Pop

In zijn filmmuziek wist Henny Vrienten het geheimzinnige en hemelse te raken

Henny Vrienten in 1988. Beeld Foto Theo Noort/ ANP / Maria Austria Instituut
Henny Vrienten in 1988.Beeld Foto Theo Noort/ ANP / Maria Austria Instituut

Bij de dood van Henny Vrienten (1948-2022) herbeluistert Rob van Scheers vijf van diens veelzijdige soundtracks.

Rob van Scheers

Nog voordat hij in het spreekwoordelijke zwarte gat dreigde te vallen, kreeg Henny Vrienten een telefoontje van regisseur Vivian Pieters. Ze had in 1984 het plan opgevat voor de thriller De prooi. Zou hij de filmmuziek willen schrijven? Nu Doe Maar toch uit elkaar lag, bedoelde ze.

‘Als er maar geen reggaebeat onder moet’, antwoordde Vrienten. ‘Dat heb ik nu wel gezien.’

Nee, nee, carte blanche. En zo begon Henny Vrienten op zijn 36ste aan een tweede leven als filmcomponist, een carrière-switch die hij in 2015 bij VPRO’s Vrije Geluiden omschreef als ‘een sprong in het diepe’.

We moesten begrijpen: binnen een popbandje gaat alles verbaal. Daar worden geen partituren uitgeschreven. Zou hij ook niet kunnen, trouwens, al had hij dan wel ooit een paar jaar klassiek gitaar gestudeerd. Liever ging hij een beetje rommelen met zijn bandje in de oefenruimte. Als jij daar nu eens een D-akkoord pakt, Ernst? Een manier van muziekmaken die hem het beste lag. Alles intuïtief. Maar nu moest hij in zijn Amsterdamse thuisstudio een soundscape ontwerpen die recht deed aan de spanningsboog van de film.

De prooi (1985).  Beeld
De prooi (1985).

Een nieuw begin: De prooi

Ruim 35 jaar later bekijken we De prooi op dvd, met bijzondere aandacht voor de filmmuziek. De plot in het kort: de moeder van scholiere Valerie (Maayke Bouten) wordt ’s avonds laat opzettelijk doodgereden, de dader rijdt door. Valerie gaat op onderzoek uit, en ontrafelt een complot. We zouden het nu een onderhoudende telefilm noemen.

En dan Vrienten. De soundtrack begint met een themaatje op de synthesizer, standje panfluit. Hier ging hij duidelijk te rade bij Ennio Morricone. Naarmate het verhaal vordert komt er een klagende chromatische mondharmonica voorbij, net als een bewust licht ontstemde akoestische gitaar, pulserende bastonen, en af en toe een klap op het klavier om de kijker schrik aan te jagen. Muziek die dienstbaar is aan de film.

Onder de aftiteling heeft hij een popliedje gezet: Alleen, aanstekelijk gezongen door Liesbeth List. Het was de enige keer dat Vrienten zich een Doe Maar-esk uitstapje permitteerde. De film deed niet veel in de bioscoop, maar vanaf nu zouden meer regisseurs bij Vrienten op de stoep staan.

Geen toeval natuurlijk dat hier de naam van Ennio Morricone valt. In 2012 was Vrienten Zomergast. Een van de besproken thema’s in de uitzending was de openingsscène van Once Upon a Time in the West (Sergio Leone, 1968) met muziek van Morricone. De eerste twaalf minuten van deze epische western gebeurt er helemaal niets. Dat wil zeggen: we zien drie boeven op een perron in de woestijn. Ze wachten op een trein, maar die is twee uur te laat. De verveling wordt uitgedrukt in een compositie voor piepende en krakende windmolens, een hinderlijke bromvlieg, het kraken van knokkels – het duurt en het duurt maar.

Dan dendert alsnog de trein binnen, en maakt harmonicaman Charles Bronson met zijn huilende bluesharp zijn entree. De piepende windmolen en de zoemende vlieg zijn een proeve van wat Italianen ‘musica concreta’ noemen. Volgens Vrienten het bewijs ‘dat alles muziek kan zijn’. Voor hem was Morricone een grootheid.

Spoorloos (1988).  Beeld
Spoorloos (1988).

Minder is meer: Spoorloos

Was zijn soundtrack van De prooi nog tamelijk dichtgetimmerd, in Spoorloos (George Sluizer, 1988) koos hij voor minder is meer. Onder de openingsbeelden van Johanna ter Steege en Gene Bervoets die in Frankrijk op vakantie zijn, plaats hij een uitzonderlijk lome baspartij. Helemaal Henny Vrienten. Heel zomers, ook. Er lijkt niets aan de hand.

