Drama

Infamous

Een manipulatieve Capote

Ronald Ockhuysen

Truman Capote was een manipulator zonder al te veel scrupules. De schrijver roddelde over al zijn vrienden en tegelijk was hij in niet een van hen geïnteresseerd. Toch wilden velen lange tijd in zijn nabijheid verkeren. Omdat Capote zijn egocentrisme wegpoetste met zijn intelligentie. Hij wist tijdens zijn beste jaren precies wanneer hij wat moest zeggen om een vriendschap of zakenrelatie niet te laten kapseizen.

Die manipulatieve kant komt nadrukkelijk tot uiting in Infamous, de tweede film over Truman Capote in korte tijd - in 2005 was er al Capote, waarvoor Philip Seymour Hoffman de Oscar voor beste mannelijke hoofdrol kreeg. Het toeval - want dat is het - had nog meer in petto. Net als Capote richt ook Infamous zich hoofdzakelijk op de jaren waarin Capote werkt aan zijn beste boek In Cold Blood, dat hem wereldfaam bracht en tegelijk zijn neergang inluidde. Ook in deze film wordt naar het platteland gereisd voor de reconstructie van een moord op een boerenfamilie, en ook nu draait het in het begin om het contrast tussen Capotes nuffige levenswandel en de mores op zijn tijdelijke werkterrein.


De Britse acteur Toby Jones maakt van Capote een grotere selfkicker dan Hoffman deed. Daarmee is meteen een verschil tussen beide producties aangestipt. Hoewel de sterrencast en de bruisende art direction anders doen vermoeden, worden er in Infamous hardere noten gekraakt dan in Capote. In het scenario en de regie van McGrath komt Capote niet weg met zijn neuroses en grillen. Daar wordt hij ditmaal zelf verantwoordelijk voor gemaakt.


Ook zijn kokette geborrel met de beau monde van New York ontbeert in McGraths optiek iedere vorm van romantiek. Een jachtterrein is het. En Capote schiet er met scherp.


Infamous kan moeilijk bekeken worden zonder dat de bioscoopbezoeker ook te denken aan Capote. Die pech plaatst de film van McGrath min of meer buitenspel. Volkomen ten onrechte, overigens. Want net als Capote is Infamous een zorgvuldige film, die van meerdere kanten een licht laat schijnen op de journalist annex society-snob Truman Capote. Met dien verstande dat in deze versie de homoseksualiteit explicieter aan bod komt, en Capotes gevoelens voor de biseksuele moordenaar Perry Smith voor veel explosiegevaar zorgen. Toby Jones en Daniel Craig - die deze film al voor zijn James Bond-debuut opnam - balanceren tijdens hun dialogen op de grens tussen lust, liefde en hebzucht.


De keuze voor een prominentere plek voor Capotes amoureuze strubbelingen is veelzeggend voor de afweging die McGrath tijdens het schrijven van zijn scenario maakte: voor hem is Capote een mens die niets en niemand ontziet wanneer er eigenbelang in het spel is. In de biopic met Philip Seymour Hoffman lag dat anders. Daar was de schrijver het slachtoffer van zijn eigen ambitie geworden.


Bij McGrath kiest hij ervoor. In Capote onderging hij zijn lot.


Hoe dan ook: beide interpretaties leveren een film op die over vijftig jaar nog staat als een huis.


Meer over