InterviewJason Reitman

‘In zekere zin ben ik zelf het kind van een Ghostbuster’

In navolging van vader Ivan regisseert zoon Jason Reitman nu een eigen Ghostbusters. Ondanks het blockbusterkarakter van de film is het voor hem vooral een persoonlijk verhaal geworden.

Berend Jan Bockting
Regisseur Jason Reitman. Beeld WireImage
Regisseur Jason Reitman.Beeld WireImage

De Canadese filmmaker Jason Reitman (44) was 6 jaar oud toen hij op de filmset van zijn vader Ivan mocht rondkijken, waar Bill Murray, Dan Aykroyd en Harold Ramis werden geregisseerd als een in overalls gekleed drietal dat met een soort stofzuigerslangen de wereld redde door spoken op te zuigen. ‘Als je 6 bent, weet je niet eens wat een filmset ís’, memoreert de regisseur 38 jaar later, via Zoom. ‘Het was magie.’ Wist junior veel dat hij die fantasiewereld waarin hij destijds verdwaalde, de twee legendarische Ghostbusters-films uit de jaren tachtig, jaren later zélf op het witte doek tot leven zou roepen.

Ghostbusters: Afterlife, vanaf deze week in de bioscopen, vormt de aanleiding voor Reitmans terugblik. Jarenlang kwam het niet eens in hem op om een eigen Ghostbusters te maken, terwijl hij er als zoon van de grote Hollywoodkomediefilmer Ivan Reitman geregeld naar werd gevraagd. ‘Dat zou de saaiste Ghostbusters ooit worden’, zei hij in 2008 nog in het radioprogramma van Howard Stern, ten tijde van zijn eigen doorbraak als filmer. Jason Reitman trok in hoog tempo een eigen publiek met fraaie – en vergeleken met het oeuvre van zijn vader veel kleinere – films als Thank You for Smoking (2005), Juno (2007) en Up in the Air (2009). ‘Mijn Ghostbusters zou bestaan uit mensen die slechts práten over spoken.’

Wellicht speelde er een bescheiden jeugdtrauma mee. In Ghostbusters II (1989) speelde de inmiddels 11-jarige Jason een rolletje als brutaal kind op een kinderfeestje waar de spokenjagers verschijnen. ‘My dad says you guys are full of crap’, zegt het joch recht in hun gezicht. Een grap voor ingewijden. Nu, lachend: ‘Mijn vader leek het grappig om mij op het hoogtepunt van mijn puberteit – het slechtste moment van mijn leven – voor de camera te slepen. De beugel, het slechte kapsel: alles was echt. Véél te echt. Stel je voor dat jíj 30 jaar later vragen moet beantwoorden over hoe je er op je 13de uitzag... Het was een misdaad tegen mijn kindertijd.’

Jason Reitman (rechts) had als 13-jarige een rolletje in de originele Ghostbusters. Beeld
Jason Reitman (rechts) had als 13-jarige een rolletje in de originele Ghostbusters.

Terwijl zijn regisseurscarrière soepel vorderde, kwamen alsnog enkele ideeën naar boven waarmee Reitman junior het fundament van zijn eigen Ghostbusters kon leggen. Hij zag het beeld voor zich van een meisje dat in een maïsveld met een protongeweer, het belangrijkste gereedschap van de spokenjagers, maïs in popcorn veranderde. Ze had de leeftijd van zijn eigen dochter, en dat zette hem weer aan het denken over het idee van nalatenschap, in de wereld van Ghostbusters én in zijn eigen familie. ‘Na lang nadenken wist ik wie het meisje in het maïsveld was. Met haar kon ik een filmheldin voor mijn dochter creëren. Een intelligente en onbegrepen jonge vrouw die zélf een Ghostbuster kan worden.’

Voor de buitenwereld lijkt het misschien alsof filmhuislieveling Jason Reitman (goed voor vier Oscarnominaties, zijn vader werd slechts één keer genomineerd, als producent van een van Jasons films) is gezwicht voor de lokroep van de blockbuster. Voor de maker is het vooral een persoonlijk verhaal dat hij stiekem heeft verstopt in de gedaante van een Ghostbusters-film. ‘Dit is een verhaal dat dicht bij mijn beleving staat. Iets wat ik begrijp, want ik ben ik zekere zin zelf het kind van een Ghostbuster.’

Zo werd Ghostbusters: Afterlife een zachtmoedige liefdesbrief aan zijn vader, aan zijn dochter en zeker ook aan Harold Ramis, de acteur die Egon Spengler speelde, lid van het originele spokenjagerstrio, en in 2014 overleed. Reitman draagt de film in de aftiteling aan hem op – en doet ondertussen opmerkelijke dingen met het personage, die we hier niet zullen verklappen. ‘Mijn vader was de eerste die het scenario las. Direct daarna bracht ik het naar de familie van Harold. Ik ken ze al mijn hele leven, ik vond het belangrijk om ze nauw bij de productie te betrekken. Ze bezochten de set, zaten erbij in de montageruimte. Zonder hun goedkeuring had ik deze film nooit willen maken.’

Ghostbusters: Afterlife Beeld
Ghostbusters: Afterlife

Tegelijk is de film ‘bijna fanfictie’, zegt Reitman, voer voor een publiek dat oorspronkelijke films in een net iets andere gedaante wil herbeleven, vol verwijzingen naar toen. ‘Voor ik indiefilms ging maken en andere regisseurs in die hoek ontdekte, groeide ik op met de grote films van de jaren tachtig: E.T., The Goonies, Gremlins, Back to the Future. Zo werd Ghostbusters: Afterlife de film die ’ie is geworden. Een deel van mijn publiek bestaat uit mensen die er sinds de eerste film van dromen hoe het zou zijn om Ecto-1 te besturen, de omgebouwde witte ambulance waarmee de Ghostbusters rondrijden om spoken te bestrijden. Het is een film voor mensen die zélf Ghostbusters willen zijn.’

Ghostbusters: Afterlife voegt zich daarmee ook bij de geliefde, maar zeker ook bekritiseerde nostalgie-trend in Hollywood, waarbij wordt voortgebouwd op bewezen succesfilms, van Star Wars tot The Terminator. Hoe kijkt Reitman naar dat debat? ‘In Afterlife is nostalgie het onderwerp. De film gáát over hoe we ons gebeurtenissen herinneren. Over in de garage van je grootouders op zoek gaan naar verborgen spullen en via die spullen ontdekken wie je zelf bent. Dit is een film van een familie, over een familie. We hebben nooit zomaar, zonder een verder ontwikkeld idee, willen meeliften op de naam van de oorspronkelijke films.’