Theater

In het unieke The Clowns Convention reflecteren gefrustreerde clowns op de staat van theater en amusement ★★★★★

De clowns willen zichzelf en hun publiek redden van de stilte, de eenzaamheid, de kou.

The Clowns Convention Beeld Fred DeBrock
The Clowns ConventionBeeld Fred DeBrock

De ‘dicknose clown’ heeft zo te zien haar outfit in een feestwinkel gekocht. Ze draagt een sjofele jas en op haar hoofd een nepbrilletje met een plastic piemel als neus. Chagrijnig is ze ook: als zij mag optreden, wordt er alleen maar gekankerd – op alles en iedereen. Ze heeft de shit aan mannen die op yoga zitten, aan artiesten die goede doelen steunen en dat publiekelijk bekend maken, aan gemberthee, en aan mensen met dikke kinderen.

Dicknose is een van de negen clowns die in The Clowns Convention van Theatergroep Wunderbaum haar kunsten vertoont. Ze zijn samengekomen om zich te beraden over vragen als: doet de clown er vandaag de dag nog wel toe, wat is de functie van humor, en helpt lachen tegen polarisatie in de samenleving? Kortom: ze zijn serieus met hun vak bezig, en betrekken ook het publiek erbij.

Aldus ontstond een voorstelling waarin de spelers van Wunderbaum, aangevuld met die van Theaterhaus Jena grote thema’s als de dood, het lot, de digitalisering en de toekomst aanpakken. Na een bezonken proloog van Il Maestro (een weemoedige Marleen Scholten) kondigt spreekstalmeester Leonardo (Matijs Jansen, griezelig laconiek, met doodenge, vervormde stem) het eerste nummer aan: iets met een dansende beer. Binnen de kortste keren wordt de beer doodgeschoten.

Zo gaat het door – acts die mislukken, acrobatiek waarin de springplank breekt, de koning van de pantomime Marcel Marceau komt even langs, en steeds ligt de dood op de loer. Amusement maken tegen de klippen op, dat is het, maar soms ook aandoenlijk. Zoals Clarabelle (een lieve en grappige Wine Dierickx) die haar act met ijzeren bal probeert te vervolmaken, en The Admiral (Walter Bart) die steeds om een Rotwein smeekt voordat hij op moet. Zijn act met een kurkentrekker is even gevaarlijk als hilarisch.

Als Dicknose (een onweerstaanbaar grappige Maartje Remmers) een man uit het publiek haalt en tien minuten lang haar shitmonoloog op hem (en ons) afvuurt weet je: dit is uniek theater. Ook omdat de clowns af en toe naar de kleedkamer gaan en zich daar afvragen of ze er nog toe doen, of theater er nog toe doet, en wat een suf publiek wij eigenlijk zijn. In hun uitzinnige kostuums en tussen de heen en weer ruisende rode gordijnen, hangt de geur van oude schmink en mottenballen.

De clowns van Wunderbaum bevinden zich in een eigen universum, iets tussen hun doodenge collega’s van Stephen Kings IT, de commedia dell’arte en de goedbedoelende cliniclowns in. The Clowns Convention is zeker ook schatplichtig aan Dirk Tanghes trieste August August August (2007), en aan het theater van Christoph Marthaler, met zijn tergende herhalingen.

Halverwege gaan twee clowns een duel aan: wie kan het hardst lachen? En ze zingen gezamenlijk Are You Lonesome Tonight. Uiteindelijk willen ze zichzelf en hun publiek redden van de stilte, de eenzaamheid, de kou.

Het slot mag hier niet verraden worden want het is te verrassend, te verontrustend, en op een gekke manier toch ook hoopgevend. Eén ding slechts: van de clowns zijn we nog niet af. Nog lang niet.

The Clowns Convention

Theater

★★★★★

Door Wunderbaum en Theaterhaus Jena, coproductie Theater Rotterdam en Theaterproductiehuis Zeelandia.

29/8 Schouwburg De Mythe, Goes, daar t/m 1/9; tournee: wunderbaum.nl

Meer over