Reportage

In het tijdelijke onderkomen van de Frick Collection is alles wat afleidt weggenomen

De werken van onder anderen Vermeer en Bellini verlaten voor het eerst de stadsvilla van staalmagnaat Henry Clay Frick.

Een bezoeker bekijkt een werk van Jean-Honoré Fragonard in de tijdelijke huisvesting van de Frick Collection.   Beeld EPA
Een bezoeker bekijkt een werk van Jean-Honoré Fragonard in de tijdelijke huisvesting van de Frick Collection.Beeld EPA

‘Ik maakte me echt zorgen’, zegt Marilyn Bodner, terwijl ze een van de kamers inspecteert. Ze praat alsof ze het over haar kinderen heeft, maar het gaat over schilderijen. Zouden die wel tot hun recht komen op de nieuwe locatie? Zou er wel iets overeind blijven van de charme van een Rembrandt of een Holbein, weggerukt uit de huiselijkheid waarin ze al meer dan een eeuw vertoefden?

Wat zou zoiets met hun karakter doen?

Sinds haar zeventiende bezoekt de gepensioneerde New Yorkse advocaat ‘van zekere leeftijd’ met enige regelmaat de Frick Collection, het fameuze museum aan het Central Park, waar topwerken van onder anderen Vermeer, Velázquez of Fragonard precies zo worden getoond als de puissant rijke steenkool- en staalmagnaat Henry Clay Frick ze begin vorige eeuw ophing. In een huiselijke omgeving: boven de schouw, naast een pronkkast, boven een bureau. Omringd door Chinees porselein, gepolitoerde meubels en Perzische tapijten.

Maar omdat ‘de Frick’ gaat verbouwen (er komt een vleugel bij en de privévertrekken op de eerste verdieping zullen worden opengesteld voor publiek), was een tijdelijk nieuw onderkomen nodig voor de collectie, waarvan het merendeel nooit de neoclassicistische stadsvilla had verlaten. Nu zijn 104 schilderijen, plus talloze sculpturen, vazen en klokken de komende twee jaar vijf blokken verderop te zien. Aan Madison Avenue, in het pand dat architect Marcel Breuer daar in 1966 voor het Whitney Museum voor eigentijdse kunst ontwierp – een brutalistisch meesterwerk, met een streng betonnen cassette-plafond en kale stenen vloeren.

Van de overdadige vertrekken van The Frick naar het Spartaanse interieur van Breuer: de overgang kon haast niet groter.

Bodmer hield haar hart vast. In de week dat het museum, omgedoopt tot Frick Madison, zijn deuren voor publiek opent, kocht ze kaartjes voor maar liefst drie dagen. Vandaag inspecteert ze de boel op de derde verdieping, waar de Italiaanse en Spaanse schilderkunst bijeen is gebracht.

‘Het is verbijsterend’, zegt ze. ‘Ongelooflijk’. ‘Ik ben nog nooit zó dicht bij de werken weggeweest.’ Wat in de Frick Collection hoog aan de muur hing, boven de houten lambrisering, hangt hier in Frick Madison op ooghoogte. Nu pas kan Bodmer goed de gezichtsuitdrukking op Vermeers De soldaat en het lachende meisje (1657) zien, en constateren: ‘Dat kind is smoorverliefd op hem.’

En zien we dat borstbeeld daar in de volgende zaal? ‘Die is me in al die jaren in de volle zalen van de Frick nooit eerder opgevallen.’

Nieuwe dingen ontdekken – dat is precies wat de conservatoren voor ogen hadden. De verbouwing van de Frick Collection stelde hen voor een unieke gelegenheid: testamentair is vastgelegd dat de door Henry Clay Frick persoonlijk aangeschafte werken nooit het ouderlijk huis mogen verlaten (werken aangekocht door nabestaanden of curatoren mogen dat soms wel, in 2015 was een aantal te zien in het Haagse Mauritshuis), en ook aan de manier hoe die in dat huis worden getoond kan nauwelijks worden getornd. Met de tijdelijke verhuizing kan dat voor het eerst – en waarschijnlijk voor het laatst – wél. De curatoren besloten die kans te benutten.

‘We hebben de verzameling gedeconstrueerd’, aldus hoofdconservator Xavier Salomon (42). ‘We hebben dat wat er in de stadsvilla gebeurde bijna volledig uit elkaar gehaald.’ Om het in Frick Madison diametraal anders te doen.

