In Parijs

Ik was in de stad Parijs dit weekeinde. Ik heb nog nooit zo veel steigerende paarden met vleugels en heersers op hun rug gezien als in Parijs....

Mijn vriend de schilder E.R. wilde naar een tentoonstelling van zijn held Pablo Picasso, in een paleis, daarom waren wij in Parijs. E.R. is een ware grootheid op het gebied van het bewonderen van Picasso. Werkelijk, in de hele wereld heeft hij op dat terrein zijn gelijke niet, zijn mond staat er niet over stil. Zal ik eens mijn mening geven over Picasso?

Hij was een sloper, net als Nietzsche. Picasso en Nietzsche zijn de twee grootste slopers die de wereld ooit heeft aanschouwd en daarom zijn zij zo beroemd, want het is een geheime wens van iedereen om alles kort en klein te slaan. Dat weet ik, omdat het zo is.

Mijn vriend de schilder E.R. kent een jonge vrouw die M. heet en in de lichtstad woont en werkt, hoewel zij gewoon in de stad Groningen geboren is. Zij spreekt vloeiend Frans, wat knap is in mijn ogen. Zij haalde ons op van het Parijse station Gare du Nord, waar wij aankwamen met de Thalys, die driehonderd kan. Zij liet ons de hele stad zien op haar hoge plateauzolen. Het deed wel een beetje pijn aan haar voeten, die hoge schoenen, maar zij stapte moedig en elegant voort alsof zij helemaal geen pijn had. Vele mannen keken begerig naar haar en vele vrouwen keken jaloers naar haar. Trots trippelden E.R. en ik naast haar mee. Zij had net een groot congres in de Marokkaanse stad Marrakech georganiseerd. Het congres ging erover dat het hele gebied rond de Middellandse Zee een vrijhandelsgebied moet worden. Ik was helemaal onder de indruk, maar ik dacht ook: Grote God in de hemel, maak dat ik nooit een groot internationaal congres in Marrakech hoef te organiseren.

Er was een lange rij mensen voor het paleis, allemaal bewonderaars van Pablo Picasso. Naast de rij stonden een klarinettist en zijn bandrecorder een concert van Mozart te spelen. Als je langs hem liep, kon je een muntstuk in zijn hoed gooien. Overal waar een rij is in Parijs staat een muzikant met een hoed, voor geld. Bij de kassa hield een vrouw mijn briefje van vijftig francs onder een speciale paarse lamp en wat bleek? Het was vals. De rand van het briefje lichtte op onder de lamp en dat hoorde niet. Ik schaamde mij dood, hoewel ik het briefje niet eens zelf had vervalst. Later bleek dat zowat alle briefjes van vijftig francs vals zijn. Maar je kunt er gewoon mee betalen, dat is het punt niet in Parijs.

Peter Bekkers

Meer over