Intieme brieven van Paul Celan

EEN TOEVALLIGE passant zou het een aardig, zo niet typisch Parijs' tafereeltje hebben gevonden: een meisje, of misschien meer een jonge vrouw, laat op het terras van café Dupont aan de Boulevard Saint-Michel een boek van haar schoot vallen en een man, zo te zien nog een jonge man, snelt...

Willem Kuipers

Het is het begin van een vriendschap, of misschien moet je zeggen een romance - maar we zullen er helaas nooit álles van weten -, die tussen de twee jonge mensen ontstaat, zoals er in Parijs op straat, in de cafés, op de terrassen of waar dan ook in die ooit zo openbare stad in de loop van de tijd zovele zijn ontstaan.

Een cliché, deze anekdote?

Misschien.

Totdat je in het mooie boek 'Alles is te zwaar, omdat alles te licht is' geleidelijk aan de details van deze verhouding krijgt aangereikt, en daarmee het zicht op de rampspoed die in beider leven zo hevig had toegeslagen, en waaraan in elk geval voor één van hen, de (jonge) man, nooit een eind zou komen. In 1970, vermoedelijk op 20 april, verdrinkt hij zichzelf in de Seine.

Hij, om met hém te beginnen, is een van de grootste dichters van de twintigste eeuw, Paul Celan (1920-1970). Zijn reputatie kan nog steeds het beste worden weergegeven met een verwijzing naar de uitspraak van de kritische denker uit de Frankfurter Schule Th. Adorno, die in zijn artikel 'Kulturkritik und Gesellschaft' uit 1949 liet weten dat het barbaars zou zijn om na Auschwitz nog gedichten te schrijven.

De letterkundige Peter Szondi, die het gedicht 'Todesfuge' van Paul Celan kende, was het daar niet mee eens. Celan bewees dat het wel kon, vond hij. Vijftig jaar later, nu 'Todesfuge' doorgaat voor de Guernica van de literatuur, kunnen wij eraan toevoegen dat Celan met zijn poëzie mede de Duitse taal van het nazi-vuil heeft gereinigd. Iedereen die 'Todesfuge', met zijn steeds terugkerende regel 'der Tod ist ein Meister aus Deutschland', leest, zal daar iets van begrijpen, en tegelijkertijd beseffen wat een ongelooflijk groot dichter Celan van meet af aan was (al spaarden hem de verlichte schrijvers van de Gruppe 47 hun spot niet, toen hij in die kring 'Todesfuge' voor het eerst las). Het gedicht is trouwens indrukwekkender dan de Guernica, misschien wel doordat het - op een bepaalde manier - 'Auschwitz' is.

Veel hiervan is bekend, en als het niet zo is dan kan 'Alles is te zwaar, omdat alles te licht is' een aangename introductie tot het werk van Celan zijn, omdat Paul Sars die het boek samenstelde, buitengewoon goed is ingevoerd in leven en werk van de dichter, en samen met C.O. Jellema - die voor de vertalingen zorg droeg - in noten en toelichtingen een schat aan inlichtingen weet te bieden. Het maakt de kleine lettertjes (en dat zijn er heel veel in dit boek) minstens zo boeiend als de 'broodtekst', waar het de lezer in eerste aanleg om te doen zal zijn.

Waar het om gaat, en daarmee komt de jonge vrouw uit het begin weer in beeld, is een twaalftal brieven die Paul Celan in de jaren veertig aan Diet Kloos-Barendregt stuurde, een jonge vrouw uit Den Haag, studente aan het conservatorium en later oratorium-zangeres en docente, die op het moment dat ze Celan in augustus 1949 leerde kennen, net als hij, nog volop in de ban van de duistere oorlogsjaren moet zijn geweest. Diet Barendregt was als 16-jarige al in het verzet gegaan, had daar Jan Kloos leren kennen en was in november 1944 met hem getrouwd. Kort na het huwelijk werden ze allebei opgepakt. Jan Kloos werd op 30 januari 1945 doodgeschoten, Diet Barendregt kwam vrij (en ging opnieuw in het verzet).

