Boekrecensie

In Otterlo krijgt Amerikadeskundige Alfons Lammers een andere kijk op de wereld ★★★★☆

In onderhoudende brieven aanvaardt emeritus hoogleraar Alfons Lammers geleidelijk de ouderdom.

Een Leidse hoogleraar verhuist na zijn pensioen naar Otterlo en krijgt een andere kijk op de wereld. Vanuit Otterlo lijkt zijn geliefde Amerika voor Alfons Lammers veel verder weg dan vanuit Leiden, waar hij hoogleraar Amerikaanse geschiedenis was. Rond de Veluwe probeert de Amerikadeskundige in ruste vast te houden aan zijn vertrouwde leven, in musea (zoals het Kröller-Müller), veilinghuizen en boekwinkels. Maar de vervreemding slaat toe.

We lezen het mee in de brieven die Lammers tussen 2006 en 2016 schreef aan vrienden en bekenden uit de wetenschap en de media, waar hij een veelgevraagd duider was van de ontwikkelingen in de Verenigde Staten. Dat doet hij ook in deze brieven, waarin hij schrijft over de opkomst van Barack Obama, wiens welsprekendheid snel kan vervelen, en die van Donald Trump, door hem de ‘tegenvoeter’ genoemd van de politieke correctheid.

Boeken die verschijnen over de Amerikaanse geschiedenis en de optredens van de Amerikadeskundigen in de media kunnen rekenen op zijn ironische commentaar. Lammers schrijft over de literatuur die hij leest en de afkeer die hij voelt voor recensenten. Maar dit boek vertelt nog een ander verhaal dat onder al deze brieven ligt: dat van een man die zich geleidelijk uitschrijft uit het heden en de ouderdom aanvaardt.

Bevreemde blik

De verwondering over het leven in Otterlo zit in kleine dingen, zoals het kabaal van de eeuwige bladblazers, de stratenmakers van wie de radio luide psalmen laat horen, of als de Leidse hoogleraar op een terras wordt aangesproken als chauffeur van een foutgeparkeerde touringcar. ‘Oké, ik had geen das om, maar m’n uitstraling heeft toch iets voornaams, dacht ik. Dus niet.’ In de loop van de brieven keert de vervreemding om.

Aanvankelijk zien we een Leidse historicus met een bevreemde blik kijken naar Otterlo, maar al snel verschuift het perspectief. De heimwee naar het oude leven blijft en de brieven lijken ook een manier om dat verlangen te voeden, maar de afstand wordt groter: ‘Melancholie – je hebt er niks aan als je kleinkinderen op bezoek hebt.’ Lokale problemen dringen zich op, zoals de zwijnenplaag en de aankondiging van een asielzoekerscentrum.

De titel, Het ergste moet nog komen, lijkt een reactie op het gecultiveerde optimisme in de Amerikaanse cultuur, dat botst op de ironie waarvan Lammers zich graag bedient. Zijn stijl lijkt op die van Voskuil (door Lammers regelmatig genoemd), maar diens teksten zijn hem te ‘kafkaësk’ en Het Bureau doet hem te veel denken aan zijn Leidse tijd.

Relativering

Lammers’ voorkeur gaat uit naar ‘mensen die het leven niet ingewikkelder maken dan het vaak al is, mensen met humor en relativeringsvermogen’. Die stijl probeert hij te handhaven, ook als in de brieven de drama’s van het leven zich opdringen. De ernstige ziekten van zijn ‘wederhelft’ en de mantelzorg die hij moet verlenen, maar ook zijn eigen gezondheid die hem in de steek laat, zijn zaken die de problemen van de wereld relativeren.

De betekenis van dit boek benoemt Lammers wellicht nog het beste in de woorden van zijn beroemde Leidse collega Johan Huizinga over de zegen van het ouder worden, een ‘sfeer van onttrokkenheid, die buiten het gevoel van het heden ligt’. Waarin levensvragen niet worden opgelost, maar je daarvan loskomt. Dat maakt deze brieven niet alleen bijzonder onderhoudend, maar ook nog eens troostrijk.

null Beeld Prometheus
Beeld Prometheus

Alfons Lammers: Het ergste moet nog komen. Prometheus; 416 pagina’s; € 30.

Meer over