'In hymnes hoor je antieke toewijding die ik prachtig vind'

Robin Pecknold..

Van onze medewerker Pablo Cabenda

Londen Ja, natuurlijk roept het een zeker landelijk gevoel op. ‘Maar toch niet zoals bijvoorbeeld ‘I’m going down the bayou, Wah Wah Wah’? Robin Pecknold, zanger/liedjesschijver van The Fleet Foxes geeft in de kleedkamer van de concertzaal in Londen ter illustratie een staaltje redneck countryrock weg. Dát landelijke is niet wat Pecknold herkent in zijn liedjes. Hij gruwt er zelfs van.

Misschien is pastoraal dan een beter woord. De nummers van Fleet Foxes uit Seattle zijn wellicht eerder verwant met Engelse folk dan Amerikaanse country. Het naar de band vernoemde debuutalbum is een anachronistisch juweeltje vol met ballades en hymnes die een oeroude schoonheid in zich dragen, geschraagd door vier-soms vijfstemmige harmonieën.

Dat Engelse klopt wel volgens Pecknold. Dat komt door Bob Dylan. ‘Toen ik ontdekte dat zijn Girl From The North Country eigenlijk geworteld is de Engelse folktraditie ben ik daar verder in gaan zoeken.’

Pecknolds ontdekkingstocht ging van Fairport Convention en Sandy Denny naar Steeleye Span en hij nam alles tot zich. De consciëntieuze leerling is nu 22 en heeft de baard van Grizzly Adams. Maar hij zoekt zijn woorden als een weifelende adolescent, vult stiltes met puberstopwoordjes als ‘like’ en ‘you know’ en breit bijzinnen om zijn punt te specificeren.

Als Pecknold aan één ding hecht, is het wel dat muziek een spiegel moet zijn van de muzikant. Het persoonlijke zit diep verborgen in zijn romantische, fabelachtige teksten vol sneeuwlandschappen en veldleeuweriken. White Winter Hymnal, dat een teder beeld schetst van kleine kinderen die verdrinken in hun dikke winterjassen, blijkt te gaan over vrienden met wie hij opgroeide en de daaropvolgende onvermijdelijke breuk bij het volwassen worden.

Maar ook in de dagelijkse leven van de band speelt het persoonlijke een belangrijke rol. Pecknold kan zich niet voorstellen dat hij ooit muziek zou maken met muzikanten met wie hij geen vriendschap koestert. Als iets een vriendschapsband versterkt, is het wel samen zingen. ‘Dat geeft voor mij bijna een ultieme geldigheid aan het woord ‘band’. Je voelt een natuurlijke connectie waarin iedereen met zijn stem is betrokken. Meer nog dan met instrumenten.’

Zijn band is een family unit. Met leadgitarist Skyler Skjelset speelde hij al samen sinds zijn vroege jeugd. Toen niet meer dan een excuus om een beetje samen rond te hangen. ‘Maar toen ik 14 was, had ik dat rare idee van: Oké, Dylan was 21 toen hij zijn eerste album maakte. Hoe moet ik dat in godsnaam nog inhalen, you know.

‘Ik realiseerde me dat als ik dat kennelijk lange pad wilde bewandelen, dat uiteindelijk moest leiden tot iets wonderbaarlijks, ik me er vanaf dat moment serieus aan moest wijden.’ Om er in alle bescheidenheid aan toe te voegen. ‘Ik heb nog een jaar te gaan.’

Maar voor recensenten heeft Pecknold met het debuutalbum al een klassieker gemaakt. De harmonieën krijgen als koren in serene contemplatie bijna religieuze connotaties. ‘Hmm, ik ben geen religieus persoon, maar ik kan wel bepaalde oude christelijke muziek waarderen. In hymnes and stuff hoor je een zekere antieke toewijding die ik prachtig vind.’

Laat hij het zo zeggen: ‘Er is een gevoel van religiositeit, maar dat betreft bij mij meer een bepaalde romantische notie van de natuur. Een bepaalde perfectie die daaraan eigen is, probeer je op te roepen met je muziek. Voor mij is de wildernis een schepsel dat tegelijk vrees, schoonheid en groot ontzag inboezemt.

‘Ik denk dat het ontzag dat een willekeurig christen voor God voelt, niet anders is dan wat ontdekkingsreizigers Lewis & Clark voelden bij het aanschouwen van de Rocky Mountains of wat Djengis Khan voelde toen hij de woestijnen in Mongolië overzag. Het is dat gevoel van onmetelijkheid waar je uitdrukking aan wil geven. You know.’

Meer over