrijking van onze woordenschat die wij te danken hebben aan Thierry Baudet is ‘oikofobie’. Toen hij het woord een jaar of tien geleden introduceerde, was Wakkerlands wel even onder de indruk.

Een belangrijke vereiste voor de inburgering van een nieuw begrip is dat het prettig bekt. ‘Oikofobie’, het rolt soepel de mond uit. Klank en metrum: prima in orde. Póóótje-met-vet, óóói-ko-fo-bie, je kunt er zo een liedje van maken.

Ook belangrijk: het nieuwe woord spreekt voor zich. Dat doet ‘oikofobie’ duidelijk niet. Je moet iets van Grieks weten om het direct te begrijpen (xenofobie: angst voor het vreemde, oikofobie: angst voor het eigene). Baudet volgt hier het moderne aanwensel om ‘fobie’ te gebruiken waar eigenlijk ‘aversie’ bedoeld wordt, of ‘scepsis’. Bij —> islamofobie, bijvoorbeeld, gaat het vrijwel altijd om morele en politieke bezwaren tegen de islam. Hetzelfde bij —> homofobie en —> transfobie. Een opvatting hoeft niet uit angst voort te komen om bedenkelijk te zijn.

‘Fobie’ en ‘filie’ zijn ook eigenlijk geen zuivere tegenstelling. Het tegenovergestelde van voorliefde is niet angst, maar weerzin, afkeer of zelfs haat. Die weerzin kan het gevolg zijn van angst, maar dat kunnen wij niet weten, tenzij er een loslippige psychiater in het spel is.

Dat een woord niet zelfverklarend is, hoeft succesvolle inburgering niet in de weg te staan. Wie kent de etymologie van ‘hypotheek’? Toch weten we allemaal wat het betekent. Doorslaggevend voor de kansen van een neologisme is de vraag: voorziet het in een behoefte? De reactie moet zijn: ‘Wat fijn dat wij daar nu eíndelijk een woord voor hebben! Dankjewel, woordverzinner!’

Ook in dat opzicht scoort ‘oikofobie’ gemengd. Er was nog geen geleerd woord voor dit idee toen Baudet ermee kwam. Toen het een thema in het debat werd, in de jaren tachtig, werd afkeer voor het eigene vaak omschreven als de ‘weg-met-ons-mentaliteit’. Een bekende Nederlandse liedjeszanger wierp in die jaren een blik op Wakkerlands’ platencollectie en zei met enig misprijzen: ‘Te wit.’ De linkse politica Annemarie Grewel bejubelde de —> multiculturele samenleving, want dan ‘raken we tenminste eindelijk verlost van die akelige witte huid’. (‘Multicultureel’ was een term die toen veel gebruikt werd als eufemisme voor —> multiraciaal of —> multi-etnisch.)

Dus voor oikofobie moet je bij links zijn en voor oikofilie bij rechts? Ja en nee. Er lijkt een kruislingse verschuiving gaande. Het klimaatbeleid bijvoorbeeld is een strijd tussen kleinschalige lokale productie (links) en grootschalige internationale (rechts). Zonnepanelen en windmolens versus import van fossiele brandstoffen. Treinreizen en vakantie in eigen land versus internationaal toerisme en vliegverkeer, enzovoort. Donald Trump roept America first! maar laat zijn patriottistische campagnepetjes in China maken. Baudet verfoeit oikofobie maar ook de merchandise van Forum komt uit het buitenland. Met de shawls en de mokken van de PVV zal het niet anders zijn.

Het is maar wat je ‘eigen’ en ‘liefde’ noemt. De oikofiel die tegen windmolens vecht en vóór de bio-industrie en uitbreiding van Schiphol, zegt in feite: ‘Kijk eens wat een mooi land, het is te koop voor de hoogste bieder.’ Als een madam over haar meisjes. Zo frame je eerbied als ‘angst’ en exploitatie als ‘liefde’.

Meer over