'Bittere ervaringen' had ook Paul Celan te verwerken. Hij was op 23 november 1920 in Czernowitz (Roemenië) geboren als Paul Antschel, enig kind van Duitstalige joodse ouders. In 1942 werden zijn ouders gedeporteerd. Celan dook onder, maar kort daarna werd hij gearresteerd en naar een werkkamp vervoerd. In de herfst van dat jaar hoorde hij dat zijn vader was vermoord. In 1943 bleek zijn moeder met een nekschot te zijn vermoord.

Deze uitgave behelst de twaalf brieven die Paul Celan in de jaren veertig aan zijn Nederlandse vriendin schreef. Het is, om twee redenen, een uniek boek. In de eerste plaats omdat het niet de bedoeling was dat ze ons onder ogen zouden komen. De brieven waren weliswaar afgedrukt in de dissertatie van Sars over Celan, maar de voorwaarde daarbij was dat dit deel van het proefschrift in de kluis zou blijven. Voor deze editie heeft de zoon van Celan een uitzondering gemaakt, mits er een beperkte oplage (van 1500 stuks) zou worden gedrukt.

De tweede reden is van inhoudelijke aard. Men zou kunnen veronderstellen dat de brieven zodanige (erotische) geheimen blootleggen dat de erven-Celan ze uit kiesheid nog even verborgen willen houden, maar dat is niet het geval. Het belang van deze brieven, zoals Sars in zijn inleiding schrijft, is vooral dat ze ons meer zicht bieden op de moeilijke tijd die Paul Celan in Parijs had, een tijd van moeizame oriëntatie op de toekomst, een tijd van grote twijfel, een tijd waarin mede door de schitterende poëzie die hij ondanks alles schreef (of liever gezegd moest schrijven), de oorlogsherinneringen telkenmale weer de kop opstaken (Celan viel als geen ander samen met zijn gedichten). Hij zal op den duur in grote psychische nood geraken, als zelfs elektroshocks niet meer baten.

Bij alle somberheid, 'bitterheid' in de woorden van Celan, waarvan in deze tijd sprake is, steken de brieven aan Diet Kloos-Barendregt vrolijk af. Niet dat het voortdurend lachen is geblazen, maar een zekere opgewektheid valt aan de brieven beslist af te lezen. De vrolijkheid spreekt uit de voor de lezer goeddeels onbegrijpelijke erotische toespelingen - die ook in de noten van Paul Sars worden afgegrensd met de mededeling: 'strikt-privé' -, en blijft dientengevolge nogal verborgen, maar dat geldt evenzeer voor de ellende, die zelden rechtstreeks tot ons komt (en waarvan we vooral in de toelichtingen vernemen).

Paul en Diet hadden het, om het populair te zeggen, goed samen. Pas geleidelijk sloop er wat reserve hun verhouding binnen en dat kwam vooral doordat Celan zo traag antwoordde op de brieven van Diet (waarover we alleen in de noten enigszins worden geïnformeerd aan de hand van bewaard gebleven 'ontwerpen'; de brieven zelf zijn nog steeds niet gevonden). Wat de verwijdering teweeg bracht, blijft gissen. Het kan te maken hebben gehad met de affaire waarin Celan belandde, toen Claire Goll, de vrouw van de dichter Yvan Goll, die Celan zou vertalen, hem van plagiaat, en vervolgens van een poging tot verkrachting (!) beschuldigde. Het kan ook een gevolg zijn geweest van het feit dat Celan in 1950 zijn vrouw leerde kennen, de adellijke Gisèle de Lestrange, wier familie de arme joodse vluchteling niet zo zag zitten, maar met wie zij toch trouwde.

'Alles is te zwaar, omdat alles te licht is' (een citaat van Paul Celan) is - mede door de vertaalde gedichten en de facsimile's van de brieven en typoscripten - een boek dat je tijdens het lezen al dierbaar wordt, alsof het een geslaagde (liefdes)roman betreft - ook al kregen ze elkaar niet, deze twee begaafde mensen.

Meer over