‘Ironie in liedjes is laf’

John Bramwell is laat. Verslapen. Hij marcheert zijn stamkroeg in Manchester binnen, tegenover de Academy-popzaal, en terwijl hij in het voorbijgaan zijn drinkebroers begroet – vlugge omhelzing hier, handje daar – voorziet hij zijn wachtende Nederlandse gast met luide stem van tekst en uitleg: gisteravond voor het eerst het nieuwe I Am Kloot-album Sky At Night live uitgevoerd, integraal, in Londen, veel vrienden in de zaal, feest na afloop, je kent het wel. Met een zucht zijgt hij neer in een groezelige tweezitter vol gaten: zo, hèhè, daar zitten we dan eindelijk. Koffie en bier graag, tegen de kater.

Hoe het met hem gaat? ‘Ik ben inmiddels 45 jaar, mijn dochter is alweer 6, haar moeder is bij me weggelopen, ik lijd officieel aan slapeloosheid en mijn vader is knettergek geworden. Dus ja, geweldig, kon niet beter, thanks for asking’, waarop hij een korte, sarcastische schaterlach in dezelfde adem laat volgen door de droge toevoeging: ‘Het is allemaal waar, trouwens. En hoe is het met jou?’

Zo kennen we singer/songwriter Johnny Bramwell (1964), frontman van het Engelse trio met de wonderlijke naam I Am Kloot, alweer een jaar of tien. Druk, neurotisch, geestig en geneigd zijn toehoorders op het verkeerde been te zetten: hij kwakt je een pijnlijk persoonlijke ontboezeming in je gezicht om die vervolgens met grimmige zelfspot van zijn ergste zwaarte te ontdoen.

Zo doet hij het tijdens ‘Kloot’-optredens ook, al sijpelt de spot zelden in zijn liedjes door: de getergde zelftherapie zit, poëtisch verwoord en met rauwe, John Lennon-achtige stem gezongen, verpakt in zijn ambachtelijke, Beatle-eske en veelal akoestische liedjes. De rauwe humor zit in de presentatie: aankondigingen en praatjes tussendoor, want I Am Kloot is altijd in eerste instantie een live-band geweest.

New Acoustic Movement

De albumband I Am Kloot kon alleen bij het verschijnen van het debuutalbum Natural History (2001) heel even meesurfen op de golven van een kortstondige hype: het Engelse muziekblad New Musical Express (N.M.E.) stampte de ‘New Acoustic Movement’ uit de grond, met ‘quiet is the new loud’ als officieus motto en bands als I Am Kloot en het Noorse Kings Of Convenience (maar later ook andersoortige groepen als Travis en Starsailor) als belangrijkste vertegenwoordigers.

‘Ja’, zegt Bramwell, ‘we waren warempel even in de mode, gedurende een minuut of twintig. Daarna is het steeds minder geworden, als je het over albumverkopen en media-aandacht hebt. Maar ik mekker niet: ik kom netjes rond als muzikant, voor mijn gevoel gaat het al tien jaar hartstikke goed.’

Groot is I Am Kloot er inderdaad nooit mee geworden. Het trio (gecompleteerd door bassist Peter Jobson en drummer Andy Hargreaves) is een gerespecteerde liefhebbersact gebleven, maar als de voortekenen niet bedriegen, zal met het vijfde studioalbum Sky At Night een sprong voorwaarts worden gemaakt.

Dat het inderdaad een fantastisch mooi album is, biedt op zichzelf geen commerciële garanties, maar de media-aandacht voor de band, die zich al jaren op een laag pitje bevond, laaide ruim voor de albumrelease op tot het niveau van 2001. De zalen lopen vol. Het gonst onder het publiek: met Sky At Night gaat ‘Kloot’ een welverdiend ‘Elbowtje doen’.

Dat betekent in dit verband: na ruim vijftien jaar sappelen en een kwartet kwaliteitsplaten dat maar niet echt wilde verkopen plotseling alsnóg de wind in de zeilen krijgen, precies zoals het het bevriende en eveneens uit Manchester afkomstige Elbow overkwam met het album The Seldom Seen Kid (2008). Misschien maken Elbow en Kloot wel muziek die het publiek even moet laten rijpen.