Tien minuten later is Ter Steege ontvoerd door de Franse sociopaat Raymond Lemorne (Bernard-Pierre Donnadieu) en wordt de muziek een stuk nerveuzer. Iedere keer dat die griezel opduikt, horen we een zinderende saxofoon. Die dient als vignet, een bekende techniek onder filmcomponisten. Ieder personage krijgt zijn eigen muziekloopje. Het publiek herkent dat en legt als vanzelf de connectie. Een wie-is-wie in noten.

‘God ja, dat is mijn fretloze bas in het begin!’, herinnerde Vrienten zich in 2013 toen de Volkskrant een reconstructie maakte van het moeizame opnameproces van Spoorloos. ‘Er was geen budget, ik deed alles zelf. Met van die kleine orgeltjes en een valse gitaar zocht ik naar een soort ongemakkelijke, niet blije sfeer. Nu zou ik dat totaal anders doen, met strijkers. Vooraf had George Sluizer me drie dagen murw gepraat, zodat ik alle diepere lagen van de film kende. Verder liet hij me helemaal vrij.’

The Discovery of Heaven (2001).  Beeld Imageselect
The Discovery of Heaven (2001).Beeld Imageselect

Magnum opus: The Discovery of Heaven

Strijkers. Je willen ontwikkelen als componist. Voor zijn gevoel klom Vrienten bij iedere nieuwe film een trede hoger. Hij bestudeerde componisten als Stravinsky en Ravel. Hij leerde over dynamiek en atonaliteit, voordat hij zelf met het Metropole Orkest aan de slag durfde te gaan, geholpen door componist, arrangeur en dirigent Dick Bakker.

Zoals Vrienten in Vrije Geluiden uitlegde: ‘Ik maak altijd een sjabloon van de filmmuziek. Op de piano, op mijn bas, een geheimzinnig harpje. Alles wat diffuus is en wat je niet uit een orkest krijgt. Dat nam ik dan thuis vast op. Vervolgens ging ik met die tapes langs bij het Metropole Orkest, en zij moesten die dan inspelen. En dat ging eigenlijk heel erg goed, waardoor ik mijn eigen sfeer kon houden.’

Ja, Morricone kon het met zijn conservatoriumopleiding allemaal zelf. Maar voor een popmuzikant – zo leert de geschiedenis – is het heus niet zo gek om een arrangeur in te huren. Laten we het zo zeggen: The Beatles deden het ook. Bedoeld wordt de ervaren producer George Martin, afgestudeerd aan de Londense Guildhall School of Music.

Dan zeiden Lennon en McCartney: we horen hier wel die trompet uit Bachs Brandenburgse Concerten (bij het liedje Penny Lane) of iets à la Mozart (bij In My Life), en George Martin regelde dat dan. De rest van de wereld dacht: goh, wat zijn die Beatles toch eclectisch. Maar achter de schermen was het aandeel van de producer minstens zo groot.

Voor wat we zijn magnum opus mogen noemen, ging Vrienten bij de Harry Mulisch-verfilming voor vol orkest: The Discovery of Heaven (Jeroen Krabbé, 2001). Omdat het verhaal in de hemel begint, wordt eerst een kerkorgel flink aan het werk gezet. Daarna is het wat rustiger. Ada Brons (Flora Montgomery), een van de hoofdpersonen, speelt zelf cello en dus horen we eerst vooral kamermuziek.

Maar het is Vrienten die de sleutelscènes klank en kleur geeft, zoals in het nummer The Conception , als Ada door haar twee geliefden Onno Quist (Stephen Fry) en Max Delius (Greg Wise) op dezelfde avond afzonderlijk wordt bevrucht (zoals de hemel het had bedacht). Omdat we op Cuba zijn, begint het muziekstuk bijna als een bolero (invloeden van Ravel). Akoestische Spaanse gitaren, maar het thema groeit langzaamaan uit tot een symfonie. Laag op laag, het complete orkest in beweging, zonder dat het bombastisch wordt. Dit is filmcomponist Vrienten op zijn best. Jeroen Krabbé: ‘Hij wist direct, al in de eerste muzikale probeersels, het hemelse en geheimzinnige gevoel te vatten waarnaar ik op zoek was.’

Zeemansvrouwen (1930).  Beeld
Zeemansvrouwen (1930).

