IN HET SPOOR VAN DR. KING

Na een periode van relatieve stilte, heeft soulgigant Mavis Staples (1940) weer een plaat uitgebracht. Met message music: liedjes over protest, vrijheid en burgerrechten....

Gijsbert Kamer

Ja, het is misschien wat laat, maar na bijna een halve eeuw zingen moest het er toch maar eens van komen, op eigen titel een plaat maken met liedjes waarin Mavis Staples haar gal kon spuwen over de toestand in de wereld in het algemeen en over rassendiscriminatie in het bijzonder.

‘Ik heb ook wel eens gedacht dat we daar inmiddels van af zouden zijn. Maar toen kwam de orkaan Katrina, en werden we weer hard met onze neus op de feiten gedrukt. Waarom kwam de hulpverlening niet op gang en waarom is New Orleans nog steeds een puinhoop? Omdat de getroffenen zwart zijn. Ik zag op tv blanken winkels leeghalen – dat zou zijn om te overleven. De zwarten die hetzelfde deden, waren volgens de commentator aan het stelen. Heb je rapper Kanye West gehoord, die zei het het meest treffend: president Bush houdt niet van zwarten.’

Katrina was voor Mavis Staples (Chicago, 1940) de definitieve aanzet voor een plaat die ze al lang in gedachten had, maar waar het nooit meer van gekomen was, een plaat met liedjes over protest, vrijheid en burgerrechten.

‘De freedom songs, of zoals ik het altijd noem: message music, waarmee we met de Staple Singers eind jaren vijftig al begonnen, heb ik altijd in mijn hart gesloten. Ergens hoopte ik dat het niet nodig was ze opnieuw te zingen, maar mooi wel dus. Het werk van Martin Luther King, bij wiens movement we waren aangesloten, bleek ineens nog lang niet klaar.’

Ze klinkt strijdlustig, wellicht geïnspireerd door de vele posters en enkele gouden platen van Amerikaanse punkbands als Bad Religion, Offspring en Pennywise die de wanden van het kantoor van haar nieuwe platenmaatschappij in Los Angeles sieren. Want na Solomon Burke en Bettye Lavette is Staples de derde soulgigant die door Andy Kaulkin is overgehaald om voor Anti, een sublabel van het punklabel Epitaph, een plaat op te nemen.

En gezeten in de vergaderzaal van het Epitaph hoofdkantoor aan Sunset Boulevard doet Mavis Staples haar verhaal over de achtergrond van haar deze week verschenen plaat We’ll never turn back. ‘Andy kwam ik een keer tegen in Memphis toen het allemaal niet zo lekker liep. Mijn platencontract met Alligator liep ten einde. En, no offense, mijn laatste plaat Have a little fate, dat was eigenlijk niks. Het was na de dood van mijn vader Pops in 2000, mijn eerste poging terug te komen, maar er zat geen noodzaak in de liedjes.’

Andy Kaulkin vertelde de zangeres hoe hij de loopbanen van Solomon Burke en Bettye Lavette had weten te reanimeren, en Staples had er wel oren naar. Kaulkin wist ook al wie haar moest gaan produceren: Ry Cooder. ‘Andy zei dat hij al zeker drie jaar Cooder voor diverse artiesten heeft willen strikken, en altijd was het antwoord nee. Nu ging het van: Mavis Staples? Graag, wanneer?’

Ze hadden elkaar een keer eerder ontmoet, in 1986 bij de uitreiking van de Grammy’s. Zowel Cooder als Pops Staples, Mavis’ vader en de man achter de Staple Singers, vielen in de prijzen.

‘Ik zal nooit vergeten dat Ry Pops bedankte voor wat hij hem op gitaar geleerd had. In het hotel vroeg ik Pops of hij echt les had gegeven. Welnee, was het antwoord, hij luistert gewoon goed.’

