In Moers was de jazz in de marge beland

Kruidenthee maakte plaats voor bier, maar de gemoedelijke sfeer bleef. Toch heeft de organisator van het Moers Jazz Festival er genoeg van....

Het Moers Jazz Festival is niet meer. Vierendertig jaar lang was het Duitse stadje vlakbij Venlo de beste plek om spannende en nieuwe jazz te horen. Niet alleen de muziek was bijzonder –Europese en Amerikaanse musici als Cecil Taylor, Han Bennink, Michel Portal, David Murray, Odean Pope en Lester Bowie bouwden er geduchte reputaties op – ook de sfeer was uniek. Duizenden alternatievelingen trokken elk pinksterweekeinde naar het Freizeitpark om er buiten de hekken van het hoofdpodium gratis te kamperen, kruidenthee te drinken, wierook te branden en muziek te maken. Terwijl het met de meeste Europese muziekfestivals slecht gaat, loopt Moers prima. Maar ‘succes maakt niet gelukkig,’ zegt artistiek directeur Burkhard Hennen.

De thee heeft plaatsgemaakt voor bier, muziek komt uit gettoblasters, maar de gemoedelijke sfeer hield stand. Afgelopen weekeinde was vrijwel aan niets te merken dat het de laatste keer was dat het festival in deze gedaante werd gehouden. Er speelden oudgedienden: de baanbrekende saxofonist Odean Pope, meester der arpeggio’s maar buiten Moers nooit echt beroemd geworden; de bassistenband Basso Nouveau van de supervette basgitaarvirtuoos Jamaaladeen Tacuma; de Franse topklarinettist Louis Sclavis met een verse elektrische groep. Er waren overdonderende nieuwe verrassingen zoals accordeonist Kimmo Pohjonen uit Finland en het hartverwarmend energieke Nederlandse elektropunkduo Zea. Op geen enkel Europees festival kun je zo veel grote goede orkesten horen: Flat Earth Society uit België, een enorme versie van The Ex, Renegade Steelband Orchestra, Femi Kuti & The Positive Force en het overweldigende Japanse circusachtige orkest Shibusashirazu Europa.

Na het optreden van deze band, op de voorlaatste avond, werd even voelbaar dat het een speciaal weekeinde was. Tientallen minuten bleef het publiek zingen en klappen, een ontroerend eerbetoon aan de mooiste festivalband van de laatste jaren, maar ook aan de ontdekker: festivaldirecteur Burkhard Hennen. Hij houdt ermee op, zijn vaste team ook en dus wordt Moers nooit meer hoe het geweest is. ‘Dat was het toch al niet meer,’ zegt Hennen.

Vijfentwintigduizend mensen kamperen, zo’n drieduizend gaan naar de concerten. ‘De muziek is steeds meer een bijverschijnsel geworden van de festiviteiten eromheen. Het kamperen is ooit bedoeld voor jazzliefhebbers die geen geld hadden voor hotels. Hippies verkochten er spullen die ze uit India hadden meegenomen. Er werd veel gejamd in het park, door musici die later op het grote podium terecht zijn gekomen.’ Wie nu door het park loopt, komt wat trommelaars tegen. Van alles is er te koop. ‘Vuilnis is het, wat er verkocht wordt. De didgeridoo’s die je er ziet hebben niets met Australië te maken, die komen van eucalyptusbomen uit Frankrijk.’

De andere reden dat Hennen stopt: ‘De stad Moers is failliet en heeft het festival verkocht aan de Keulse omroep, de WDR. Die wil een veto over de programmering. Daar begin ik niet aan. Ze zenden nu de interessante dingen al niet uit.’ De opkomst van de rechtse politiek in Europa zorgt er volgens Hennen voor dat er op moeilijke muziek gejaagd wordt. ‘Men wil blije massa’s zien. Events. Het Moers Festival is zo’n event geworden. Daar is maar één oplossing voor: overnieuw beginnen met iets kleins. Daar ben ik zeer optimistisch over. Juist als het politiek en economisch slecht gaat leeft de kunst op.’

Meer over