Indrukwekkende onvoltooide over ras en identiteit

IN 1952 publiceerde Ralph Ellison (1914) met Invisible Man een van de belangrijkste naoorlogse Amerikaanse romans. De onzichtbare man uit de titel was niet ontsproten aan een H.G....

In Invisible Man, in veel opzichten een satirisch boek, haalde Ellison fel uit naar de versimpeling van het begrip ras. Naar zijn mening maakten niet alleen blanken zich hieraan schuldig, maar ook zwarten. De complexiteit van de verhouding tussen ras en identiteit, en de wijze waarop die in de Amerikaanse cultuur gestalte kreeg, is Ellison zijn hele leven blijven bezighouden. Dat blijkt uit de essays die hij in de loop der jaren heeft geschreven, maar het blijkt eens te meer nu zijn tweede, onvoltooide roman Juneteenth is verschenen.

Ellison begon aan dit boek nog voor de publicatie van Invisible Man, en is eraan blijven schrijven tot zijn dood in 1994. In de Verenigde Staten geldt de verschijning ervan als een van de belangrijkste gebeurtenissen in de boekenwereld, maar is het tevens aanleiding tot verhitte debatten, omdat het boek door Ellison nooit werd voltooid, hoewel hij er veertig jaar aan werkte.

Ellison overleed twee maanden nadat hij tegenover The New Yorker had verklaard dat zijn roman er nu echt aankwam. Na zijn dood benaderde zijn weduwe de letterkundige John F. Callahan met het verzoek de literaire nalatenschap onder zijn hoede te nemen. Callahan en Ellison waren bevriend geweest; bovendien was Callahan de redacteur van een verzameling essays en een verhalenbundel die Ellison bij zijn leven had gepubliceerd.

Eenmaal aan zijn taak begonnen, ontdekte Callahan dat er helemaal geen sprake was van een bijna voltooid manuscript. In Ellisons werkkamer bevonden zich duizenden pagina's aantekeningen, typoscripts, uitdraaien en een grote hoeveelheid diskettes. Los van de passages waarvan Ellison twee of meer versies had geschreven, had het hele manuscript een omvang van ruim vijftienhonderd pagina's. Desondanks was het boek geenszins (bijna) af te noemen. Het bestond uit drie zeer verschillende delen, zonder verband. Boek I stamde uit de jaren zestig en leek sindsdien veronachtzaamd, aan Boek II was Ellison tot het eind blijven werken, met alle sub- en parallelversies van dien, en dan was er nog een verzameling stukken over het Oklahoma van Ellisons jeugd (toen pas sinds kort een staat, voorheen een 'territory'), vermoedelijk bestemd voor Boek III.

Na twee jaar lezen en denken besloot Callahan dat Boek II de kern moest zijn van het epos dat Ellison voor ogen had gestaan. Uit de manuscripten van dit deel stelde hij Juneteenth samen, aangevuld met enkele fragmenten uit de andere delen. Zo ontstond een boek met een helder verhaal en een behoorlijke stilistische eenheid. Sommige critici hebben al meesmuilend opgemerkt dat Juneteenth geen boek van Ellison is, maar van Callahan. Het ís een opvatting, en wie haar huldigt beschouwt ongetwijfeld Max Brod als de ware auteur van Het proces, en is overigens van mening dat het werk van Kafka nooit had mogen worden uitgegeven.

Maar anderen is deze letterkundige Staphorster variant misschien te steil. Daarbij valt voor Juneteenth aan te voeren dat Ellison fragmenten ervan in tijdschriften publiceerde en tijdens lezingen voordroeg, en een eventuele postume publicatie nooit heeft verboden. Wel wilde hij graag dat zijn manuscripten aan de Library of Congress zouden worden geschonken.

Natuurlijk, Juneteenth is slechts een klein deel van de omvangrijke saga die Ellison wilde schrijven, maar op zichzelf zegt dat nog niets over de kwaliteit van dat kleine deel. Welnu: Juneteenth is een edelsteen; niet ruw, maar keurig geslepen, zij het met hier en daar nog wat scherpe kantjes, want het werk was niet af. Maar van het knagende gevoel een boek te lezen dat aan de reputatie van de auteur afbreuk doet, zoals menige lezer gehad zal hebben bij de postume Hemingway-publicatie True At First Light, is hier geen moment sprake.