En dat bleek ook tijdens de ontmoetingen in Mavis Staples’ woonplaats Chicago, waar ze Cooder twintig jaar later weer zag. ‘We kwamen al snel uit op het idee van een plaat met freedom songs. Een mengeling van oude traditionals en nieuw geschreven liedjes. Ry schreef er een paar, we deden wat samen en we vonden een paar geschikte klassiekers zoals J.B. Lenoirs Down in Mississippi. Ik weet nog dat ik bij die opnames ineens de geest kreeg en halverwege het inzingen begon te vertellen over vroeger. Dat heeft Ry precies zo laten staan, en deze gesproken improvisaties van mij komen in veel nummers terug.

‘Het was trouwens weer net als vroeger bij het platenlabel Stax. Iedereen liep in en uit bij de opnamen. De originele Freedom Singers kwamen langs en Ry had Ladysmith Black Mambazo uit Zuid-Afrika laten komen.

‘Heerlijk, met z’n allen zingen. Zo goed had ik me al dertig jaar niet meer gevoeld. Eindelijk voelde het alsof ik echt kon afmaken waar we met Dr. King ooit aan begonnen waren.’

Met Dr. King bedoelt Mavis Staples Martin Luther King. Ze herinnert zich nog goed dat Pops en zijn dochters en zoon, die de Staple Singers vormden, een keer naar Kings kerk in Montgomery gingen.

Dat was jaren voordat The Staple Singers begin jaren zeventig voor het Stax-label wereldhits zouden scoren met Respect yourself en I’ll take you there. Maar met het zingen van gospels in de kerk en op plaat hadden ze toen al naam gemaakt. King kende hun naam, wist dat ze in zijn kerk zaten en nodigde vader Pops uit voor een gesprek.

Mavis Staples: ‘Ik weet nog dat hij terugkwam en zei: ‘We gaan Dr. King helpen. Als hij kan preken over vrede en vrijheid dan moeten wij erover kunnen zingen.’ We begonnen freedom songs te schrijven. Kings favoriet was Why? (Am I treated so bad). De dokter vroeg ons regelmatig om te zingen voordat hij ergens moest preken en altijd zei hij: ‘Steep’ – want zo noemde hij Pops – ‘vergeet mijn favoriete liedje niet.’

Aan het zingen in de movement, zoals Mavis Staples de organisatie rond King noemt, bewaart ze nog altijd warme herinneringen. ‘En ik heb altijd bij wijze van eerbetoon iets terug willen doen. Misschien is dit album er daarom wel gekomen.’

Muziek moest voor de familie Staples altijd al ergens over gaan. Het idee dat je van muziek kon leven of zelfs rijk worden, daar wilden ze lang niet aan.

‘De opbrengsten gingen lange tijd of naar de kerk of naar de movement, zingen deden we trouwens in het begin alleen voor ons eigen plezier.’

Mavis Staples weet nog goed dat haar vader een keer laat thuis kwam en zijn kinderen bij elkaar riep. ‘Hij wilde samen met ons gaan zingen en zo geschiedde. Ik was 8, en zo begon het voor ons in allerlei kerken. Toen ik 14 was, namen we ons eerste plaatje op voor Vee-Jay, Uncloudy Day. Nu zouden we dat een hit noemen, maar we zagen ons nog steeds niet als artiest. Zingen deden we vooral op zondag in kerken, alleen lagen die kerken steeds verder buiten Chicago.

‘Dan gingen we weer naar Atlanta en zouden we maandag niet op tijd voor school terug zijn. Dus ging Pops naar de leraren om ons huiswerk mee te geven. Zingen en school, tijd voor iets anders was er niet. Klinkt dramatisch, maar anders dan Michael Jackson en zijn broers hadden wij wel een eigen leven.’

Ze vertelt vol pret over die vroege jaren en schatert het uit wanneer ze het heeft over haar broer Pervis, de aanvankelijke leadzanger van de Staple Singers. ‘Kreeg die ineens de baard in de keel, kon ik het overnemen. Voor even dacht ik. Nou mooi niet: voor altijd dus. Want mijn oudere zussen hadden er de stem niet voor.’

