‘In muziek kun je een stemming zo laten omslaan’

Blauwbaard is in Simons’ opera een afgeleefde vrouwenverslinder. ‘Hij staat op de drempel van de eeuwige nacht.’..

Van onze medewerker Michaël Zeeman

In de enscenering die Johan Simons voor de Salzburger Festspiele maakte van Béla Bartóks opera Hertog Blauwbaards Burcht zit Blauwbaard als een afgeleefde generalissimo in een rolstoel en drentelt Judith, zijn laatste vrouw, er als een struise verpleegster omheen. De vrouwenverslinder is ontegenzeggelijk aan het einde van zijn Latijn, zijn potentiële laatste slachtoffer heeft de touwtjes stevig in handen.

Vraag aan de regisseur, daags voor de première: is dit zoals hij de zaak-Blauwbaard voor ogen heeft in het postfeministische tijdperk, de versierder verlamd en op, het voormalige lustobject voortaan druk in de weer met het uitdelen der lakens?

Antwoord: ‘Ja’.

‘Uuh, ‘ja’? Vertel ’ns.’

‘Nou ja, dat zeg ik toch: ja.’

Het is zijn derde operaregie, na zijn controversiële Simon Boccanegra in Parijs in 2006 en de als matig beoordeelde Entführung aus dem Serail eerder dit jaar bij de Nederlandse Opera. Is hier sprake van een hardnekkige obsessie of een gestaag vorderende kruistocht?

‘Eigenlijk heb ik niks met aria’s’, verzucht de regisseur. ‘Ik bedoel, er bestaan heus prachtige aria’s, maar het is allemaal zo omslachtig, zo niet van deze tijd’, en ter illustratie speelt hij parlando een zelf verzonnen schrik aanjagende aria na. ‘Uitgesponnen, traag. Maar daar is bij Bartók godzijdank geen sprake van. Het hele libretto van Blauwbaard is veeleer een dialoog en daar kan ik als toneelregisseur vanzelfsprekend veel meer mee. Daar komt nog bij dat Bartók in de partituur om de drie, vier maten voortdurend heel secuur aangeeft welke stemming hij de muziek wil verlenen. Ik denk dat hij tijdens het componeren de hele tijd in zichzelf heeft zitten praten. Daar heb ik veel aan gehad: in een toneelstuk heb je veel woorden en dus veel tijd nodig om uit te leggen waarom een stemming omslaat, in muziek kan je dat van het ene op het andere moment laten horen. 20ste-eeuwse opera is het daarom voor mij, daar moet ik vooral meer werk van maken.’

Voor zijn Blauwbaard liet hij zich inspireren door Samuel Becketts Eindspel en Joseph Conrads Heart of Darkness. ‘Blauwbaard is bij mij een man die aan het einde van zijn leven staat, een vermoeide strijder in de laatste minuut voor zijn dood. Hij blikt terug op zijn veroveringen, maar net als in dat stuk van Beckett is hij inmiddels blind. Hij heeft Judith nodig om te zien, letterlijk, maar ook figuurlijk: haar waarnemingen en vragen verschaffen hem inzicht in zijn leven. Om hem heen is het allemaal duister, maar bang voor de dood is hij niet. Hij heeft het gehad, alleen Judith is nog benieuwd naar zijn belevenissen. Door het libretto zo symbolisch te lezen was ik verlost van al dat gedoe met sleutels en deuren. En bovendien, de tekst geeft daar aanleiding toe: voortdurend vraagt Blauwbaard aan Judith wat zij ziet, keer op keer vertelt zij hem wat zij voor moois waarneemt – om daar even later aan toe te voegen dat het allemaal met bloed besmeurd is. ‘Nacht bleibt es nun ewig’, zingt Blauwbaard, en dat ‘ewig’ herhaalt hij vier keer. Hij staat op de drempel van de eeuwige nacht.’

Judith probeert in Blauwbaards herinneringen door te dringen, zich die toe te eigenen. ‘Nee, bang is zij niet, deze Judith’, zegt Simons. ‘Zij probeert Blauwbaard te temmen. Dat is een moeilijk onderwerp, maar dat zit natuurlijk nogal in veel vrouwen, de behoefte ook de lustmoordenaar te temmen. In die zin is mijn interpretatie zowel een exploratie als een exploitatie van haar vrouwelijkheid.’

Hij heeft er in Salzburg met intens plezier aan gewerkt. ‘Wij waren ook een ideaal drietal, dirigent Peter Eötvös, de zachtheid zelf, maar iemand die precies doorzet wat hij wil, decorontwerper Daniel Richter, een schilder die ineens wereldwijd een hype is, en ik. Dat heeft met de Salzburger Festspiele te maken, waar iedereen probeert een goede tijd te hebben. Maar ook met mijn Nederlanderschap: Nederlanders functioneren heel goed onder stress.’

En Salzburg zelf, die koekblikschildering aan de voet van de Alpen vol reminiscenties aan lugubere tijden?

‘Mijn moeder keek naar het nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker en nu werk ik met ze. Dat doet wel iets met je, ja. En dan dat Festspielhaus, met al die vlaggen – en dat niet-kloppende volk dat je daar ziet paraderen. Als je daar naar binnen gaat, dan moet je je best doen om je niet beter te voelen dan de rest van de wereld.’

Meer over