Fun project: Zeemansvrouwen

In 1930 draaide de van oorsprong Duitse regisseur Henk Kleinmann zijn Jordanese melodrama Zeemansvrouwen. Het moest de eerste Nederlandse geluidsfilm worden, maar toen raakte het geld op. In 2003 werd de film gerestaureerd, acteurs spraken de teksten in en Henny Vrienten maakte de muziek. Hier laat hij zich van zijn volkse kant horen. Polka, accordeon, zeemansliederen, een op hol geslagen draaiorgel: Jordaneser zul je het niet snel vinden. Vrienten: ‘Filmmuziek schrijven is een ambacht. Mijn vader was al timmerman, ik zet die familietraditie gewoon voort.’ Ter info: de film is gratis te zien op de website van filmmuseum EYE.

De Belgische comedy Everybody Happy (2016) . Beeld
De Belgische comedy Everybody Happy (2016) .

Terug tot rock-‘n’-roll: Everybody Happy

Na dertig jaar filmmuziek had Henny Vrienten het wel gezien. Hij begon weer soloplaten te maken met popliedjes voor volwassenen, zoals het album En toch… (2014). Bij verschijnen zei hij tegen de Volkskrant: ‘Filmmuziek maken doe ik met plezier, maar het is museummuziek: de meeste Nederlandse films draaien kort in de bioscoop en daarna is je muziek weg, want als album verschijnt dat werk bijna nooit. Alleen kinderfilms blijven circuleren: Kruimeltje, Madelief, Pietje Bell.’

Toch kon hij in 2016 geen nee zeggen tegen de Vlaamse regisseur Nic Balthazar, met wie hij eerder had gewerkt aan Tot altijd (2012). Dit was de deal: Vrienten ging de muziek schrijven voor de comedy Everybody Happy die de Belgische rockgroep Triggerfinger zou uitvoeren. Het verhaal gaat over een stand-upper die een mooie toekomst achter zich heeft, de soundtrack is eerst en vooral: jongens met gitaren. Spetterende pop, rock, slidegitaar, terug naar de basis. Voor de componist moet het gevoeld hebben alsof de cirkel gesloten was.

Slotakkoord

Jammer toch wel dat er over Henny Vrienten als filmcomponist nooit een alomvattende documentaire is gemaakt. Zoals die nu wel over Morricone in de bioscoop draait: Ennio, van regisseur Guiseppe Tomatore. Door een parade van enthousiaste zegslieden van het kaliber Quentin Tarantino, Clint Eastwood en Bruce Springsteen neigt die weliswaar naar een hagiografie, maar om de maestro zelf aan het werk te zien is een genot, en leert de kijker veel over wat een filmcomponist drijft. Daarover hadden we van Henny Vrienten ook meer willen horen.

Filmografie Henny Vrienten

De prooi (1985)
In de schaduw van de overwinning (1986)
Spoorloos (1988)
Jan Rap en z’n maat (1989)
De gulle minnaar (1990)
De nietsnut (1992)
De drie beste dingen in het leven (1992)
Part Time God (1993; documentaire)
Oeroeg (1993) * Max (1994)
Sur Place (1996)
Left Luggage (1998)
Madelief: Krassen in het tafelblad (1998)
Abeltje (1998)
Kruimeltje (1999)
De verlossing (2001)
The Discovery of Heaven (2001)
Het stenen vlot (2002)
Pietje Bell (2002)
Verder dan de maan (2003)
Pietje Bell 2: De jacht op de Tsarenkroon (2003)
Zeemansvrouwen (2003)
Ciske de Rat (2010; registratie van de musical)
Sonny Boy (2011)
Tot altijd (2012)
Everybody Happy (2016).
Voor zijn soundtracks werd Vrienten twee keer bekroond met een Gouden Kalf.
Ook ontving hij van de stichting Buma de Zilveren Harp (1982, voor aanstormend talent) en Gouden Harp (1995, oeuvreprijs).

Harry Bannink

In de periode 1994-2019 schreef Vrienten talloze liedjes voor Het Klokhuis en Sesamstraat, vanaf 1999 was hij bij beide programma’s hoofdcomponist. Veel plezier beleefde hij aan zijn samenwerking met Harry Bannink. In een interview uit OOR van 2014: ‘Van nature ben ik een muggenzifter en een mierenneuker. In bandjes was ik onuitstaanbaar. Ik wilde het altijd precies zo hebben als op mijn demo.
Als je dan één noot anders speelde, had je vier weken ruzie met me. Harry Bannink heeft mij de schellen van de ogen doen vallen. Ik heb de laatste vijf jaar van zijn leven met hem aan Klokhuis- en Sesamstraat-liedjes gewerkt. Soms zong een acteur een noot verkeerd. Dan zei de grote Harry Bannink: ja, zo kan het ook. En dan liet hij het zo! Dat was voor mij een eyeopener.’

Meer over