Iraanse migratiegeschiedenis

Na het historische nucleaire akkoord met Iran deze zomer lijkt het land enigszins los te komen van zijn sinistere imago. Er kunnen weer zaken worden gedaan. Westerse politici laten zich weer fotograferen in de barokke salons van Teheran, dat voorheen werd gezien als een schakel in de As van het Kwaad.

Rokkenjager

Thomas Erdbrink toont hiernaast in zijn kranten- en tv-reportages dat er 'echte' mensen wonen in het land 'waar niets mag en alles kan'. En nu is er Het rijbewijs van Nematollah waarin Marja Vuijsje de migratiegeschiedenis reconstrueert van een Iraanse familie. Omdat Nematollah eind 19de eeuw werd geboren en in 1964 overleed, destilleert ze zijn levensloop uit verhalen van zijn kinderen, in het bijzonder van zijn zoon Arash. De laatste ontvluchtte de islamitische terreur van de ayatollahs die in 1979 de macht grepen, en kreeg asiel in Nederland.

Nematollah trekt na zijn jeugd op het platteland naar de stad waar hij chauffeur wordt voor de regering. Hij ontwikkelt zich tot een fameuze rokkenjager die het mede dankzij allerlei nevenactiviteiten ver schopt. Althans in de toegepaste herinneringen van zijn nakomelingen. Arash op zijn beurt vertrekt in de jaren zeventig naar de VS voor een betere toekomst, maar keert terug met marxistische energie als het repressieve regime van de sjah gaat wankelen.

Actualiteitswaarde

Vuijsje kijkt naar Iran door de ogen van de familie, en schrijft niet uit eigen waarneming over het land. Ze laat het familieverhaal hand in hand lopen met de politieke geschiedenis, en laat Arash al in het eerste hoofdstuk reflecteren op het begrip migratie. Het duurt daarom even voordat je het verhaal wordt ingetrokken. Maar met haar aanpak legt ze als het ware een historische bodem onder Erdbrinks verslaggeving over het leven van alledag. Het is moeilijk voorstelbaar voor jongeren, onder wie de Nederlandse dochter van Arash, dat Iraanse tieners in de jaren zeventig net zo dweepten met John Travolta als westerse. Dat iedereen keek naar Peyton Place op tv-kanalen die nu islamitische zedenpreken uitzenden.

In de chaos van de revolutie tegen de sjah, waarin linkse activisten en conservatieve islamieten zij aan zij streden, had niemand de verpletterende kracht van het islamisme voorzien. De parallel met de snelle opkomst van IS dringt zich onvermijdelijk op. Arash worstelt evenzeer met de marxistische revolutionair die hij ooit was, als met ambivalente gevoelens over zijn vroegere vaderland. Dat laatste is een emotie waaraan vrijwel geen migrant - lees: vluchteling - ontkomt. Ook in die zin heeft het boek een beklemmende actualiteitswaarde.

Meer over