Stonden in de Frick Collectie de keus en de smaak van de verzamelaar centraal (Duitse Renaissance naast Spaans Maniërisme naast Chinees Qing-porselein), in Frick Madison worden de werken getoond in chronologische volgorde, gerangschikt naar kunstenaar en naar regio. Daardoor zijn logische combinaties mogelijk: voor het eerst alle acht majestueuze portretten van Anthony van Dyck in één ruimte bijvoorbeeld, of alle Spaanse meesters (Velázquez, Murillo, El Greco en Goya) bij elkaar.

 Franse schilderijen uit de 18de eeuw in het tijdelijke onderkomen van de Frick Collection.   Beeld EPA
Franse schilderijen uit de 18de eeuw in het tijdelijke onderkomen van de Frick Collection.Beeld EPA

Ook de meesterlijke portretten die Hans Holbein schilderde van aartsrivalen Thomas Moore en Thomas Cromwell – decennialang van elkaar gescheiden door een forse open haard – kijken elkaar nu recht in de ogen: je hoort de spanning tussen hen bijna knetteren.

Nog een verschil: waar het in de Frick Collection nog weleens lastig was je op een werk te concentreren, door de bonte hoeveelheid sculpturen en schilderijen, is in de Frick Madison gekozen voor een bijna kloosterachtige, minimale aanpak. Hier geen fluwelen gordijnen en gekleurd behang, maar strakke, loodgrijze muren. Hier geen volle wanden, maar zalen waar soms maar drie kunstwerken te zien zijn, of zelfs maar één schilderij.

Alles wat zou kunnen afleiden, alles wat goed kijken in de weg kan staan, is weggenomen: er zijn geen wandteksten. Er zijn koorden gespannen, geen strepen op de vloer getrokken, waar je achter moet blijven. Er zit in veruit de meeste gevallen zelfs geen glas voor de schilderijen.

In het brutalistische gebouw van Breuer is alles wat afleidt van de collectie weggenomen.  Beeld EPA
In het brutalistische gebouw van Breuer is alles wat afleidt van de collectie weggenomen.Beeld EPA

En dus zie je ze overal in Frick Madison: mensen met hun neus op een meesterwerk.

De meest bijzondere ervaring levert dat ongetwijfeld op bij Bellini’s De heilige Franciscus in de woestijn (1476-78), een hoogtepunt van de Renaissance, dat voorheen in de volle studeerkamer van Frick hing, en nu een zaal voor zichzelf heeft gekregen. Het hangt naast een van de trapeziumvormige ramen in Breuers gebouw: het prille New Yorkse lentelicht valt vanuit dezelfde hoek op het schilderij als het goddelijke licht dat Bellini heeft geschilderd. Zo dichtbij mag je komen, dat je elk door Bellini geschilderd bloempje kunt determineren.

De nieuwe opstelling kan niet ieders goedkeuring wegdragen. ‘Het porselein profiteert ervan dat het niet getoond wordt in het oude interieur, dat komt hier zoveel meer tot leven’, vindt Alain Capretz, tot voor kort werkzaam bij designmeubelmerk DWR (leeftijd: ‘liever niet’). ‘Maar de schilderijen lijden echt onder dit gebouw, onder dat dominante plafond en die loodgrijs geschilderde muren. Ik heb het gevoel dat ik in een opslag ben.’

De granieten kolos die architect Marcel Breuer in 1966 tussen de klassieke brownstones aan Madison Avenue plaatste, heeft altijd kunst gehuisvest. Het werd gebouwd voor het Whitney Museum. Toen dat in 2014 naar een groter onderkomen verhuisde, huurde The Metropolitan Museum het pand om er onder de noemer ‘Met Breuer’ spraakmakende tentoonstellingen met oude en nieuwe kunst te organiseren. The Met zei de huur onlangs wegens geldgebrek op, en bood daarmee ruimte voor The Frick Collection, dat wegens verbouwing twee jaar dichtgaat. Tot 2023 staat er in grote kapitalen ‘Frick Madison’ op Breuers gevel.

Neemt die kille museale opstelling niet wat van de bijzonderheid van de Frick Collection weg? Bodmer haalt haar schouders op, zo erg mist ze de huiselijke context waarin de kunstwerken eerder werden getoond nu ook weer niet. En wanneer je zo dicht op de Kruisiging van Piero della Francesca mag staan dat je je voor het eerst een miniem geschilderd detail opvalt (drie witte streepjes van paar millimeter groot: de soldaat aan Christus’ voeten blijkt speelkaarten in zijn hand te hebben, waarmee hij gokte om de kleren van de gekruisigde), realiseer je je dat dit precies is wat een privéverzameling van een doorsnee museum onderscheidt.

Meer over