Prachtig verhaal

De parallel met Elbow legt I Am Kloot geen windeieren. Het is ook een prachtig verhaal: het Kloot-debuut Natural History werd geproduceerd door de toen nog volslagen onbekende Elbow-zanger Guy Garvey (met assistentie van bandgenoot Craig Potter). Op Sky At Night is die samenwerking, bijna tien jaar later, in ere hersteld.

‘Dat hadden we al veel eerder gewild’, zegt Bramwell, ‘maar de agenda’s van Elbow en Kloot vielen maar niet op elkaar af te stemmen en wij hadden nooit het geduld om te wachten tot ze een keer tijd hadden. Ons vorige album, Moolah Rouge, namen we helemaal zelf op, in drie dagen, voor amper duizend euro. Ditmaal wilden we het grootser aanpakken, met orkestratie, maar we waren opnieuw blut, dus het kwam echt prachtig uit dat Guy en Craig zich meldden. Een vriendendienst, heet dat dan. Met andere woorden: we hebben ze geen cent betaald.’

Toen Garvey zich in 2000 opwierp als producer van Natural History, eigenlijk vooral omdat hij in het bezit was van een achtsporenrecorder, zat Elbow precies in hetzelfde schuitje als I Am Kloot: ze ploeterden in de marge, zonder platenlabel, en hadden nog geen single uitgebracht.

Nu is de Elbow-frontman een Britse ster met een Mercury Prize op zak. En dus een celebrity producer, die de opnamen van het nieuwe Elbow-album (gepland voor begin 2011) graag even onderbreekt om zijn Kloot-maatjes ook publicitair een duwtje in de rug te geven.

Garvey (1974) en Bramwell (1964) zijn markante kopstukken van muziekstad Manchester, zeker nu Oasis niet meer bestaat. Allebei zijn ze van huis uit working class-jongens, met een vet Manc-accent. Maar ze zijn ook autodidacte straatintellectuelen met een liefde voor poëtisch taalgebruik, zonder sentimentele overdaad, met confronterende, soms grimmige metaforen.

Liefdesverklaringen, bijvoorbeeld, zijn bij Elbow en Kloot nooit te zoet: ‘I’ll be the corpse in your bathtub’, zong Garvey in Newborn, terwijl de favoriete zin van I Am Kloot-fans vermoedelijk Bramwells schurende, tergend repeterende affectiebetuiging uit Twist is: ‘There’s blood on your legs... I love you.’

De verschillen tussen de twee frontmannen zijn overigens net zo in het oog springend als de overeenkomsten, en dan hebben we het niet alleen over het feit dat de kleine Bramwell, wanneer Garvey zich heeft gemeld, bijna verdwijnt in de kameraadschappelijke knuffel met de grote, rijzige Elbow-frontman.

Verschillen

Hun karakters verschillen ook nogal. Ze houden allebei van poëtisch taalgebruik en zijn allebei wars van de veilige ironie waarachter Britse bands als de Kaiser Chiefs zich zo vaak verschuilen, maar waar Garvey dankbaar op die constatering reageert (‘Ik ben heel blij dat je dat vindt, dank je’) wekt hij in Bramwell pure bloeddorst op: ‘Ja, en waarom? Omdat ironie in liedjes laf is. Zo van: ik weet het niet zo zeker, dus ik dek me maar in. Rot maar op met je ironie. Neem dan gewoon een kutbaantje op een kantoor en ga daar lekker lollig tegen je middelmatige collega’s lopen doen, maar val me niet lastig op míjn territorium, want daar wordt gewerkt aan waarachtige muziek.’

Op dat verschil in temperament zal Garvey later die middag dieper ingaan, wanneer Bramwell is vertrokken. ‘Ik heb een heel andere achtergrond. Ik kom uit een gelukkig gezin; Johnny bepaald niet. Hij heeft armoede gekend en letterlijk en figuurlijk veel klappen opgelopen. Hij heeft altijd moeten vechten. Zijn liedjes zijn zó genadeloos eerlijk, ze gaan echt tot op het bot.’

‘Ze zijn melancholiek doch hoopvol’, luidde Bramwells antwoord op de vraag of hij kon omschrijven wat zijn liedjes met die van Garvey gemeen hebben. Maar: ‘Guy schrijft over zijn gevoelens én zijn gedachten. Ik alleen over mijn gevoelens. Daardoor is mijn werk rauwer.’

