Beeldende kunst

In museum Beeld en Geluid bekijk je de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog via spotprenten

De tentoonstelling Indonesië Getekend is werk van politieke cartoonisten, maar ook van tekenaars als Marten Toonder die hun mening over de situatie in Indonesië vanaf 1945 verbeeldden.

Joost Pollmann
L.J. Jordaan, Ik geloof waarempel dat ik een andere bril noodig heb….!, 
De Groene Amsterdammer, 6 oktober 1945 

De vrouw neemt haar koloniale bril af. Kan zij de lettertjes op de kaart nog lezen: rechtsgelijkheid, democratisch bestuur?

 Beeld Collectie: Atlas van Stolk
L.J. Jordaan, Ik geloof waarempel dat ik een andere bril noodig heb….!, De Groene Amsterdammer, 6 oktober 1945 De vrouw neemt haar koloniale bril af. Kan zij de lettertjes op de kaart nog lezen: rechtsgelijkheid, democratisch bestuur?Beeld Collectie: Atlas van Stolk

Mediamuseum Beeld en Geluid Den Haag herken je op afstand aan de wapperende geelblauwe vlaggen, want het zit pal naast de Oekraïense ambassade. Dat heeft iets symbolisch. In het museum loopt de tentoonstelling Indonesië Getekend, met ruim vijftig spotprenten uit de periode 1945-1949 over de felle strijd in de voormalige kolonie. Daar speelde zich een onafhankelijkheidsoorlog af, maar die werd niet zo genoemd. Zoals de Russen nu spreken over een ‘speciale militaire operatie’, zo hadden Nederlanders het toen over ‘politionele acties’, eufemistische termen die de waarheid versluieren.

De bijziendheid van de Hollanders werd prachtig in beeld gebracht door politiek tekenaar L.J. Jordaan, die op 6 oktober 1945 een cartoon maakte voor De Groene Amsterdammer onder de titel ‘Ik geloof warempel dat ik een andere bril noodig heb’. We zien een soort Zeeuws meisje met dikke brillenglazen dat naar een leeskaart tuurt. Hierop staan van groot naar klein de woorden Koloniën, Nederlandsch: Indië, Indonesië, Rechtsgelijkheid, Democratisch Bestuur en ten slotte, vrijwel onleesbaar: onafhankelijkheid. Voortschrijdend inzicht dus.

De tekenaars die curator Jop Euwijk bijeen heeft gebracht vertegenwoordigen verschillende standpunten, die vaak lijnrecht tegenover elkaar staan. De Indisch-Nederlandse Eppo Doeve werkte voor Elseviers Weekblad en was de mening toegedaan dat onafhankelijkheid alleen maar zou leiden tot chaos en geweld: in zijn tekeningen zie je op de achtergrond vaak brandjes woeden. Maar de cartoonisten van het communistische partij-orgaan Voorwaarts en die van De vlam, socialistisch weekblad voor vrijheid en cultuur, beschouwden kolonialisme als een plaag die bestreden moest worden. Tekenaar Wim van Wieringen ging in een spotprent die in 1949 in De vlam werd afgedrukt, zelfs zover dat hij toenmalig minister-president Beel en generaal Spoor, opperbevelhebber van de strijdkrachten in Indonesië, liet marcheren naast nazi-kopstukken Himmler en Göring.

Eppo Doeve, ‘De keuze’

Elseviers Weekblad, 16 augustus 1947

De VS moeten kiezen tussen een ordelijk Nederlands-Indië en een chaotisch, opstandig door communisten en Japanse fascisten opgestookt Indonesië. De keuze is niet moeilijk…




 Beeld Collectie: Beeld en Geluid
Eppo Doeve, ‘De keuze’Elseviers Weekblad, 16 augustus 1947De VS moeten kiezen tussen een ordelijk Nederlands-Indië en een chaotisch, opstandig door communisten en Japanse fascisten opgestookt Indonesië. De keuze is niet moeilijk…Beeld Collectie: Beeld en Geluid

Er zitten in de tentoonstelling bekende cartoonisten zoals Fritz Behrendt en Opland (Robert Wout), maar ook tekenaars die je in zo’n politieke context niet zou verwachten, zoals Marten Toonder en Max Velthuijs, bekend van Tom Poes respectievelijk Kikker. De Indonesische kwestie was blijkbaar iets waar veel mensen een krachtige mening over hadden. Veelzeggend is echter dat er ook werken zijn te zien waarbij het bijschrift steevast luidt: ‘Maker onbekend’. Het gaat hierbij om affiches en pamfletten die zijn getekend door anonieme onafhankelijkheidsstrijders uit Indonesië en die afkomstig zijn van de Universiteit Leiden. Deze bijzondere stukken zijn geselecteerd door wetenschappers van de Gadjah Mada University en de State University in Yogyakarta. Er hangt bijvoorbeeld een kleurrijke prent met ‘Berontak!!!’ erop, wat ‘Kom in opstand!’ betekent, waarop een vrijheidsstrijder met zijn zwaard in één zwiepende beweging twee witte kolonialen onthoofdt. Maker onbekend.

Maker onbekend, ‘Berontak! (Kom in opstand!)’
Vermoedelijk afkomstig van het Indonesische propagandacentrum Poesat Propaganda

De bankbiljetten vliegen de onthoofde ‘oorlogsprofiteurs’, zowel een Nederlander als een Indonesische handlanger, uit de zak. 


 Beeld Collectie: Universiteitsbibliotheek Leiden
Maker onbekend, ‘Berontak! (Kom in opstand!)’Vermoedelijk afkomstig van het Indonesische propagandacentrum Poesat PropagandaDe bankbiljetten vliegen de onthoofde ‘oorlogsprofiteurs’, zowel een Nederlander als een Indonesische handlanger, uit de zak.Beeld Collectie: Universiteitsbibliotheek Leiden

Nog even terug naar dat voortgeschreden inzicht. Op een groot scherm wordt in de tentoonstellingsruimte werk geprojecteerd van Albert Hahn, die in 1905 voor het Zondagsblad van het Volk een uitermate kritische reeks tekeningen maakte over de gewelddadige overheersing van Nederlandsch-Indië. Dat wil zeggen: men wist toen dus al wat er gaande was, maar toch duurde het tot 1949 voordat de zogeheten soevereiniteitsoverdracht kon plaatsvinden.

Indonesië Getekend – De onafhankelijkheidsoorlog in spotprenten (1945-1949). Beeld en Geluid Den Haag, t/m 3/7. In het Rijksmuseum Amsterdam is t/m 5/6 nog de tentoonstelling Revolusi! Indonesië onafhankelijk te zien.

Meer over