Zo werd Mavis Staples dus bij toeval de stem van de Staple Singers, die ook steeds meer de stem van van haar vader naar de achtergrond zou drukken. Wanneer de groep ‘na een heuse bidding war’ bij Stax onder contract komt, wordt Staples ook een solocontract aangeboden. ‘Na twee platen had ik er genoeg van, ze probeerden me aan alle kanten te bedonderen, althans zo voelde ik het. Allemaal gedoe met royalties, waar Pops me nog zo voor gewaarschuwd had. Maar ja, eigenwijze dochter hè.’

En nu ze het toch over rechten heeft, hoe zit dat met de Rolling Stones die The Last Time, een liedje uit het Staples-repertoire, begin jaren zestig coverden?

‘Nou dat deden ze heel handig. Op de hoes schreven ze dat ze het liedje ‘geleend’ hadden van ons. Geleend, maar nooit teruggegeven, laat staan vergoed!

Ze kan er wel om lachen. Mavis Staples koestert tegen niemand enige wrok. Wel geeft ze toe het eind jaren zeventig knap moeilijk gehad te hebben. ‘De opkomst van disco heeft ons behoorlijk uit het veld geslagen, en niet alleen ons, maar iedereen uit de Stax soulgeneratie. We wisten werkelijk niet wat me moesten. Pops had er ook geen zin meer in. Mijn zussen gingen trouwen en weer scheiden.

‘En ikzelf? Ik kreeg in 1986 ineens een telefoontje van Prince. Of liever: Pops kreeg dat telefoontje en zei me ene Prince terug te bellen. Prince wie? Wist ik veel. Ik kreeg zijn management aan de lijn. Ja, mevrouw Staples, zeiden ze, Prince wil u contracteren en liedjes voor u schrijven. Ik zag dat eerlijk gezegd niet voor me. Ik kende de muziek van zijn stoeipoezen, Vanity en Appolonia. Wat moest ik, een dame op leeftijd, daartussen?’

Maar Prince hield vol. Al zou het door het overlijden van moeder Staples in 1987, tot 1989 duren totdat het door Prince geproduceerde Time waits for no one zou verschijnen. ‘Men vond het vooral een Prince-plaat die geen recht deed aan mijn kwaliteiten, en misschien daardoor wilde Prince het de volgende keer anders aanpakken.’

Prince wilde nu wel echt liedjes schrijven met haar in gedachten. Maar Mavis Staples had geen idee hoe hij dat moest doen, ze kenden elkaar nauwelijks. ‘Elke keer als we elkaar zagen, kroop hij heel verlegen in een hoekje. Hoe kon iemand nou voor me schrijven als we niet eens konden communiceren?’

Dus kwam Staples op een ander idee. Ze zou hem brieven schrijven, waarin ze haar levensverhaal zou doen.

‘Stapels brieven stuurde ik hem. Als hij die allemaal bewaard heeft, dan heeft ie een prachtige biografie. Maar ook de liedjes voor The Voice behoren, vind ik, tot mijn beste werk. Echt allerlei facetten uit mijn leven komen erop aan de orde. Tot aan mijn mislukte huwelijk met een begrafenisondernemer toe, ha ha.’

Staples woont al jaren alleen, in Chicago vlak in de buurt bij twee van haar zusters, die ook alleen wonen. ‘Ik heb het negen jaar met mijn man uitgehouden, een record in onze familie. Misschien heeft Pops ons wel te veel van de buitenwereld afgeschermd, denk ik wel eens. We hebben veel van onze ouders geleerd over rechtvaardigheid en alles, maar op het gebied van relaties hadden ze ons ook wel iets bij mogen brengen.’

Niet dat Mavis Staples lijdt onder het alleen zijn, haar mooiste momenten van geluk beleeft ze nog altijd met de muziek. ‘Weet je, ik ben er echt trots op dat ik met deze plaat het werk van Martin Luther King en mijn vader, die nu zes jaar dood is, kan voortzetten. Want ja, dat zijn toch wel de belangrijkste mannen geweest in mijn leven.’

Meer over