tv-recensiefrank heinen

In ‘Mari staat op’ trilt onder de emancipatiestrijd een persoonlijke zoektocht mee

null Beeld

Zo lang Mari Sanders zich kan herinneren, zit hij in een rolstoel. Hij weet niet beter; het is wie hij is. Toch – of juist daarom – maakt hij programma’s over het leven in een rolstoel. Eerst Rolstoel Roadmovie – hoe rolt iemand met een beperking door Europa? – en sinds een paar weken Mari staat op (EO, elke zondagavond), over hoe het bestaan verloopt van iemand die zich zittend voortbeweegt, hoe dat je zelfbeeld vormt en voor welke vragen je handicap je stelt.

Sanders speurt naar ontwikkelingen die hem mogelijkerwijs kunnen laten lopen, naar de ideale manier van daten, van wonen, van naar school gaan, van leven voor mensen die, net als hij, functioneren in een wereld die niet voor hun gemak is ingericht.

Net als in zijn vorige programma worden de onderwerpen in Mari staat op aan elkaar gesmeed door korte, Tati-achtige scènes waarin Sanders een omroepgebouw tracht binnen te komen of een openbaar toilet probeert te gebruiken. Komische uitvergrotingen voor wie goed ter been is, maar voor rolstoelgebruikers is het het gehannes van alledag.

Mari staat op. Beeld EO
Mari staat op.Beeld EO

Voor het overige is Mari staat op een verdieping van Rolstoel Roadmovie: het gaat niet meer zozeer over de praktische onmogelijkheden waartegen mensen met een handicap – een woord dat bij mijn weten grotendeels is vervangen door het vooralsnog net wat eufemistischer klinkende ‘beperking’, maar in Mari staat op worden beide woorden gebruikt – aan rollen, maar meer en meer over wat het betekent om iemand te zijn die in een uitzonderingspositie zit.

Sanders volgt onder meer een groepje evangelisten dat in een winkelcentrum bidt voor mensen met lichamelijke klachten. Ondanks het dwingend uitgesproken ‘De kruisbanden moeten nu genezen zijn, in Jezus’ naam’ voelt de passant met een zware knieblessure ‘nog niet direct iets’.

‘Misschien vanavond.’

De reeks zit boordevol vragen. Is Mari het aan zichzelf verplicht zijn lichamelijke grens te zoeken? Is hij op de datingmarkt veroordeeld tot een partner met een handicap? En hoe weet je of je wordt aangenomen vanwege je talent of vanwege je beperking? Antwoorden zoekt hij bij specialisten, bij ervaringsdeskundigen en in gesprekken met zijn vrienden, want de moderne tv-trend decreteert: het kan eigenlijk nooit persoonlijk genoeg zijn.

Uit het programma stijgt een diepe weerzin op tegen de speciale behandeling van mensen met een beperking. Zo wijst Mari de stichting Het Gehandicapte Kind dringend op het zieligheidsgehalte van hun ledenwervingscampagne, terwijl hij vast ook wel snapt dat de nadruk op zieligheid nou eenmaal werkt. Aan alles merk je: hier is iemand op een missie.

Aan de oppervlakte bestaat die missie uit een emancipatiestrijd, maar eronder trilt een particuliere zoektocht mee. Die van iemand die zijn zelfbeeld en het beeld dat de wereld van hem heeft, moet zien te laten samenvallen. Zo wordt Mari staat op de poging van iemand die boven zichzelf wil uitstijgen, tot eenieder die hem ziet, vergeet te registreren dat hij in een rolstoel zit.