Bramwell peinst even en zegt dan: ‘Guy is groot en breed. Hij heeft in de meest letterlijke zin van het woord een ander perspectief. Hij hoeft zijn stem niet te verheffen om gehoord te worden. Ik ben een opdondertje. Ik moet harder schreeuwen en ben gewend omhoog te stompen.’

Toch voelde Guy Garvey, toen hij zich eind 2000 opwierp als producer van Kloots debuutalbum, zich behalve vriend bovenal fan van Bramwell. Garvey was amper 25 jaar, waar de tien jaar oudere Bramwell een in de scene van Manchester door de wol geverfde singer/songwriter was. Ook daarin ligt een verschil besloten, zegt Garvey.

‘John was tot dat moment altijd alleen geweest, als mens én als muzikant. Hij schreef zijn liedjes voor zichzelf, het zijn stuk voor stuk gevechten tegen zijn demonen. Hij groeide op toen Engeland nog een shithole was, en Manchester in het bijzonder. Ik ben gevormd door een tijd die in alle opzichten perspectiefrijker was.

‘Muzikaal gezien is John een echte ambachtsman: een Beatles-jongen, voor wie het allemaal om het liedje draait. Ik heb altijd met een band gewerkt, en ook nog op een heel bedachtzame manier, zowel tekstueel als muzikaal. Elbow is een band van eindeloos schuren, schaven en kneden. Wij zijn geneigd om niet het liedje als eindproduct te zien, maar het album.’

Bedachtzaamheid

Het is die bedachtzaamheid die Garvey I Am Kloot, met groots effect, heeft opgelegd tijdens studiosessies: voor het eerst werden Bramwells liedjes niet zo snel en rudimentair mogelijk op de band geslingerd, maar werd vooraf besproken welk ‘gevoel’ de opname moest hebben en hoe de muziek extra kon worden verrijkt. Sky At Night is een georkestreerde I Am Kloot-plaat en het meest coherente werkstuk dat het trio maakte.

Bramwell: ‘Ook tekstueel is er voor het eerst een rode draad. Ik lijd sinds een tijdje aan vrij ernstige slapeloosheid. Zonder dat ik er erg in had, leverde dat een heleboel liedjes op met verwijzingen naar de nacht, de maan en de sterren, al is Lately het enige liedje dat werkelijk over slapeloosheid gaat.

‘Somber? Nee. Ik ben in menig opzicht een beschadigd mens en in essentie is het woede die me drijft, maar ik wil dat mijn liedjes mooi, troostrijk en hoopvol zijn. Ik ben ook geen introverte schrijver. Daarom verwijs ik zo veel naar de lucht en de stad.’

Op zijn beurt kondigt Garvey aan dat Elbow op zijn nieuwe album wat meer volgens de I Am Kloot-doctrine wil werken: ‘Kloot smijt in de studio de liedjes tegen de muur en bekijkt vervolgens welke er blijven plakken. Van hun directheid, hun vermogen om instinctief en snel te kiezen, kunnen wij weer iets leren.’

Een echte doorbraak voor I Am Kloot? Garvey hoopt het nog vuriger dan Johnny Bramwell zelf. ‘Ze verdienen het zo. Sky At Night is hun beste album. Wat het werk van Elbow en Kloot met elkaar verbindt, is iets dat ik geneigd ben typisch Mancunian te noemen: een gemeenschappelijk onvermogen om te veinzen. Emoties komen hard en recht door het midden in deze stad. Dat gaat het publiek op zeker moment toch voelen, daar ben ik van overtuigd, zelfs al duurt het vijftien jaar.’

]]>

]]>

Johnny Bramwell (rechts, met gitaar) van I Am Kloot: 'Ik ben in menig opzicht een beschadigd mens en in essentie is het woede die me drijft, maar ik wil dat mijn liedjes mooi, troostrijk en hoopvol zijn' Beeld
Johnny Bramwell (rechts, met gitaar) van I Am Kloot: 'Ik ben in menig opzicht een beschadigd mens en in essentie is het woede die me drijft, maar ik wil dat mijn liedjes mooi, troostrijk en hoopvol zijn'
Meer over