In Milaan is juist het niet-bijzondere bijzonder

Op de Salone del Mobile laten de Nederlanders weer eens zien waarom ze goed zijn: door hun tegendraadsheid...

Niet de schemerlamp van ruim drie meter hoog én breed die Marcel Wanders presenteert. Ook niet Philippe Starck met zijn glanzende stoeltje van wit gepolijst aluminium. Zelfs niet de zilveren lampen die als spiegelende discobollen aan het plafond kleven, een ontwerp van Tom Dixon. De meest opvallende producten die afgelopen week te zien waren op de Salone del Mobile, de jaarlijkse interieurbeurs in Milaan waar alle grote designmerken en topontwerpers hun nieuwe collecties presenteren, waren een ronde prullenmand, een houten snijplank en een plastic gasaansteker.

Ruim tweehonderd van zulke alledaagse voorwerpen zijn door ontwerpers Jasper Morrison en Naoto Fukasawa verzameld in Super Normal, dat dit jaar de grote expositie is waarmee de Salone del Mobile zich profileert. Voorwerpen zonder ook maar één opvallend kenmerk. Wat tegelijkertijd deze anonieme producten zo bijzonder maakt. Want geen product dat tegenwoordig níet wil opvallen. En al helemaal niet tijdens de tweede week van april in Milaan. Daar is een schemerlamp juist drie meter breed en een lamp van zilver.

De timing van deze expositie is onberispelijk. Meer nog dan andere jaren staat ‘de Salone’ in het teken van meubels die allesbehalve supernormaal of anoniem zijn. Zou het de aantrekkende economie zijn, waarom de meubelfabrikanten weer wat meer lef tonen? Of maakt de voortschrijdende technologie het steeds eenvoudiger om de wildste ontwerpen ook daadwerkelijk in productie te nemen? Hoe dan ook, qua vorm gaan alle remmen los. In de architectuur is de ‘blob’ al enkele jaren niet meer weg te denken, maar nu hebben de vloeibare vormen ook de meubelwereld veroverd. Opvallend is ook het grote aantal spetterende meubels die als ze niet glimmen en glinsteren, dan toch minstens vrolijk stemmen met hun knallende kleuren.

Een ander opvallend kenmerk is dat de persoonscultus rond de bekende ontwerpers nog niet is afgelopen. ‘Heb je de nieuwe Arad al gezien’ of ‘wat vind jij van Job dit jaar’ – het lijken cryptische vragen maar in Milaan weet iedereen dat het gaat over de stoel van de Britse Ron Arad voor de Italiaanse designreus Moroso of de bronzen unica’s van de Nederlandse Studio Job.

Van een presentatie in het karakterloze beursgebouw aan de rand van Milaan, waar de meeste fabrikanten zich presenteren, kan uiteraard geen sprake zijn bij ontwerpers van dit kaliber. Zij presenteren zich in trendy winkels en galeries of oude fabriekshallen. Het is Marcel Wanders (wéér hij) die alles overtroeft door een oude fabriekshal als showroom in te richten. Zijn meest opvallende ontwerp is niet eens de drie meter hoge schemerlamp maar een stoel met een stof waarin zijn markante gezicht is geweven.

Maar ook de andere Nederlandse ontwerpers vallen dit jaar op, zij het om een heel andere reden. De dagen van de doordachte concepten lijken nu dan toch geteld. Warmte, puurheid en hier en daar zelfs een scheutje lichtzinnig vermaak – dat is het nieuwe kenmerk van het Dutch design. Noem het De Nieuwe Gezelligheid.

Ineke Hans bijvoorbeeld, die voor Cappellini, het Italiaanse topmerk dat doorgaans uitpakt met gedurfde creaties, een braaf houten stoeltje met de veelzeggende titel Neo country ontwerpt. Kiki van Eijk en Joost Bleiswijk die hun gezamenlijke presentatie van romantische vazen, schommelstoelen en zelfs een schaakspel Quality Time dopen. Studio Job die een ode aan de huiselijkheid maakt met Home work, een collectie monumentale gebruiksvoorwerpen van brons. De nostalgische jaren vijftig lamp die Dick van Hoff heeft ontworpen voor de Friese aardewerkfabriek Koninklijke Tichelaar zou zelfs zomaar bij de familie Rouvoet op tafel kunnen staan.

Maar met de nieuwe politieke braafheid in ons land teistert heeft dit niets te maken. Tegendraadsheid, dat is nu eenmaal een van de wezenskenmerken van het Nederlandse design. Dat wordt ook nog eens bevestigd op Family of Form, de expositie waarmee de Design Academy Eindhoven in Milaan haar zestig jarig bestaan viert. Te zien zijn tientallen ontwerpen van bekende oud-studenten als Richard Hutten en Hella Jongerius.

Het is misschien wat gemakzuchtig van de Design Academy om zich omhoog te trekken aan het individuele succes van haar illustere alumni. En ook de titel is nogal pretentieus – een verwijzing naar Family of Man, de legendarische foto-expositie die een totaalbeeld schetste van de mensheid in de jaren vijftig (door Unesco inmiddels uitgeroepen tot werelderfgoed). Maar toch, deze bloemlezing bewijst weer eens waarom de Design Academy een internationaal toonaangevend instituut is.

Dankzij die tegendraads houding dus. Want waarom nog een nieuwe stoel ontwerpen als je ook een stoel van de rommelmarkt kunt recyclen door deze te verschroeien en vervolgens van een transparante laklaag te voorzien, zoals Maarten Baas doet. Of een lamp met een batterij die zich oplaadt met zonne-energie. Het zijn zulke kritische ontwerpen die ook nu nog meer indruk maken in Milaan dan de spiegelende discobollen van jetsetontwerper Dixon of de verzameling kleerhangers en cocktailprikkers op Super normal.

Meer over