Ira Levin laat niet ‘zomaar’ thrillers na

Het jonge paar ligt op bed. Hij is koud tot op het bot, zijn benen trillen, zoals altijd wanneer er iets gebeurt waarop hij niet is voorbereid. Zij huilt in lange, benauwde uithalen. ‘How far?’ ‘Two months almost. What are we going to do?’ she asked.’ ‘You didn’t give the doctor your right name, did you?’

Het jonge paar ligt op bed. Hij is koud tot op het bot, zijn benen trillen, zoals altijd wanneer er iets gebeurt waarop hij niet is voorbereid. Zij huilt in lange, benauwde uithalen. ‘How far?’ ‘Two months almost. What are we going to do?’ she asked. ‘You didn’t give the doctor your right name, did you?’

Dit subtiele zinnetje: Je hebt de dokter toch niet je echte naam gegeven? uit het debuut A kiss before dying (1953), is zo’n Levin-zin die een tripje naar de hel aankondigt. Een vrijkaartje voor moordenaars, satanisten, nazi’s, en ander in en in slecht of misleid volk.

De dinsdag overleden auteur werd niet voor niets door Stephen King benoemd als ‘de Zwitserse horlogemaker van het spannende boek. Bij zijn plots wordt al het andere teruggebracht tot klokjes van vijf dollar in de dumpstore’. Daar zit iets in. Met de ‘slechts’ zeven thrillers die hij, verspreid over veertig jaar, schreef, bracht hij miljoenen lezers in de hele wereld de kunst van het griezelen bij; een inkijkje in de vleesgeworden verdorvenheid.

Levins toneelstukken No Time for Sergeants en Deathtrap werden met succes langdurig opgevoerd, maar het zijn boeken als Rosemary’s baby, The Stepford Wives en The Boys from Brazil die menig netvlies een brandwond hebben bezorgd. De woorden waarin hij zijn verhalen goot werkten als vleesmessen, niet zelden vermomd als onschuldige kaasschaafjes. Daar kwam bij dat de verfilmingen van zijn meeste boeken megasuccessen werden.

‘Ik geloof niet dat welke zwangere vrouw dan ook het zou moeten lezen.’ Zei Levin over Rosemary’s Baby als boek. De film, waarin Mia Farrow na zenuwslopende ontwikkelingen aan het eind naar haar pasgeboren baby in de wieg kijkt, deed er bijna nog een schepje bovenop. ‘Kun je al lachen, Andy? Toe dan, klein gek-oogje. Lach dan eens voor mammie.’ Het monstertje met de horentjes en klauwtjes en de bijzonder vreemde gele oogjes vertrekt geen spier.

Hoewel Levin later meedeelde te betreuren dat het grote succes de aandacht voor satanisme had bevorderd – ‘Ik heb de royalty cheques natuurlijk niet teruggestuurd’ -, heeft hij een klassieker nagelaten. Meerdere zelfs. Dat hij ruste in vrede en boven niet ontvangen wordt door de dame van de felicitatiedienst die ook in Stepford werkzaam was: ‘Het zal u hier best bevallen. Het is een leuke plaats met leuke mensen.’ Zombie-alarm. Mede door hem zijn we ons van kwaad bewuste lezers geworden. Nee, het waren niet ‘zomaar’ thrillers.

Ira Levin (archieffoto). (AP) Beeld AP
Ira Levin (archieffoto). (AP)Beeld AP
Meer over