Theater

In The Sheep Song worden verbluffend mooie beelden gevolgd door kolossale clichés ★★☆☆☆

Fenomenaal mooi aan de voorstelling The Sheep Song, van het Antwerpse spektakelcollectief FC Bergman, zijn de openingsscène en het slot. Daartussen is het helaas behelpen.

Scène uit 'The Sheep Song' van FC Bergman. Beeld Foto Kurt Van Der Elst
Scène uit 'The Sheep Song' van FC Bergman.Beeld Foto Kurt Van Der Elst

The Sheep Song is een allegorie, een Middeleeuwse moraliteit, over het onvermijdelijke menselijke streven naar vooruitgang. Op de bezwerende klanken van banjospeler Frederik Leroux zien we een man in schapenpak zich losmaken uit een kudde schapen (levende dieren dus, in dat adembenemende openingsbeeld) en wankel op twee benen gaan staan. Daarna volgt een lange, tekstloze sequentie waarin de schaapman steeds meer mens wordt: hij imiteert de loopjes van passanten, trekt een jasje aan, leert over de menselijke zeden. Een fraaie esthetische vondst is dat deze evolutie zich voltrekt op een lopende band. Zo trekt een stoet figuranten haastig aan ons voorbij, terwijl de schaapman op zijn hoefjes moeizaam voort worstelt. De spelers lopen tegen de beweging van de band in, en wie niet doorloopt, verder gaat, vooruitgaat, verdwijnt onherroepelijk in de coulissen. Dat is een mooie metafoor voor onze drang tot verandering.

Maar door die radicale vormkeuze ligt herhaling – en dus verveling – op de loer. The Sheep Song, dat bol staat van de Middeleeuwse religieuze symboliek, kent schitterende momenten, maar evenzoveel dieptepunten. Verbluffend mooie beelden (van bomen op toneel tot een compleet bloemenveld) worden gevolgd door kolossale clichés, zoals de danser met het naakte onderlijf die de zinnelijkheid belichaamt. Maar het grootste euvel is wel dat de voorstelling zichzelf te serieus neemt. De eindeloze beeldenreeks bezwijkt onder de existentialistische ernst, terwijl je wel gewoon zit te kijken naar een acteur in schapenpak. Dat wringt. De enige, mislukte, poging tot humor is een ultraflauwe poppenkast, en het blijkt te veelgevraagd om minutenlang te moeten meevoelen met een mechanisch blèrende, monsterlijke schaapmensbaby.

FC Bergman schrikt zoals bekend niet terug van ambitieuze, oogverblindende ensceneringen. In 300 el x 50 el x 30 el (2012) bouwden ze op toneel een heel dorp na, en voor het indrukwekkende JR (2018), eerder te zien op het Holland Festival, verrees een flatgebouw van veertien verdiepingen. Ook The Sheep Song is weer een technisch en productioneel hoogstandje, dat bovendien een Olympische inspanning vereist van Jonas Vermeulen als het schaap. Zulke ijver imponeert, maar het levert niet automatisch goede kunst op.

The Sheep Song reikt allerhande filosofietjes aan over het menselijke streven. Over hoe dit ons wegdrijft van de kudde en onze natuurlijke band met de omgeving verwoest. En dan hebben we ook nog God vermoord, waardoor we oppermachtig maar alleen door het leven gaan, losgesneden van elk gevoel van gemeenschap. Dat is stof tot nadenken, natuurlijk.

Maar het verloop van de vertelling is voorspelbaar en fantasieloos. Gelukkig volgt uiteindelijk nog dat aangrijpende slotbeeld, met de schaapmens onbeholpen blatend naar zijn vervreemde soortgenoten, veroordeeld tot eeuwige eenzaamheid.

The Sheep Song

Theater

★★☆☆☆

Door FC Bergman ism het Toneelhuis en het Holland Festival (o.a).

14/6, Internationaal Theater Amsterdam. T/m 17/6.

De enige, mislukte, poging tot humor in 'The Sheep Song' is een ultraflauwe poppenkast. Beeld Foto Kurt Van Der Elst
De enige, mislukte, poging tot humor in 'The Sheep Song' is een ultraflauwe poppenkast.Beeld Foto Kurt Van Der Elst
Meer over