Juneteenth begint ergens halverwege de jaren vijftig, als een groep oudere negers onder leiding van dominee Alonzo Hickman in Washington audiëntie vraagt bij senator Adam Sunraider. Hoewel Sunraider een staat uit New England vertegenwoordigt, waar relatief liberale opvattingen heersen over rassenkwesties, staat hij bekend als een reactionaire figuur met een afkeer van zwarten. De groep wordt dan ook door zijn assistenten afgepoeierd, al probeert men bij herhaling duidelijk te maken dat men een belangrijke boodschap voor hem heeft en dat een ontmoeting strikt in zijn eigen voordeel zal zijn.

Vervolgens wordt Sunraider tijdens het houden van een daverende toespraak in de Senaat neergeschoten. Tot ieders verbazing is dominee Hickman de enige die hij aan zijn ziekenhuisbed wenst. In wederzijdse dialogen, maar ook in herinneringen, innerlijke monologen en hallucinatoire woorden- en beeldenstromen, wordt het verleden van beide mannen in beeld gebracht. Zoals al vanaf de eerste bladzijden wordt gesuggereerd, blijken Hickman en Sunraider elkaar al zeer lang te kennen.

Sunraider heette ooit Bliss, kwam wellicht als lichthuidige kleurling ter wereld (zijn exacte raciale status houdt Ellison, ongetwijfeld bewust, in het vage) en werd opgevoed in een negergemeenschap onder leiding van Hickman. Het was de bedoeling dat hij dominee zou worden, en in afwachting van dat moment was hij Hickmans jeugdige compagnon in een dramatische preek over de wederopstanding, waarbij de jongen bij de woorden 'Why hast thou forsaken me?' uit een doodskist zou herrijzen.

Bij één zo'n optreden trad een verwarde blanke vrouw naar voren, die beweerde dat Bliss haar kind was. Hoewel zij werd afgevoerd, begon daarmee Bliss' twijfel aan zijn identiteit. Hij verliet de gemeenschap waarin hij was opgegroeid, zwierf rond als avonturier, en werd een aartsconservatief politicus.

De gebeurtenis die tot Bliss' identiteitscrisis leidde, vond plaats tijdens een 'Juneteenth'-viering. Op 'Juneteenth' (een verbastering van 'June nineteenth') wordt herdacht hoe op 19 juni 1865 soldaten van de Noordelijke Unie in Texas aankwamen, en de slaven aldaar mededeelden dat ze vrij waren. In Ellisons jeugd was Juneteenth een feestdag. Onder invloed van de Civil Rights Movement werd het wat in vergetelheid geraakte feest weer in ere hersteld, en in 1992 werd Juneteenth gekozen als protestdag rond de Rodney King-zaak (de zwarte automobilist die door vier blanke, naar bleek uitgesproken racistische politiemannen in elkaar werd geslagen).

De roman die John F. Callahan uit Ellisons nalatenschap heeft samengesteld, is zoals gezegd een afgerond en gaaf geheel. Er blijven vragen onbeantwoord en gebeurtenissen onverklaard, maar het is de vraag in hoeverre dit aan het onvoltooide karakter van het boek ligt. We komen bijvoorbeeld niet te weten of Bliss nu een kleurling was of een blanke, maar doet het ertoe, gezien Ellisons opvattingen over ras? Ook blijft Bliss' ontwikkeling van 'negerjongetje' tot blanke racist psychologisch onverklaard, maar zou dit boek zoveel rijker zijn geweest als Ellison een freudiaans hoofdstuk over symbolische vadermoord had ingevoegd?

De roman Juneteenth die we nu als lezer in handen hebben, is een meditatie over ras en identiteit en hoe het één het ander kan verstikken. Het is een boek met prachtige, lyrische fragmenten, met een bloemrijk uitgewerkt larger-than-life personage als Alonzo Hickman, met een knetterende, zij het te lang uitgesponnen rede van Sunraider, met treffende toespelingen en ook met een reeks onduidelijkheden.

Voor wie dit niet genoeg is: Callahan werkt op het ogenblik aan een wetenschappelijke uitgave van Ellisons manuscript.

Meer over