boekrecensie

In Nelleke Noordervliets nieuwe roman probeert een boekhandelaar de lockdown te overleven ★★★☆☆

Net als in haar eerdere romans knoopt Noordervliet in Wij kunnen dit aan bij de actualiteit.

Lotte Jensen
null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

‘Dan vragen we Ali B of hij komt rappen! Zaak vol!’ Achteloos valt de naam van de intussen meest bekritiseerde man van Nederland in de nieuwe roman van Nelleke Noordervliet. Daarin probeert de veertiger Helen Brand haar zieltogende boekhandel in een Rotterdamse volksbuurt van de ondergang te redden. Ze verbouwt de boel en zit te brainstormen met haar stagiair over de vraag hoe ze volk op de been kunnen krijgen voor de grote opening. Een BN’er lijkt de oplossing. In het licht van de recente ontwikkelingen hoeft de passage niet herschreven te worden: de stagiair Nico, die zich Finnegan laat noemen, gruwt van deze suggestie. Die voelt zich meer thuis in de obscuur literaire scene van het experimentele proza; niet voor niets tooit hij zich met een naam die naar het modernistisch werk Finnegans Wake van de Ierse schrijver James Joyce verwijst.

Noordervliet, die in 2018 de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre kreeg, raakt hier net als in haar andere romans aan actuele kwesties. In het veelgeprezen Pelican Bay vormt de omgang met ons koloniale verleden de rode draad, in Snijpunt steekt een leerling met een islamitische achtergrond een lerares neer en in De val van Thomas G. gaat het over de vraag hoe de socialemediahetzes onze kijk op de werkelijkheid beïnvloeden.

In Wij kunnen dit geeft Noordervliet een treffende schets van een boekhandelaar die probeert te overleven in tijden van ontlezing. Bestsellers, zelfhulpboeken en Het leven van een loser houden de winkel draaiende, maar alle andere boeken liggen sneu te verstoffen. De coronacrisis, de lockdowns en Bol.com jagen haar financieel de afgrond in, maar eigenlijk stond ze al met een been in het graf: de echte liefhebber – iemand die je niet hoeft uit te leggen wie Joyce, Doris Lessing en A.S. Byatt zijn ‒ is immers een uitstervend ras.

De scènes in de boekhandel behoren tot de beste van het boek. Vader Jan is een sympathiek karakter, een relict uit het verleden die zijn klassiekers kent. Minder geslaagd is de wijze waarop Noordervliet haar aanklacht tegen de ontlezing en pleidooi voor een poëtische levenshouding vorm geeft via de liefdesrelatie tussen Helen en de gewiekste ondernemer Leo Wassermann.

Anaximander van Milete

Ze schrijven elkaar lange liefdesbrieven, waarbij hij in de huid kruipt van de presocratische filosoof Anaximander van Milete en zij in die van de dichteres Sappho. Zo tonen ze hun ware gevoelens, wat hun in het echte leven niet goed lukt. Zij is mede door een handicap aan haar benen nogal defensief en afwerend, hij moet eerst in het reine zien te komen met zijn verleden. Zijn ouders zijn om het leven gekomen bij een vliegramp toen hij 15 was en hij heeft een sabbatical genomen om zijn familiegeschiedenis te ontrafelen. In de archieven ontdekt hij onder meer dat zijn vader meevocht tijdens de tweede ‘politionele’ actie in Indonesië.

De historische speurtocht is boeiend om te volgen, maar de briefwisseling tussen ‘Nax’ en Sappho komt kunstmatig over: in de 18de eeuw was dit misschien een effectieve manier om een geliefde te veroveren, maar nu doet het verheven taalgebruik anachronistisch aan. Ook de naamkeuze ligt er wel erg dik bovenop: de vorige relaties van Leo (de leeuw) waren voor een deel trofeevrouwen, maar hij weet Helen (de stralende Griekse godin Helena uit de Trojaanse oorlog) te schaken, ofwel Wasserman (water) weet Brand te blussen.

En dan is er nog het curieuze personage P.V. Spin. Wie of wat hij is wordt niet helemaal duidelijk: een ingehuurde detective, een stripfiguur of een imaginaire vriend van Leo? Op de gekste plekken en in steeds weer nieuwe uitdossingen duikt hij op. Deze figuur lijkt geïnspireerd te zijn op Lupin, vooral bekend van de gelijknamige populaire Netflixserie, die als gentleman-crimineel ook steeds van gedaante wisselt.

Overtuigender is het droefgeestige portret dat Noordervliet van een eenzame boekhandelaar in coronatijd schetst. De boeken liggen er net zo verloren bij als de stad, ‘een bordkartonnen decor’. De kassa achter plexiglas, desinfectiegel bij de ingang, contactloos betalen: het is een in- en intrieste bedoening. De feestelijke opening moet worden afgelast. Dat Helen de winkel besluit te verkopen na de tweede lockdown komt niet als een verrassing.

Hoop

Noordervliets observaties zijn raak, maar stemmen niet vrolijk. Het is alsof ze bij monde van Leo de handdoek in de ring werpt: ‘We verdwijnen zelfs als we iets achterlaten: een boek, een schilderij, een idee, een kerk, een wet, een kind. We zijn niets. Wij zijn toeval. Byebye, vroeg of laat worden we allen verzwolgen door de golven, opgevreten door de wormen, tot onherkenbaarheid verkoold in de staart van een vliegtuig.’ Zelfs de naam van Sappho zal door toekomstige generaties worden uitgewist.

Is er dan helemaal geen hoop? Jawel, Helen overweegt een tweede carrière als lerares Nederlands. Bepaald geen slechte bestemming. Maar de al te zoetsappige epiloog waarin Helens overgave aan de liefde op een voetstuk wordt geplaatst had beter achterwege kunnen blijven. Deze antifeministische Ik vertrek-scène kan toch niet de belichaming van een poëtische houding in het leven zijn? Nee, dan toch maar liever de tegendraadsheid van moeder Ank, die als opvoeder en echtgenote faalt, maar wel uit alle macht de boekwinkel probeert te redden!

Gelukkig laat Noordervliet ruimte open om een alternatief einde te bedenken. Graag, denkt deze opstandige lezer. Als bedaarde veertigers en gerenommeerde schrijvers de moed opgeven, dan is het aan jonge hemelbestormers om de literatuur en de boekhandel van de ondergang te redden. En aan de samenleving om de strijd tegen de ontlezing tot haar hoogste prioriteit te maken.

Nelleke Noordervliet: Wij kunnen dit. Atlas Contact; 352 pagina’s; € 22,99.

Meer over